Geneuzel

De wereld wordt geteisterd door natuurrampen, iets waar je je best wel een beetje zorgen over mag maken, maar ‘gelukkig’ bestaan er nog mensen die zich liever druk maken over futiliteiten. Zoals woordgebruik of de uitspraak van bepaalde woorden. Het moge duidelijk zijn dat ik mij daar minder druk om maak, ik vind verkeerd taalgebruik erger. Ik begin spontaan te huiveren als iemand ‘als mij’ zegt, terwijl er ‘dan ik’ wordt bedoeld. Maar goed, even terug naar de futiliteiten. Het zal mij werkelijk een zorg zijn hoe de woorden auto en zeven worden uitgesproken. Zelf ben ik daar heel flexibel in, ik gebruik in beide gevallen alle gangbare varianten. Oftewel, auto/oto en zeven/zeuven. Het is maar net waar ik zin in heb of met wie ik in gesprek ben. Ik las onlangs een tweet van iemand die vond dat alleen Jort Kelder ‘zeuven’ mag zeggen, van andere mensen accepteert ze dat niet. Belachelijk, waarom Jort Kelder wel en de rest van de wereld niet? Ik citeer hier Onze Taal:  “De uitspraak ‘zeuven’ is ontstaan in dialecten – verspreid over het hele taalgebied, van Groningen en Noord-Holland tot Vlaanderen. Maar deze uitspraak is ook min of meer ingeburgerd geraakt in de standaardtaal, en dat heeft te maken met het (vroegere) telefoonverkeer. Bij het doorgeven van cijfers via de telefoon was met name in de begintijd van de telefonie het verschil tussen zeven en negen niet altijd duidelijk; ter onderscheiding ging men zeven daarom uitspreken als ‘zeuven’. Ook voor bijvoorbeeld juni en juli werd een onderscheid bedacht, dat ook nu nog wel wordt gehanteerd: ‘juno’ versus ‘julij’.”
Ha! En  ‘auto’ mag je gewoon als ‘oto’ uitspreken, wat zo’n azijnzeiker er ook maar van mag vinden.

Ander dingetje. Het gezeik of het ‘friet’ of ‘patat’ moet zijn. De ene keer heb ik zin in friet, de andere keer in patat en dat heeft niets te maken of ik nu voor een frietkot of in een cafetaria sta. Trouwens, er zijn in Nederland veel cafetaria’s die ‘Friet van Piet’ heten. Ben er nog nooit eentje tegengekomen die ‘Patat van Fat’ heet. En je gaat je cafetaria natuurlijk niet ‘Zat van Patat’ noemen. Hoe dan ook, friet en patat is gewoon hetzelfde. Bord/puntzak/milieuverontreinigend plastic bakje met patatfrietjes leeg eten en ophouden met zeuren. En neem er een kroket bij. Of is het croquette?

Tenenkrommend

Ken je dat? Dat je lied hoort en er meteen allerlei associaties bij hebt? Ik heb dat bijvoorbeeld bij ‘Brandend Zand’ van de onlangs overleden Anneke Grönloh. Sinds Bert Visscher dit lied volledig heeft geanalyseerd, kan ik niet meer fatsoenlijk naar deze hit luisteren. (voor zover dat al mogelijk is) Bert heeft, met krijtbord in de aanslag, haarfijn duidelijk gemaakt dat Marseille niet in de woestijn kan liggen en dat 3 namen in één zin te veel zijn. En ik moet ook altijd denken aan OAD-bussen en zacht zingende golven. Kortom, hoor ik Anneke, dan zie ik Bert. Hetzelfde fenomeen doet zich trouwens voor bij ‘I’ve got you babe’ van Sonny & Cher. Ik hoor dan alleen maar Beavis & Butthead in mijn hoofd meeblèren.

Ergens in het voorjaar van 2017 heb ik mijn herinneringen aan ‘Suzanne’ van Herman van Veen met jullie gedeeld met de bedoeling om vaker songteksten te gaan analyseren. Ondanks de reeds aangelegde waslijst is het daar nooit van gekomen, omdat er altijd wel een ander onderwerp voorbij kwam waarover geschreven moest worden. Tot vandaag. Want deze week hoorde ik het werkelijk tenenkrommende nummer ‘I’ve never been to me’ van ene Charlene. In dit lied spreekt Charlene als een stalkende Jehovagetuige een ontevreden huismoeder bestraffend toe, om haar duidelijk te maken dat ze tevreden moet zijn met wat ze heeft. Want Charlene heeft weliswaar lekker lopen te sloeriën in het paradijs, ze noemt het zelf ‘subtle whoring’, maar ze is nooit bij zichzelf geweest. Boehoehoe.

Het gaat te ver om de complete tekst hier onder de loep te nemen, maar er zitten een paar tenenkrommende zinnen in dat lied. Nadat ze heeft gekweeld dat ze in de zon heeft liggen rampetampen met een priester, is ze op the Isle of Greece geweest. Serieus, het eiland Griekenland. Dat laatste foutje wil ik haar wel vergeven, per slot van rekening is ze een Amerikaanse, maar daarna vervolgt ze met deze shit:
I’ve moved like Harlow in Monte Carlo and showed ‘em what I’ve got
I’ve been undressed by kings and I’ve seen some things that a woman ain’t supposed to see

Die eerste zin levert bij mij het beeld op dat Charlene schaars gekleed op de motorkap van een Maserati is gaan liggen, ze moet toch op een of andere manier de aandacht weten te trekken van die koningen in de 2e zin. En over welke koningen hebben we het hier eigenlijk? Namen en rugnummers graag! Of heeft zo’n vent zich gewoon voorgesteld met ‘Hi, my name is King, James King’ en dat Charlene denkt dat het een echte koning is en meteen begint te kirren dat haar stoeipakje een klittenbandsluiting heeft en dat hij best mag proberen of hij dat met één hand los kan krijgen. Je weet het niet en Charlene geeft ook geen enkele duidelijkheid. Nee, ze vervolgt met de nog vagere mededeling dat ze dingen heeft gezien die geen vrouw geacht wordt te zien. Wat dan, Charlene? Wat voor dingen bestaan er dan die een vrouw niet mag zien? Wat houden die kerels voor ons verborgen? Vertel het ons!

Lang verhaal kort: een waar kut-lied.

 

Tampopo

TampopoNee, dit is geen nieuw tampon-merk. Hoewel het marketingtechnisch wel lekker bekt: ‘pop it with Tampopo’ of ‘when it pops, you know it’s Tampopo.’
Tampopo is de titel van een Japanse cultfilm die ik afgelopen vrijdag heb bekeken. Tampopo, oftewel paardebloem, is een dame met een eetcafé en zij maakt hele slechte ramen. Geen vensters, maar een Japanse noedelsoep. Samen met een vrachtwagenchauffeur gaat zij op zoek naar de beste recepten voor bouillon en noedels, zodat ze een perfecte ramen kan koken. Dit gegeven alleen zou een saaie film opleveren, ware het niet dat de zoektocht wordt afgewisseld met andere verhaallijnen die allemaal met eten te maken hebben. Zo probeert een dame een groep meisjes in een restaurant te leren dat het in Europa not done is om te smakken en te slurpen. Ze geeft een demonstratie hoe je geluidloos spaghetti vongole eet, maar wordt compleet tegengewerkt door de aanwezigheid van een Europese man die met veel geluid zijn spaghetti naar binnen zit te slurpen. Dat deed me denken aan die keer dat ik, jaren geleden, met een collega in een Amsterdams hotel verbleef en we ’s ochtends bij het ontbijt luidruchtig smakkende en boerende Japanners aantroffen. Ik werd er niet blij van, maar collega in kwestie lag in tranen onder de tafel. Van het lachen, hij vond het hilarisch.

Een ander pareltje is de oude dame die in de supermarkt graag in zacht voedsel prikt, zoals perziken en camembert. Ze wordt achtervolgd door de supermarktmanager, die haar probeert te betrappen en haar uiteindelijk een tik verkoopt met een vliegenmepper. Het hoogtepunt vond ik echter het gangsterstelletje, dat eten aan erotiek koppelt. Hoewel ik nu nooit meer normaal naar een eierdooier kan kijken. Waarom zou je een rauwe eierdooier in de mond nemen en die overbrengen naar de mond van een ander? En weer terug tot het moment dat het misgaat? Zag er ranzig uit, het eigeel dat uit een mond  gutste. Ik ben dol op eigeel van het warme soort, maar voorlopig hoef ik niet meer zo nodig een uitsmijter of een gepocheerd ei.

Hoe dan ook, een aanrader deze film uit 1985. Al was het alleen maar vanwege het feit dat je tijdens de aftiteling mag kijken naar een gulzige baby aan de borstvoeding. Een voedselverslaving moet toch ergens beginnen.

eigeel tampopo

Hoe verplaats je een eierdooier zonder het te breken? Nou, zo dus.

Creatief met geslachtsdelen

Er bestaan mensen die graag leuke dingen met mij willen ondernemen. Mijn persoonlijke favorieten zijn eten, drinken, terrasjes doen en/of theatervoorstellingen en musea bezoeken. Vind ik meer dan voldoende voor wat betreft de sociale activiteiten, maar vriend T. heeft plots bedacht dat wij ook wel iets anders kunnen gaan doen. Iets creatiefs, namelijk piemels haken en vagina’s breien tijdens het LINDA.festival.

WAAROM zou je in vredesnaam een geslachtsdeel willen gaan fröbelen? En hoe moet ik me dat voorstellen? Liggen er bloteriken klaar, zodat je een modelletje naar keuze kan gaan breien? Of is het de bedoeling dat je je eigen geslachtsdeel gaat namaken. Spiegeltje tussen de benen en haken maar. Misschien is het maken van een selfie iets praktischer, anders zit je de hele tijd met een spiegel tussen de benen geklemd.
Bij nadere bestudering van het programma bleek dat je een kleine piemel of vagina gaat maken die je daarna als broche kan dragen. Een broche. En je  kan kiezen uit alle ‘fifty shades of brownish pink’, zodat je een matching kleurtje kan uitzoeken. Ik zie me al naast zo’n model staan. ‘Wat vindt u zelf, is uw piemel melkchocoladebruin, mokka of toch meer koffie-verkeerd?’
Hoe dan ook, WIE wil er in vredesnaam met een piemeltje op de borst geprikt, rondlopen?
‘Jakkes, u heeft een eng wurmpje op uw blouse zitten.’
‘Nee, dat is een piemel. Kijk, dit is de voorhuid en….’
‘Dit verdorde roosje vind ik wel schattig.’
‘Eh, dat is mijn vagina.’

Kijk, het enige waar die zelf gefröbelde geslachtsdelenbroche handig voor gebruikt kan worden, is speeddaten. Je prikt allemaal de zelfgemaakte piemel- of vaginabroche op de borst, schuifelt wat tegen elkaar aan en je kijkt of je een match bent. ‘Kijk nou, het past precies en onze bruinrozige kleuren staan ook goed samen!’
Wel wil ik voorstellen om de broche-collectie uit te breiden met andere lichaamsonderdelen, zoals gepunnikte billen of lippen van macramé, zodat iedereen aan zijn trekken kan komen.
Over trekken gesproken, op het LINDA.festival kan je ook meedoen aan een Aftrekcursus. Voor de mensen die liever ergens de tanden inzetten, is er een workshop kutcakes versieren.
Gelukkig ben ik in het laatste weekend van september erg druk…

 

kutcakes

Kutcakes ©Vrouw Holland

 

 

Vakantie

Vandaag geniet ik van mijn allerlaatste vakantiedag van dit jaar. Morgen mag ik weer aan het werk en ongetwijfeld zal ik met enige regelmaat de vraag moeten beantwoorden of ik een fijne vakantie heb gehad. Omdat niet iedereen in staat zal zijn om mij die prangende vraag te stellen, doe ik hier alvast een korte samenvatting van mijn antwoord.

We hebben een hele rustige vakantie gehad en veel gelezen. Zweden bestaat voornamelijk uit bomen en meren, waardoor het voor ons een saaie bedoening werd. Op een gegeven moment ben je wel klaar met al dat bos en water. Of, zoals J. onderweg in de auto opmerkte:
‘Dit is geen land voor Geert Wilders.’
‘Want?’
‘Die wil minder, minder, minder en hier heb je alleen maar meer, meer, meer.’
Zucht.

‘Maar Marita, jullie hebben toch ook wel leuke dingen meegemaakt?’ Natuurlijk! Het plaatsje Rättvik ligt aan het Siljan-meer en daar is het in de zomer best fijn. Als de zon schijnt. En in de buurt heb je een groot roofdierenpark, waar je een afgekloven rendierenskelet kan aantreffen in het ijsberenverblijf. Verder kan je goed eten en drinken in Zweden en zijn de biercafés heel gezellig. Aanrader: Good Guys Brew in Karlstad op pubquiz-avond. Verder valt er trouwens ook weinig te beleven in Karlstad.

Mijn laatste vakantieweek heb ik voornamelijk in Den Haag doorgebracht, alwaar ik een meidenkast in elkaar heb gezet en het besluit heb genomen om nooit meer zo’n doe-het-zelf-pakket aan te schaffen. Want wederom werd ik geconfronteerd met onderdelen waarin niet alle gaatjes waren voorgeboord. Moest een dag bijkomen van alle ellende. Een vakantie om gauw te vergeten, eigenlijk. Morgen weer fijn aan het werk met de leukste collega’s. 😊

 

 

 

 

Candlelight

candlelight1.jpgHet zal een week of 2 geleden zijn dat ik nietsvermoedend in de tram zat en plots een anders-dan-anders-omroepstem hoorde. Ik kreeg meteen de neiging om propjes papier naar de trambestuurder te gooien, omdat de stem me erg aan Holle Bolle Gijs deed denken. Een associatie die meer mensen in Amsterdam hadden, gezien de reacties op Twitter. Het bleek dat de man aan wie de stem toebehoort, wilde klinken als Jan van Veen van Candlelight.  Jan van Veen is een meneer die vroeger op de publieke radio in de nachtelijke uurtjes gedichten van lezers zat voor te lezen. (en dat nog steeds doet)

De meneer van het GVB klinkt niet als Jan van Veen, bovendien mist er een essentieel onderdeel van het Jan-zijn in de tram, namelijk het voorlezen van een gedicht. Hoe geweldig zou het zijn als je, naast de naam van de halte, getrakteerd wordt op een bijpassend gedicht. Ik doe alvast een voorzetje.

DAM
Alle duiven op de Dam
Schijten rustig in het rond
Ik douw ze allemaal onder de tram
Terstond

UILENSTEDE
Daar stond je dan
In de miezerende regen
Met die eeuwig uilige blik in je ogen
Ik heb je nog nooit gemogen

ONDERUIT
Ik ging onderuit, ben ondersteboven
Voel me onderdanig en onderdrukt
Onderga mijn onderbewustzijn
In een onderbroek

LEIDSEPLEIN
Dronken zijn is niet erg
Zolang je maar met mij naar huis gaat
Maar je staat daar uitgebreid te vozen
Met een vadsige Kroaat
Takkewijf

Lijkt me een hele verbetering voor het openbaar vervoer in Amsterdam en dan laten inspreken door de echte Jan van Veen. Het moet natuurlijk wel een beetje romantisch klinken, anders blijft het een Efteling-ervaring.

Verhit

Net als de meeste andere Nederlanders houd ik ervan om te zeuren over het weer. Het is te koud, te warm, te nat, te droog,  het waait te hard of te weinig.  Zonder gezeik geen leven en meestal bedoelen we het allemaal niet zo serieus, het hoort gewoon bij onze volksaard. Maar de afgelopen dagen waren echt vreselijk. Mijn lijf houdt er niet van om heet te worden. Van de zon, voor alle duidelijkheid.

’s Ochtends vroeg valt het wel mee. Ik fiets naar het station, een lekker briesje zorgt ervoor dat mijn  pas gewassen haar een natuurlijke blow-dry krijgt. Ik stap in de trein, de airco werkt en ik zit best aangenaam. De eerste ellende dient zich aan in de tram, want: geen airco. Mijn shirt begint aan m’n lichaam te kleven, het rokje plakt zich spontaan vast aan mijn billen. Bij het verlaten van de tram moet ik eerst het rokje uit de bilnaad verwijderen, voordat ik met enig fatsoen kan uitstappen. Eenmaal aangekomen op de werkplek blijkt de koeling aardig te werken, zolang er geen mafkees de ramen openzet. Zo kom ik de dag goed door, totdat ik weer naar huis moet van de baas. Op het moment dat ik het kantoor uitstap, voel ik me als een steak op de barbecue. Inmiddels in de ‘well done-fase’ begin ik met klotsende oksels de terugreis naar huis. Wederom plakt mijn kleding onaangenaam aan m’n lichaam, de mascara begint spontaan te smelten en ik zie eruit als Kung Fu Panda, maar dan zonder de Kung Fu. (het is mij werkelijk een raadsel dat er in deze hitte vrouwen bestaan die vol in de plamuur zitten zonder een druppel zweet op het  voorhoofd. Botox?)

Het fietstochtje naar huis brengt enige verkoeling, maar eenmaal thuis begint de ellende opnieuw. De zon staat een groot deel van de dag op de ramen te ‘shinen’, waardoor het binnen een stuk warmer is dan buiten. Het bankstel brandt aan de billen en moet eerst worden afgekoeld door 2 (!) ventilatoren, voordat ik met enig fatsoen in mijn ondergoed plaats kan nemen. Voor de rest van de avond is het advies om vooral stil te blijven zitten. In de slaapkamer is het eveneens vreselijk. Eén ventilator gaat mee naar bed om de warme lucht te verplaatsen, anders doe ik geen oog dicht. Wijdbeens lig ik voor de ventilator om vooral ieder briesje te kunnen vangen en uiteindelijk val ik wel een keer, meerdere keren, in slaap. En de volgende dag begint het hele feest opnieuw.

De zomer is best leuk, maar waarom kan het niet iedere dag 23°C zijn? Ik zou verdorie afgelopen donderdag met iemand een terrasje doen, maar uiteindelijk zaten we binnen te genieten van ons bier, de bitterballen en de airco. Ik hoop dat het op korte termijn koeler gaat worden. Ik zie het nog gebeuren dat we, in plaats van overwinteren in Spanje, gaan overzomeren op IJsland. Wel zelf het bier meenemen, anders wordt het een dure bedoening.

20180728_172513.jpg

Vroeger paste ik nog gewoon in een emmer. Lekker verkoelend, hoewel er ook Biotex in de emmer zat omdat ik anders niet schoon te krijgen was. (zomer 1967)