De Man

David (Michelangelo)

De Man. Er bestaat ook zo’n achterlijke reclame van een deodorantfabrikant over De Man, maar dit stukje is geïnspireerd door een bijzonder leuke blog die ik heb gelezen over kortpittige kapsels van vrouwen. Geschreven door een man en samengevat komt het er op neer dat Nederlandse vrouwen een kort kapsel nemen omdat ze geen zin hebben in seks met die slome Nederlandse mannen. Nederlandse mannen houden niet van seks met kortpittig geknipte vrouwen, dus hebben we hier een win-winsituatie. Desbetreffende vrouwen hebben blijkbaar wel zin in een lekkere Spanjaard, maar ik vraag me toch echt af of dit wederzijds is. Zouden Spanjaarden ook niet liever een vrouw met weelderige lokken in hun bed aantreffen? En met snor, volgens mijn wederhelft.

Nu vind ik het wel meevallen met de Nederlandse man, er zitten best leuke exemplaren tussen. Mannen zijn wat mij betreft in drie categorieën in te delen. De eerste categorie is de Gewone Man. Van die mannen die er gewoon zijn, van die grijs-muizerige types, niet onaardig maar ook niet spannend. Deze vrouw krijgt het er niet warm van. De tweede categorie is de Too Much Man. Dat zijn van die kerels die zichzelf zo geweldig en aantrekkelijk vinden, dat je er als vrouw acuut lesbisch van wilt worden. Moet er niets van hebben en als ik dan toch aan de vrouw moet, dan graag een type als Salma Hayek.
De derde, de laatste en leukste categorie is de Man Oh Man. De mannen die om wat voor reden dan ook interessant zijn, die je nog een keer extra goed bekijkt als je ze in het wild tegenkomt. En nee, natuurlijk gaat het niet alleen om het uiterlijk. Man Oh Mannen kunnen me ook intrigeren als ik er zowel zinnige als onzinnige gesprekken mee kan voeren. Of als ze een leuke lach hebben of vanwege de manier waarop ze in het leven staan of omdat je ermee kan flirten zonder dat het uit de hand loopt. Aantrekkingskracht is en blijft een raar fenomeen.

Stoepliefde

Bamberg, DuitslandEen van de geneugten van het wonen in mijn stad is dat je, als je ’s ochtends vroeg naar je werk fietst, met enige regelmaat uitgelaten studenten tegenkomt. Onderweg naar hun studentenkamer om de roes van een nachtje doorhalen in de kroeg uit te slapen. Zo ook een week geleden, met dank aan het lustrumfeest van een studentenvereniging. Omdat ik zelf nog niet helemaal wakker was om kwart over zes, vielen mij de eerste tekenen van een groots feest niet op. Bij de muziek die uit een open raam schalde, dacht ik wel eventjes aan een afterparty en vroeg ik me af wat de buren in de Herman Colleniusstraat daar wel niet van vonden. Ik werd pas echt wakker toen ik iets verderop de Nieuwe Blekerstraat inkeek. Hangend/zittend op de stoeprand een jongen, zijn schamele bezittingen om zich heen verspreid. Schrijlings op hem zat een meisje, zich nog even goed nestelend op zijn schoot, hem fanatiek te kussen. Zelden iemand een ander zo intens zien zoenen. En mijn god, wat was hij zat. Hij liet haar letterlijk over zich heen komen. En ik hoopte dat ze condooms bij de hand hadden, hoewel hij volgens mij niet meer tot grote daden in staat was. Behalve slapen of zich laten zoenen door een leuk meisje. En of het nu slapen, zoenen of een andere activiteit zou worden, ik hoopte dat ze een iets comfortabeler plek dan de stoep zouden opzoeken.
De stoep iets verderop, die van de A-weg, werd in beslag genomen door een ander, mogelijk aankomend, stelletje. Beide jongens waren enthousiast aan het afscheid nemen en de één deed toch duidelijk een poging om te zoenen. De ander was er nog niet helemaal over uit of dat wel zo’n goed idee was, waardoor de omhelzing uitliep op het elkaar onhandig op de rug slaan onder het uitroepen van het woord ‘kerel’. Ik vond het schattig. Voordat ik het wist, zat ik in de trein te mijmeren over prille liefde en vroeg ik me af of condooms ook slecht zijn voor het milieu. Maar dat laatste is een heel ander verhaal, ingegeven door een gesprek met iemand over plastic. Het is beter om te mijmeren over de liefde, en om een klein beetje jaloers te zijn op de intensiteit van dat ene meisje.

Oostvaarder blues

Piazza Navona, Fontana del Nettuno (Rome)

Sinds een aantal maanden zit ik regelmatig in de trein van Groningen naar Amsterdam. Onderweg kom je dan langs het natuurgebied Oostvaardersplassen. In dit natuurgebied leven grote kuddes paarden, herten en runderen. Loslopend wild dus. De afgelopen week heb ik geen enkel wild beest gespot, met uitzondering van een roofvogel die te zwaar zat te wezen op een ernstig doorbuigende tak. Mogelijk zat het overige wild verscholen achter het welig tierende jacobskruiskruid, om zich onzichtbaar te maken voor de in kaki geklede verrekijker-wandelaars. Ik kan me voorstellen dat je er een keer zat van bent om constant begluurd te worden en dat het dan best leuk kan zijn om onverwacht achter de struiken vandaan te schieten om zo’n wandelaar de stuipen op het lijf te jagen. Maar ik vrees dat de beesten elders hun heil hebben gezocht.

In de winter vind ik de Oostvaardersplassen een desolate plek. Gegeseld door regen en wind, schuilen de konikpaarden al blauwbekkend bij elkaar. Je ziet ze van afstand huiveren van de kou. Ik kan het niet helpen, maar ik vraag me af of zo’n paard dan niet denkt dat ‘ie voor hetzelfde geld bij Anky in de manege had kunnen staan. Lekker warm en droog, beetje trainen op een ritmisch dansje. En dat ‘ie liever op hiphop danst, maar dat dat blijkbaar niet past in het Olympische programma. Best wel saai, eigenlijk. Dan maar oefenen op de drievoudige cherry flip en kijken of je als toegift toch mag stagediven van Anky. Alles beter dan in weer en wind op de Oostvaardersplassen te moeten staan. Hoewel dat misschien weer de voorkeur heeft boven een manege voor kleuters, van die ongeleide projectielen die altijd te hard aan je hoofdstel rukken. En dat je die kleuters dan wilt bijten, maar dat je weet dat je bij zo’n actie meteen bij de paardenslager belandt. Het leven van een paard gaat niet over rozen.

 

Jeukwoorden

Vrijdagmiddag komt een lieve oud-collega langs om even bij te bomen en natuurlijk om een drankje te doen. Ik verwacht lonkende blikken naar de whisky-voorraad. Bij zijn afscheid, zo’n anderhalf jaar geleden, heb ik van hem de bullshit-bingokaart geërfd. Een door hem met zorg bijgehouden overzicht van allerlei management-jeukwoorden. En H. heeft nogal wat van die woorden verzameld, woorden waar hij ofwel met verbijstering ofwel met een schaterlach op reageert. Favorieten zijn gremia, commitment, linking pin, profileren en quick win. Dat laatste wordt ook wel laaghangend fruit genoemd, ook zo’n gruwel-uitdrukking. Dat geldt eveneens voor kruisbestuiving, dat levert bij mij altijd heel andere associaties op. Ooit werd ik door een collega gecomplimenteerd met mijn helikopter view, waar een ander heel ad rem op reageerde met ‘dus Marita, jij bent een wentelteefje’. Wat bij mijn gesprekspartner een niet-begrijpende blik opleverde en bij mij de slappe lach. I’m forever French toast.
Managen%20op%20zijn%20GroningsPersoonlijk heb ik al jaren een hekel aan het woord enthousiasmeren, dat heeft ook heel lang in mijn functieomschrijving gestaan. Niet omdat ik niet in staat ben om mensen enthousiast voor dingen te krijgen, maar gewoon omdat het bij mij het beeld van een cheerleader oproept. Met pom pom’s en al. We hebben een J, we hebben een E, we hebben een U, we hebben een K, JEUK! Het afgelopen jaar is mijn jeukwoordenlijst uitgebreid met governance, dat te pas en te onpas wordt gebruikt. Kortom, ik heb mij voorgenomen om vanaf nu de bullshit-bingokaart van H. verder bij te houden. Input welkom. Ik zal als casemanager proactief reageren, daar waar nodig feedback geven en zorgen dat eventuele bottlenecks worden uitgekristalliseerd. Zodoende wordt een win-win situatie gecreëerd en hoeven we niet, heel LEAN, met een leercirkel aan de gang. Blablabla.

Lekker ding

keep calm and love me

Het is helemaal niet verkeerd om door iemand als lekker ding te worden betiteld. Wie wil er nou niet begeerd worden door iemand die van al jouw rondingen houdt? Iemand die het niet erg vindt dat er pondje extra aan zit, want dan is er immers meer om van te houden. Ik wil dus best het lekkere ding uithangen voor de juiste persoon en met passie zijn begeerte beantwoorden. Helaas krijg ik vaak te maken met potentiële minnaars waar ik niet op zit te wachten. Van het soort dat mij zowel in het binnen- als buitenland altijd weet te vinden, de familie Mug. Van die gepassioneerde exemplaren die op mij neerdalen als een stel toeristen op een lopend buffet. Die zonder enige gêne de borden vol scheppen, zonder zich af te vragen of het niet een beetje minder kan. Geen onbedekt stukje lijf is veilig voor die ellendige prikbeesten en binnen no time ben ik voorzien van tig dikke, rode en jeukende bulten. Alsof de builenpest is uitgebroken, geen man die mij dan nog een lekker ding zal vinden. Het ergste is dat alleen muggen van het vrouwelijke geslacht het bloed uit je lijf zuigen, de lesbische krengen. De mannetjes houden zich blijkbaar alleen bezig met hetgeen waar zij goed voor zijn, het paren. Het verbaast me niets, het blijven mannen.
Om te voorkomen dat ik leeggezogen word, kan ik natuurlijk mijn hele lijf gaan bedekken met een boerka of iets dergelijks. Nu is het zomer en draag ik toch liever iets luchtigs. Dus ik zal de komende weken jurkjes en rokjes blijven dragen en ik bied alvast mijn excuses aan voor het bultenparadijs op de zichtbare onderdelen van mijn lichaam. Gewoon de andere kant opkijken als je er onpasselijk van wordt. En slaat de begeerte toch toe, dan hoor ik het graag!

De Nederlander op Vakantie

SardiniëDe zomer  is losgebarsten en ongetwijfeld worden de komende tijd talloze columns geschreven over De Nederlander op Vakantie. Over hoe erg we het vinden om landgenoten tegen te komen in het buitenland. Of over hoe duidelijk herkenbaar we zijn in den vreemde, door onze outfits van driekwartbroeken en sokken in sandalen. Ik moet altijd lachen om de verontwaardigde reacties die op dit soort, meestal ironisch geschreven, verhalen binnenkomen. Want we vinden het echt wel leuk om landgenoten te ontmoeten op vakantie. En wij Nederlanders zijn beslist niet te herkennen in het buitenland, we passen ons immers prima aan en met onze talenkennis is ook niets mis.

Nou, als ik heel eerlijk ben dan moet ik bekennen dat ik liever geen landgenoten tegenkom als ik op reis ben. Voor alle duidelijkheid: ik ga op reis en niet op vakantie. Dat is echt anders. Nu zijn Nederlanders net Japanners, je komt ze werkelijk overal tegen. En als ik dus Nederlanders tegenkom dan zeuren en klagen ze over van alles en nog wat. Of ze zijn nadrukkelijk, oftewel luidruchtig, aanwezig en willen ze met iedere aanwezige landgenoot vriendjes worden. Ik word er hoe dan ook doodmoe van. Voor mensen die ook liever rustig op reis gaan, heb ik de volgende tips:

  1. Plan zelf je reisroutes en dwaal af van de gebaande paden.
  2. Kom je toch een landgenoot tegen en wil je niet aangesproken worden, zorg dan voor boeken of tijdschriften in een andere taal. Alleen de echte die-hards zullen je dan nog durven te benaderen. Uit ervaring weet ik dat die kans erg klein is.
  3. Huur in het buitenland een auto. Zo’n buitenlands nummerbord schrikt af.
  4. Neem geen boodschappen mee vanuit Nederland. Zodra men een pot Calvé pindakaas of doos Vencodrop ziet, ben je verloren.
  5. Kleed je naar de plaatselijke gebruiken. Als dat betekent dat je er uit moet zien als een Engelse sloerie (te korte rok, al dan niet een string aan en een topje dat 3 maten te klein is), dan moet dat maar. Onthoud: driekwartbroeken en sokken in sandalen zijn een no-no.
  6. En het klinkt misschien heel ongezellig, maar praat niet met je (reis-)partner als er landgenoten in de buurt zijn. Eén verstaanbaar woord Nederlands en je wordt meteen besprongen.

Mocht je na het lezen van het bovenstaande ietwat depressief worden, wees dan gerust. Niet alle Nederlanders zijn vervelend op vakantie. Er zitten best leuke mensen tussen, maar dan moet je wel even zoeken. Als je daar tenminste de behoefte aan hebt, anders gewoon mijn advies opvolgen en lekker je eigen gang gaan. Doe ik ook en dat bevalt  prima!