Oostvaarder blues

Piazza Navona, Fontana del Nettuno (Rome)

Sinds een aantal maanden zit ik regelmatig in de trein van Groningen naar Amsterdam. Onderweg kom je dan langs het natuurgebied Oostvaardersplassen. In dit natuurgebied leven grote kuddes paarden, herten en runderen. Loslopend wild dus. De afgelopen week heb ik geen enkel wild beest gespot, met uitzondering van een roofvogel die te zwaar zat te wezen op een ernstig doorbuigende tak. Mogelijk zat het overige wild verscholen achter het welig tierende jacobskruiskruid, om zich onzichtbaar te maken voor de in kaki geklede verrekijker-wandelaars. Ik kan me voorstellen dat je er een keer zat van bent om constant begluurd te worden en dat het dan best leuk kan zijn om onverwacht achter de struiken vandaan te schieten om zo’n wandelaar de stuipen op het lijf te jagen. Maar ik vrees dat de beesten elders hun heil hebben gezocht.

In de winter vind ik de Oostvaardersplassen een desolate plek. Gegeseld door regen en wind, schuilen de konikpaarden al blauwbekkend bij elkaar. Je ziet ze van afstand huiveren van de kou. Ik kan het niet helpen, maar ik vraag me af of zo’n paard dan niet denkt dat ‘ie voor hetzelfde geld bij Anky in de manege had kunnen staan. Lekker warm en droog, beetje trainen op een ritmisch dansje. En dat ‘ie liever op hiphop danst, maar dat dat blijkbaar niet past in het Olympische programma. Best wel saai, eigenlijk. Dan maar oefenen op de drievoudige cherry flip en kijken of je als toegift toch mag stagediven van Anky. Alles beter dan in weer en wind op de Oostvaardersplassen te moeten staan. Hoewel dat misschien weer de voorkeur heeft boven een manege voor kleuters, van die ongeleide projectielen die altijd te hard aan je hoofdstel rukken. En dat je die kleuters dan wilt bijten, maar dat je weet dat je bij zo’n actie meteen bij de paardenslager belandt. Het leven van een paard gaat niet over rozen.