De dwalende planner

Amsterdam

Ik kan er niets aan doen, maar ik houd van plannen. Geef mij een reisbestemming en ik ga helemaal los op vliegticketsites, booking.com en airbnb. Als vervoer en slaapplek eenmaal geregeld zijn, verdiep ik mij graag in het culturele en culinaire aanbod van de stad naar keuze. En ondertussen weet ik dondersgoed dat ik een hekel heb aan volgeplande dagen en bovendien kom ik altijd ergens anders terecht dan dat ik dat van te voren had bedacht. Want ik dwaal graag en veel. Liefst met camera, maar ook vaak zonder. Bij het dwalen kom je regelmatig op plekken terecht die niet in de reisgidsen staan en daar wordt het ontdekken van een stad zoveel leuker van. Omdat je dan je nek niet breekt over selfiestick-dragende Chinezen en ander toeristisch volk. Meet the locals, maar dan in het echt, zonder ‘lokale’ gids.

Binnenkort mag ik van mezelf weer een paar nachtjes in Amsterdam verblijven. Het zoeken van een leuk en betaalbaar airbnb-adres bleek een uitdaging te zijn. Had ik mijn zinnen gezet op een plekje in Oud-West, want ik ben toch wel nieuwsgierig hoe het gaat met het meisje met de 3 hoogtepunten, uiteindelijk ben ik met een omweg beland in De Pijp. Een leuke studio in een, naar alle waarschijnlijkheid, studentenhuis. Voor het culinaire gedeelte van mijn trip heb ik al de nodige tips gevraagd en gekregen. Ik hoop op terrasjesweer en ben benieuwd of het terrasgeleuter anders zal zijn dan in West. Voor mijn vrije vrijdag heb ik al een planning klaarliggen: ontbijt – Stedelijk – lunch – FOAM – diner – culturele avondbesteding. Dus daar zal wel weer helemaal niets van terechtkomen. De kans is aanwezig dat ik toch besluit om een obscure kamertjesroute te gaan fietsen, op zoek naar ranzige mannetjes die alleen vrouwen in hun kamertjes willen hebben. Camera mee!

Familiedag

minion familyEr zijn families die ieder jaar vol enthousiasme een familiedag vieren. Gezellig met elkaar een dagje uit of, als het erg tegenzit, een heel weekend. Ik heb mijzelf altijd gelukkig geprezen dat ik niet tot zo’n familie behoor, ik houd niet van die verplichte gezelligheid. Nu kom ik mijn familie tegenwoordig alleen nog maar tegen bij crematies en ik moet toegeven dat dat niet de meest ideale omstandigheden zijn. Je kan dus wachten op het moment dat meer mensen dat gevoel hebben en iemand vanzelf gaat brullen dat we een familiedag moeten organiseren. En jawel, vorige maand kwam dat moment voorbij en voordat ik het in de gaten had, was er ook al een datum gepland. Zaterdag 22 augustus was de heuglijke dag. Plaats van het feestgedruis: familiepark Nienoord in Leek. Een speeltuin. Voor kinderen. Living hell, waarom hebben wij zoveel peuters en kleuters in de familie? En waarom moet ik, de kinderloze, daar onder lijden? Zelfs de agenda in mijn Samsungetje zag de bui al hangen, de autocorrectie noteerde heel braaf een familiedrama in Niet Oort te Leek.

Met lood in de schoenen stapte ik op zaterdagmiddag in de auto, mijn ouders veilig ingesnoerd achterin. Het kinderslot geactiveerd, want je weet maar nooit of ze de autogordel toch zelfstandig los kunnen krijgen. Als eersten aanwezig, altijd goed voor een paniekmoment bij mijn ouders, want waar is de rest van de familie. “Half 2 is half 2 en het is bijna half 2, waar blijven ze.” Vaders in een sukkeldrafje terug naar de parkeerplaats om de kudde bijeen te drijven. Het is bij tijd en wijle net een bordercollie, die vader van mij. Vervolgens chaos bij de kassa. Groepskorting, want wij zijn met ons 28-en, allemaal apart afrekenen en het liefst contant. Want van de kassadame mag er maar één pinnen, anders raakt de boel in de war. Heerlijk efficiënt, ik houd er van. Maar eenmaal binnen de poorten hebben wij ons prima vermaakt. Vaderlief is tot onze grote vreugde nog in het water gedonderd. Eigen schuld, als man van bijna 80 kan je niet meer als een jonge god op een evenwichtsbalk gaan huppelen. De achterneefjes en –nichtjes in de zoveelste graad blijken allemaal heel lief te zijn en ik heb maar één potentiële kandidaat gezien die mijn titel van ‘Meest ondeugende en ondernemende kind van de familie’ kan overnemen. Bijna twee, maar hij heeft alle kwaliteiten in zich om na bijna 50 jaar de kroon van mij over te nemen. De dag hebben we afgesloten met een etentje en ik moet bekennen dat ik, ondanks mijn jeukerige gevoelens over het fenomeen Familiedag, een gezellige dag heb gehad. Want ik heb best wel een hele leuke familie en dat kan lang niet iedereen zeggen. Ik denk dat ik ze maar houd.

Amsterdamse kamertjes

too-good-to-be-trueWonen in Groningen, werken in Amstelveen. Het kan best, maar dat heen en weer gereis moet niet tot in de eeuwigheid duren. Dan maar eens voorzichtig op Funda kijken. Om een globaal beeld te krijgen van de huizenprijzen in Amsterdam en omstreken. Nu weet je dat die prijzen hoger zijn dan in het noorden van het land, maar ik vind het allemaal wel erg overdreven duur. Voor de prijs van een eenkamerappartement van 25m² in Amsterdam krijg je in Groningen een paleisje met 6 slaapkamers, 3 badkamers, 2 garages, een tuin, een helikopterdek en een aanlegsteiger voor het vliegdekschip. Een koopwoning in Amsterdam behoort niet tot de mogelijkheden, tenzij je uitwijkt naar de buitenwijken. Maar als ik dan toch richting het westen ga, dan wil ik wel een beetje leuk wonen. Dus winkels, cafés, restaurants en een ruim cultureel aanbod op loopafstand.
Een 2
e
optie is blijven wonen in Groningen en kijken of ik voor doordeweeks een leuk kamertje in Amsterdam kan vinden. En dan wordt het pas echt interessant op het wereldwijde web. Via websites als kamernet.nl en kamertje.nl kom je, naast nette advertenties, toch een hoop obscure verhuurders tegen. Bijvoorbeeld zo’n man die als enige tekst ONLY WOMAN!!! heeft staan in zijn advertentie. Daar heb ik dan meteen zo’n beeld bij van een vieze, oude man die om de haverklap bij je in de kamer staat. Of die stiekem camera’s heeft opgehangen. Naakt dansen in je kamer wordt dan meteen een stuk onaantrekkelijker.
Ik vind iedere advertentie met weinig informatie sowieso dubieus. Mensen die zich als verhuurder, ‘verhuurder’, ‘voornaam’, of ‘A’ noemen, vertrouw ik niet. Even een volledige voornaam en een foto, graag! En een uitgebreide beschrijving van de kamer en bijbehorende faciliteiten zou eveneens wel fijn zijn. Zeker bij de prijzen die men vraagt voor die kleine kamertjes. Hoewel er soms ook ruime kamers voor een laag bedrag in een uiterst gewilde buurt worden aangeboden. Die vertrouw ik dus ook niet.
Verder zal ik niet reageren op teksten als “Hoi hoi, ik ben Anne-Jolijt en samen met Marie-Fleur en Sophie ben ik op zoek naar een kamergenootje. Wij houden van uitgaan, samen spelletjes spelen en zo, maar we doen niet alles samen. Wel veel.” Mama hier zal waarschijnlijk slapeloze nachten krijgen als de hockeymeisjes samen op stap zijn en te laat thuiskomen. Daar pas ik dus niet tussen, ik ben geen babysitter.
Kortom, ik heb nog niets geschikts kunnen vinden op fietsafstand van kantoor. Die fiets staat inmiddels te pronken in een rek bij station Amsterdam Zuid. Als iemand nog een fijn kamertje op een leuke plek weet, dan houd ik me aanbevolen!

 

Tussen wal en schip

Vorige week in het nieuws: Kleuter van 5 verdrinkt puppy. Mijn eerste gedachte was: wat een eng kind. Om daarna meteen te denken: wat moet er van dat kind terecht komen? Want ik heb ooit zo’n kind gekend. Een kind met een hersenbeschadiging, opgelopen tijdens de geboorte. Met een vader die hem negeerde en een moeder die niet wilde toegeven dat haar kind ‘anders’ was. Want hij was anders en dat kon je hem niet kwalijk nemen. Kinderen in de buurt waren bang voor hem, omdat hij ze tot bloedens toe kneep. Mijn moeder gaf mijn broertje de raad mee om, bij een dergelijke actie, meteen een tik terug te geven. Die tik heeft ervoor gezorgd dat dat jongetje maar één vriendje had waar hij tegenop keek en dat was mijn broertje. Het mannetje kwam daarna veel bij ons over de vloer en hij moet dat, terugkijkend op die periode, als een veilige omgeving hebben beschouwd. Hij noemde mijn ouders oom en tante en wist dat er bij ons thuis duidelijke regels waren over wat er wel en wat er niet kon.
Waar ik het eerst aan moest denken toen ik het puppy-nieuws las, was de cavia. A, laten we hem voor het gemak maar zo noemen, was ervan overtuigd dat cavia’s kunnen stuiteren. Nu geef ik toe dat die beesten in opgerolde vorm veel op een tennisbal lijken, maar stuiteren doen ze toch echt niet. De cavia heeft het stuiteravontuur niet overleefd, maar A was zich geen kwaad bewust want hij was heilig overtuigd van zijn gelijk. Dat hij het arme beestje pijn heeft gedaan, kwam niet in hem op.

Kleine jongetjes worden groot en voor A betekende dat dat ook de problemen groter werden. Was hij op de lagere school al een buitenbeentje, op de middelbare school werd dat niet veel beter. Hij wilde er graag bij horen en deed zich stoerder voor dan hij in werkelijkheid was. Andere jongens daagden hem uit om idiote en gevaarlijke dingen te doen, hij zei nooit nee. En dat terwijl hij doodsbang was, helaas was de drang om er bij te horen groter dan zijn angst.
Als jongvolwassene kon A geen baan houden, want hij hield zich nooit aan de afspraken. Andere mensen, van het nare soort, maakten graag misbruik van hem voor hun eigen gewin. Want A was te bang om tegen te sputteren. Hij is jong overleden, op een pijnlijke manier, alleen in zijn eigen huisje. Mijn moeder zei, toen ze het nieuws hoorde: wat moet dat kind bang zijn geweest. Want voor ons bleef hij altijd dat kleine kind. Te goed voor een inrichting, maar te slecht om in de ‘normale’ maatschappij mee te draaien. Voor het kereltje dat de puppy heeft verdronken, hoop ik dat hij adequate hulp krijgt. Anders ben ik bang dat ook hij tussen wal en schip beland.

Baard

Mijn vorige columnMusei Vaticani lokte de reactie uit dat er toch veel meer categorieën ‘man’ zijn dan de drie die ik heb opgesomd. Dat is natuurlijk ook zo, maar drie hoofdsoorten man leek mij eerst wel voldoende. Bovendien moet een column kort zijn, ik krijg nooit al die subcategorieën ‘man’ in één tekstje gepropt. Nu ben ik ook niet van plan om elke week iets te gaan schrijven over mannen, maar ik moet toch echt iets zeggen over mannen met baarden. Eerlijk is eerlijk, ik heb er nooit wat aan gevonden, zo’n man met een baard. Mijn prilste herinnering aan een baardman is gekoppeld aan een man in een jurk. Hij heet Sinterklaas en zeg nu zelf, dat is echt geen woest aantrekkelijke kerel. Hij is ruim 1700 jaar oud, draagt dus een jurk, heeft een fout hoofddeksel, loopt interessant te doen met een staf en is altijd opgezadeld met een schimmel. Alleen paardenmeisjes zullen dat laatste leuk vinden en ik ben géén paardenmeisje. Ook in mijn schooltijd waren vele onderwijzers en leraren uitgedost met een baard. Niet keurig gestyled zoals tegenwoordig het geval is, maar van die woeste wildgroei-gevallen. Als je goed keek, kon je zien wat ze de afgelopen week hadden gegeten. Dus keek je liever niet. Diezelfde mannen droegen geruite overhemden, corduroy broeken en hadden vaak een hele foute bril. Nog drie redenen om niet naar ze om te kijken.
Maar gelukkig, tijden veranderen en zelfs ik heb het afgelopen jaar een waarderende blik laten dwalen over een paar bebaarde mannen. Nu weet ik niet zeker of het aan de keurig gestylde baarden lag of aan het feit dat die mannen er gewoon goed uitzagen. De barman had een leuke lach en mooie blauwe ogen en die man in de trein had hele lieve, mooie bruine ogen. En nu ik dit zo teruglees weet ik wel zeker dat het niet aan de baard lag. Het zit ‘m toch altijd in de mooie ogen.