Baard

Mijn vorige columnMusei Vaticani lokte de reactie uit dat er toch veel meer categorieën ‘man’ zijn dan de drie die ik heb opgesomd. Dat is natuurlijk ook zo, maar drie hoofdsoorten man leek mij eerst wel voldoende. Bovendien moet een column kort zijn, ik krijg nooit al die subcategorieën ‘man’ in één tekstje gepropt. Nu ben ik ook niet van plan om elke week iets te gaan schrijven over mannen, maar ik moet toch echt iets zeggen over mannen met baarden. Eerlijk is eerlijk, ik heb er nooit wat aan gevonden, zo’n man met een baard. Mijn prilste herinnering aan een baardman is gekoppeld aan een man in een jurk. Hij heet Sinterklaas en zeg nu zelf, dat is echt geen woest aantrekkelijke kerel. Hij is ruim 1700 jaar oud, draagt dus een jurk, heeft een fout hoofddeksel, loopt interessant te doen met een staf en is altijd opgezadeld met een schimmel. Alleen paardenmeisjes zullen dat laatste leuk vinden en ik ben géén paardenmeisje. Ook in mijn schooltijd waren vele onderwijzers en leraren uitgedost met een baard. Niet keurig gestyled zoals tegenwoordig het geval is, maar van die woeste wildgroei-gevallen. Als je goed keek, kon je zien wat ze de afgelopen week hadden gegeten. Dus keek je liever niet. Diezelfde mannen droegen geruite overhemden, corduroy broeken en hadden vaak een hele foute bril. Nog drie redenen om niet naar ze om te kijken.
Maar gelukkig, tijden veranderen en zelfs ik heb het afgelopen jaar een waarderende blik laten dwalen over een paar bebaarde mannen. Nu weet ik niet zeker of het aan de keurig gestylde baarden lag of aan het feit dat die mannen er gewoon goed uitzagen. De barman had een leuke lach en mooie blauwe ogen en die man in de trein had hele lieve, mooie bruine ogen. En nu ik dit zo teruglees weet ik wel zeker dat het niet aan de baard lag. Het zit ‘m toch altijd in de mooie ogen.

Een gedachte over “Baard

  1. Pingback: Hipster of Oerman | Marita's overpeinzingen

Reacties zijn gesloten.