Brabantse mannen

Waarom leven vrouwen langer dan mannen? En of ik daar niet iets over kan schrijven? De man die mij deze vragen stelde, had het antwoord best wel kunnen googelen. Vrouwen hebben een beter immuunsysteem. Tel daarbij op dat mannen meer zuipen, meer roken én roekelozer zijn dan vrouwen. En mannen worden vaker vermoord. Geen ingrediënten voor een lang leven. Man in kwestie is trouwens van mening dat de stress die mannen van vrouwen krijgen, ook een belangrijke bijdrage levert aan het stervensproces van de man. Want hij moet de vuilniszakken buiten zetten. Hij heeft gelijk. Een vrouw die nu nog durft te beweren dat het op de wereld zetten van een kind zwaar is, moet zich de ogen uit de kop schamen. Vuilniszakken buiten zetten; dát is pas een zware bevalling!
bierNu zit hij als Brabander sowieso in de gevarenzone. Feit is namelijk dat in ons kikkerlandje Brabanders veruit het meeste zuipen. Iedere Brabander die ik ken, voldoet ook aan dit beeld. Met liefde. Laat het woord bier vallen en de Brabander staat al te kwispelen bij de voordeur. Sterker nog, hij hangt al met zijn hoofd onder de tap. Door de overmatige bierconsumptie wordt er in Brabant ook veel over straat gezwalkt, Brabanders zijn dan ook de uitvinders van het dweilorkest. Dweilen. In de zin van doelloos, dan wel dronken op straat rondzwerven. Echt waar, het heeft helemaal niets met schaatsen uit te staan, zo’n dweilorkest. Het dweilend over straat gaan, heeft weer als nadeel dat men vaak ongecoördineerd loopt rond te zwalken. Een ongeluk zit dan in een klein hoekje. Of een stevige matpartij. Helpt ook allemaal niet voor een lekker lang leven.
Mijn voorzichtige conclusie? Brabanders halen de gemiddelde levensduur van de man fiks naar beneden. De vraag is alleen wie er meer lol heeft gehad in zijn leven; de dweilende Brabander of de ‘ik-onthoud-mij-van-alles’-man.
Brabanders … en zij leefden nog kort en gelukkig.

Mode

modeBen ik modebewust? Mwah, dat valt wel mee. Ik heb de neiging om al gauw voor comfortabel te gaan en in huiselijke kring loop ik het liefst rond in een joggingbroek, T-shirt en oude trui. Het ziet er niet uit en mocht ooit het huis in de fik vliegen dan ga ik me eerst omkleden, voordat ik me laat redden door de brandweer. Alleen op het gebied van lingerie heb ik een dure smaak en daar mogen maar weinig mensen van meegenieten. For my eyes only, zoiets.
Snap ik mode? Nee, niet echt. Vooral de, in mijn ogen, onpraktische combi’s die vrouwen menen te moeten aantrekken. Neem nou de nieuwe wintermode. Het wordt koud en volgens de modegoeroe’s doen wij vrouwen er goed aan een dikke, gebreide jurk aan te trekken. Met stoere laarsjes. En dan krijg je een foto voorgeschoteld van een Miss Skinny in zo’n trui-jurk en zulke laarsjes, maar met blote benen. Kind, trek toch een broek aan, zo krijg je het nooit warm! Ik zou er niet in rond gaan fietsen, tenzij ik graag een blaasontsteking wil oplopen. En ook in bus, tram en trein is de kans groot dat je last krijgt van ernstige tochtproblemen. Thermisch ondergoed is het advies en daar trek je dan een isolerende legging en een warme broek over aan. Lekker behaaglijk. En broeierig. Je hebt het in ieder geval niet meer koud. Alleen als je de behoefte voelt opkomen om iemand te verleiden, dan zou ik voor de blote benen gaan. Maar dan wel voor de open haard, bevallig gelegen op een schapenvel. Succes!

Op kamers

shopEen zoektocht van een kleine 2 maanden langs allerlei obscure kameradvertenties en bijzondere kamerverhuurders heeft me dan eindelijk een kamer opgeleverd. Geduld is een schone zaak, want deze kamer is een lot uit de loterij en op een door mij gewenste locatie in Amsterdam. Alleen, het is wel een dure bedoening, dat ‘op kamers wonen’. En dan heb ik het niet over de huur. Want ook al is de kamer volledig gemeubileerd, je voert toch 2 huishoudens. Volgens mijn bescheiden mening moet ik daarom in ieder geval een dubbele garderobe aanschaffen. Ik ga natuurlijk niet elke week alle kleding, schoenen en lingerie van Groningen naar Amsterdam en vice versa verslepen. Dat betekent shoppen. Een activiteit waar ik geen fan van ben, maar als ik ook in Amsterdam voor de kast wil staan dralen om te bepalen wat ik ga aantrekken, zal ik wel moeten. Nu ben ik van het efficiënt shoppen, oftewel een lijstje maken en dat in een sneltreinvaart afwerken. Pinpas paraat, stopwatch ingedrukt en sprinten maar, zoiets. Nu is de herfstvakantie niet het meest geschikte moment om winkels af te draven. Er bestaan namelijk moeders die om onduidelijke redenen het leuk vinden om met hun kinderen te gaan winkelen. De meeste kinderen vinden winkelen helemaal niet leuk. Tenminste, dat maak ik op uit het gekrijs en geblèr dat uit menig keeltje komt. Even afgezien van dat kereltje dat wild enthousiast met een bh op zijn hoofd door de V&D rende. Mama gillend door de winkel; ‘Wèslèèèy, hang onmiddellijk terug!’ Het hoofd van Wesley had trouwens een grotere cupmaat dan de borsten van Sylvie van der V. Maar dit geheel terzijde, alle andere aanwezige kinderen wilden op z’n minst een ijsje of gewoon terug naar huis. Zoals het hoort.
Gelukkig kon ik wel snel weer naar huis. Een paar kledingstukken rijker en een kapitaal armer. Op kamers, je moet er wat voor over hebben.

Vijftig

hb6Vijftig. Ja, ik. Vandaag de hele dag. Volgens de kenners heb ik wederom een mijlpaal in mijn bestaan gehaald. Zelf heb ik nog nooit iets begrepen van dat spastische gedoe rondom het bereiken van zo’n decennium-leeftijd. Als je tien wordt, ben je eindelijk een tiener. Nou, wat een feest. Wie wordt er nu blij van de 1e en alle daaropvolgende menstruaties, jeugdpuistjes, algehele onhandigheid en pubergedoe. Kreeg op m’n tiende een bril, om de ellende nog groter te maken. Paul van Vliet heeft ooit eens een mooi lied geschreven over meisjes van dertien (…niet zo gelukkig), dat dekt de lading heel aardig.

Je wordt twintig, eindelijk volwassen. Onzin, want wat is dat eigenlijk, volwassen? Wikipedia geeft uitkomst: ‘We noemen iemand een volwassene als die zelfstandig, dus zonder de hulp van anderen, kan handelen. Dit is een wat rekbare definitie, want niet iedere volwassene kan zich op elk moment en in elke situatie redden. Iemand die geen fietsband kan plakken, zal de hulp in moeten roepen van een fietsenmaker. Het besluit om dat te doen, kan wel zelfstandig worden genomen.’  Hm, volgens deze definitie was ik al vroeg volwassen. Op zeer jonge leeftijd heb ik namelijk besloten dat er andere wezens op deze planeet zijn die heel goed allerlei vervelende karweitjes voor mij kunnen opknappen. Gewoon een kwestie van de blauwe ogen opslaan en lief kijken. Nog nooit zelf een band hoeven plakken, dankzij het wezen dat Man wordt genoemd.

En dan word je dertig. Voor veel mensen een reden om heel erg serieus tegen je te gaan doen. Als je een relatie hebt, krijg je onvermijdelijk de vraag of het niet eens tijd wordt voor kinderen. Alsof dat allemaal zo vanzelfsprekend is. En als je geen relatie hebt, dan krijg je van die bezorgde opmerkingen als ‘wordt het niet eens tijd, want alleen is ook maar alleen.’ Als je pech hebt, heb je een idioot in je omgeving die je met liefde een datingsite op probeert te duwen. Nee, dankjewel, ik denk dat ik vanzelf wel over hem struikel. Ergens, ooit eens. En als het niet gebeurt, vergaat de wereld echt niet. Tenzij je het aloude ideaal van huisje-boompje-beestje aanhangt, dan wordt het vervelend. Maar gelukkig is dat nooit mijn ideaal geweest.
Met veertig roept men met nauwelijks verholen enthousiasme dat je nu van middelbare leeftijd bent. Een vreselijke term, klinkt erg naar steunkousen, sherry en huisvrouwenpermanent. Gelukkig ben je in je veertiger jaren af van het gezeik over kinderen, hoewel er altijd wel zo’n gezelligerd is die je wijst op de nieuwste kind-fabriceer-technieken met daarbij de mededeling dat het best nog wel kan. Dat zal, maar voor mij hoeft het niet.

hb3En nu ben ik vijftig. De laatste maanden had ik het gevoel dat mijn omgeving daar toch wel heel erg mee bezig is geweest. De een meldt monter dat het vanaf vijftig alleen maar bergafwaarts gaat. De ander bekijkt je decolleté en zegt vol verbazing dat het er allemaal nog mooi uitziet en ‘zo zonder rimpels’. Hoezo rimpels in mijn decolleté?! Waarom moet ik daar in vredesnaam rimpels hebben? Ik heb de afgelopen jaren kapitalen besteed aan goed verpakkingsmateriaal voor de dames, dus rimpels wil ik in die regio beslist niet zien. Maar blijkbaar gaat na je vijftigste van alles hangen en rimpelen aan je lichaam. Ik heb zicht op de stand van mijn borsten, maar mijn billen vind ik een stuk lastiger om in de gaten te houden. Nu denk ik dat ze nog steeds op de plek zitten waar ze horen te zitten, ik voel in ieder geval niets tegen mijn knieholtes slaan, maar mocht iemand daar een andere mening over hebben dan hoor ik het graag. Als klapper op de vuurpijl een opmerking die ik een paar weken geleden om mijn oren kreeg geslingerd: ‘Jij wordt vijftig? Jeetje, dan ben je een oud wijf…’ En vervolgens kwam er met enige verbijstering in de stem het volgende achteraan: ‘Maar hé, je ziet wel heel erg goed uit voor je leeftijd.’ Alsof ik net ben opgegraven in een Egyptische graftombe en de archeoloog heeft geconstateerd dat ik er na ruim 2300 jaar nog mooi bijlig. Ik zie het maar als een compliment.

Leeftijd? Ik vind het niet belangrijk. Natuurlijk ben ik geen zestien meer, toen kon ik met gemak wat nachten doorhalen. Nu lukt me dat één nacht en moet ik daar vervolgens een week lang van herstellen. Minimaal. En ja, ik heb wat grijze haren, pigmentvlekjes en een enkele rimpel. Daar lig ik echt niet wakker van. Want ik voel me prima, ik heb een goed leven, een leuke baan en veel fijne mensen in mijn omgeving. Iedere dag is er één, geniet van de kleine dingen in je leven en wees dankbaar voor wat je hebt. Op naar de dag van morgen!
(Enne, gefeliciteerd met mij!)

Hipster of Oerman

baard5Hipsters. Dat zijn van die vage types met een baard, snor, flanellen ruitjesoverhemd, muts op de kop en een foute bril. Hipsters zetten zich af tegen de mainstream, maar inmiddels heb je zoveel van die baardmannen dat ze zelf mainstream zijn geworden. Dan moet er toch iets anders aan de hand zijn, want die wildgroei aan baarden is opvallend.  Er bestaan zelfs mannen die aan de baardhaartransplantatie gaan. Waarom in vredesnaam? Gelukkig heb je altijd wel ergens een wetenschapper die dit soort zaken graag onderzoekt en wat blijkt; de hipsterbaard is ontstaan door de druk die mannen voelen door de aanwezigheid van andere mannen. Mannen willen door zo’n baard agressiever lijken. Oftewel, hoe schakel je de concurrentie uit op het liefdespad. Ons vrouwen wordt niets gevraagd, wij moeten maar accepteren dat de heren elkaar al grommend in de baardharen vliegen om de vrouw naar keuze te kunnen veroveren. Heeft het testosteronbommetje de strijd gewonnen, dan wordt de vrouw waarschijnlijk aan haar haren de mancave ingesleurd. En dat verklaart weer waarom er veel vrouwen zijn met een kortpittig kapsel. De grote klauwen van de Oerman hebben immers geen grip op korte haartjes. Vrouwen met meer haar op het hoofd moeten het ergste vrezen. Want wat gebeurt er als Oerman je eenmaal heeft binnengehaald? Staat hij dan ieder weekend in een weiland woest te zwaaien met zijn knuppel? Om vervolgens een onschuldige koe een kopje kleiner te maken? Een koe die hij mee naar huis sleept en dan triomfantelijk voor jouw bed deponeert? ‘Kijk eens vrouw, wat ik voor jou heb gevangen.’ Dan kan je toch beter een kat nemen. Die slepen tenminste kleinere beesten het huis binnen, dat geeft aanzienlijk minder troep.

Lieve mannen, van mij hoeft het niet hoor, zo’n baard. Met minder haar, waar dan ook op het lichaam, kunnen jullie ook best heel erg aantrekkelijk zijn. Er is niets mis met een fris geschoren gezicht en aangezien er geen haar voor/boven/naast/onder de mond hangt, zijn jullie ook veel beter verstaanbaar. Liever een man waarmee je een goed gesprek kunt voeren dan zo’n exemplaar dat naar je gromt. Grommen is niet romantisch en zonder romantiek geen liefde. Dus!

Zonder thema geen feest

hb4Heb ik net met pijn en moeite de Familiedag overleefd, bedenkt een van mijn lieftallige neefjes dat het heel leuk is om zijn verjaardag in stijl te gaan vieren. Met diezelfde Familiedag-familie, minus 8 kinderen. Dat is nog tot daaraantoe, maar blijkbaar wordt er van mij verwacht dat ik van iedere bijeenkomst een verslag ga schrijven. Om de buitenwereld vooral te laten weten hoe geweldig wij wel niet zijn. Want dat zijn we, zolang we de foto’s maar niet laten zien.

Verjaardagen. Ik geef het meteen toe, ik vind er helemaal niets aan. Dat traditionele Nederlandse gedoe van kringzitten, slagroomtaart, een bak chips, borrelnootjes, blokjes kaas en stukjes worst. En als je mazzel hebt, één lullige bitterbal. Mannen die over voetbal kwekken alsof ze er verstand van hebben en vrouwen die de laatste roddels uitwisselen. Vreselijk. Ik vreesde dan ook het ergste toen ik een uitnodiging kreeg voor de 40e verjaardag van neefje lief. Kringzitten in het Drentse Zeijen staat niet hoog op mijn verlanglijstje. Sterker nog, het staat helemaal niet op mijn lijstje. Maar de beste jongen wist mij te verrassen, het werd een themafeestje in de lokale kroeg. De jaren 70 van de vorige eeuw, want het joch is geboren in 1975, graag in stijl gekleed komen. Er bestaat dus toch nog iets ergers dan kringzitten; verkleedpartijtjes! En aangezien iedereen enthousiast in de verkleedmodus gaat, moet je ook wel ‘gezellig’ meedoen. Want anders loop je zo vreselijk voor lul, als je gewoon als jezelf gaat. Dus enigszins in paniek op zoek naar een gepaste look. Hippie of disco? Nee, punk! Maar dan zonder de veiligheidsspelden in het lichaam. Foute make-up, veel zwart, rokje, bloesje, geruite panty en mijn good old Doc Martens. Kan best.

Eenmaal in Zeijen, bleken veel van de familieleden en andere genodigden voor de gemakkelijke weg te hebben gekozen. De hele zaal stond vol met hippies. Als punkertje val je dan wel op, gelukkig was Abba ook vertegenwoordigd, net als de cast van Grease, en trof ik een rockende hanenkam aan. Toevallig allemaal familie. Dan denk je dat verkleden voldoende is, maar dan moet er ook nog gedanst worden. Daar zijn wij in de familie geen fan van, wij observeren liever. Totdat er voldoende bier in het systeem zit, dan gaan we los en hoe. Niet geschikt voor kijkers onder de 18, het beeldmateriaal houden we dan ook mooi voor onszelf. Via de groeps-WhatsApp, hoe hebben we ooit zonder gekund, heb ik de meest vreselijke dingen voorbij zien komen. Maar, net als de Familiedag, was dit een uiterst geslaagd feest! Thanks, M.!

Fietsenmannetjes

Omdat ook mijn lichaam soms behoefte heeft aan beweging, heb ik sinds een week of 6 een fiets staan in Amsterdam. Om heen en weer te crossen tussen station Zuid en Amstelveen Centrum. Het fietsje is een oude barrel van mijn moeder. Volgens haar is de Raleigh een collectors item, volgens de Amsterdammers in mijn omgeving niet de moeite waard om te stelen. En tot op heden klopt die laatste bewering.
fietsVoordat ik de fiets naar Amsterdam kon brengen, moest er nog wel iets aan gebeuren. De achterband had een niet te traceren lek, volgens mijn vader. Pa heeft de fiets naar de fietsenmaker gebracht met het verzoek een nieuwe binnenband te plaatsen. Hoe moeilijk kan zo’n opdracht zijn. Heel moeilijk, want fietsenmannetje 1 was heel enthousiast op zoek gegaan naar het lek en warempel, hij had ‘m gevonden. En dus de boel maar geplakt. Kostenbesparende actie van de beste man, maar niet eentje waar ik heel gelukkig van werd. Want de band had opeens zo’n gezellige bobbel, waardoor je het gevoel kreeg dat je iedere dag op de kasseien van Parijs-Roubaix aan het fietsen was, in plaats van op het fietspad tussen Amsterdam en Amstelveen. Dat kon niet lang goed gaan en inderdaad, afgelopen maandag trof ik mijn fiets aan met een lege achterband. Tegen beter weten in heb ik de boel opgepompt en toch maar op de fiets richting station. Er gaat niets boven een ritje op de velgen. Gelukkig zit er bij de fietsenstalling op Zuid een fietsenmaker. Wel eentje met een gebruiksaanwijzing, want blijkbaar mag je alleen ’s ochtends een fiets ter reparatie aanbieden. Of ik dan wel de volgende ochtend wilde terugkomen, alsof je überhaupt een keus hebt. De volgende ochtend min of meer fris uit de trein gerold en braaf de fiets ingeleverd bij het reparatiemannetje. Met het dringende verzoek om een nieuwe binnenband in de achterband te plaatsen. Dat kon, maar dan werd het wel de volgende dag want druk, druk, druk. Vooruit, waarom ook niet. Op de woensdagmiddag heb ik mij blijmoedig gemeld bij fietsenmannetje 2 om de fiets op te halen. Een rekening van € 7,50. Dat leek mij wat weinig voor een nieuwe binnenband, toch maar even vragen of ze de band hadden voorzien van plakkertjes. Nou nee want de mannen plakken niet, die plaatsen alleen maar binnenbandjes. Dan samen maar even de fiets checken. ‘Hé, die achterband is zacht, was dat al zo?’ Ehhhh pretletter, dat is nou precies de reden waarom die fiets hier staat. ‘Nou, dan moeten we er morgen maar weer mee aan de slag’. Goh, zou je denken. Eén van de mannen, hele aardige kerels trouwens, stelde voor dat hij de band zou oppompen zodat ik naar huis kon fietsen. Heb hem maar uitgelegd dat ik niet van plan was om naar Groningen te fietsen. Dat begreep hij gelukkig.
Vandaag was het D-day. Donderdag. Tot mijn grote vreugde was de fiets eindelijk gerepareerd en hoefde ik mij van ellende niet te bezatten in een nabijgelegen café. In plaats daarvan ben ik bobbelloos naar mijn ‘favoriete’ buitenstalling aan de Parnassusweg gefietst. Nu maar hopen dat mijn collectors item daar volgende week nog staat.