Hormonen

Ieder jaar neem ik me voor om geen lijstje in te leveren voor de Top2000. Want het is onbegonnen werk om uit die duizenden mooie nummers een keuze te moeten maken en ieder jaar kom ik erachter dat ik juist dat ene nummer vergeten ben aan te vinken. Maar goed, afgelopen zaterdag vond ik het nodig om het goede voorbeeld van Facebook-vrienden te volgen en heb ik toch maar weer een lijstje gemaakt. Omdat ik best heel tevreden was met mijn keuze, heb ik de boel natuurlijk ook gedeeld op Facebook. Het duurde niet lang of een vriendin meldde zich via Messenger met de mededeling dat ze mijn lijst nog even goed had bekeken. Ja…en? Ik kreeg één woord, thema! Thema? Hoezo, thema? Snel mijn lijstje bekijken en OMG, ze had gelijk. Liefde, liefde en nog eens liefde. Toen ze ook nog eens het woord intens mijn kant op slingerde, wist ik het zeker; je moet nooit een keuze maken als je ongesteld bent. En al helemaal niet op de ik-bloed-helemaal-leeg-dag. Want nuchtere ik word eens per maand zo’n romantisch wrak. Zo’n vrouw die plots een doos tissues nodig heeft bij het aanschouwen van de reclames, helemaal soft wordt van George Clooney en dan opeens een Nespresso-apparaat wil, what else? Als mijn softe kant komt bovendrijven, is dat dus van invloed op mijn muziekkeuze. Romantiek, kan iemand überhaupt zonder? Hoe dan ook, ik bied iedereen die mijn lijst wel heel erg klef vindt, mijn nederige excuses aan. Aan de andere kant mag iedereen blij zijn dat ik geen lijst heb gemaakt nadat de wasmachine op mijn Amsterdamse adres mij in de steek liet en ik ’s avonds mijn was stond uit te wringen in de badkuip. Grote kans dat dan een lied als Smack my bitch up van The Prodigy plots hoog op mijn voorkeurslijstje terecht was gekomen. Of songs die wel heel erg over dood en verderf gaan. Waarheen, waarvoor van Mieke Telkamp bijvoorbeeld. Nee, dan maar een liefdevolle benadering. Want per slot van rekening: ‘what the world needs now is love, sweet love’.

Marita’s keuze

 

Sportschool

sportZestien jaar geleden was ik een single, petieterig ding van 55 kg dat vol enthousiasme 2x per week de sportschool bezocht. Totdat Een Man de boel danig in de war kwam schoppen. Al gauw werd de sportschool ingeruild voor gezellige hangavondjes op de bank met man. Knus met chips, borrelnoten, toastjes brie en wijn. En voordat je het weet, ben je 15 jaar en 30 kg verder. Hoe je het ook wendt of keert, van een man word je dus altijd dik. Omdat vooral die extra 30 kg mij toch wel een beetje heel erg in de weg zat, werd het hoog tijd voor actie. Oftewel:
Stap 1, zorg voor een baan ver weg, zodat je minder vaak gezellig moet doen op de bank;
Stap 2, ga aan de LAT en omarm het single leven.
Het klinkt wat rigoureus, maar het werkt echt. Heeft stap 1 al 15 kg ‘winst’ opgeleverd, met stap 2 hoop ik mezelf weer in de juiste vorm te boetseren. Dat boetseren moet plaatsvinden in een sportschool en daarvan zijn er genoeg in Amsterdam. Dus sinds vorige week train ik bij een goedkope, landelijke keten. Nu kwam ik er al snel achter dat aan ‘goedkoop’ een keerzijde zit. Op dag 1 bleek dat er wel lockers zijn, maar dan zonder slot. Bring your own hangslot, geweldig. Voordat ik kon sporten moest ik eerst met een chagrijnig hoofd naar de Action, heel praktisch naast de sportschool gelegen, om een hangslot te zoeken. Daar moet je eerst die hele winkel voor doorjakkeren, al struikelend over duizenden kerstversieringen. Vreselijk, ik haat winkelen. Maar goed, een cijferslot gevonden en mijn spulletjes veilig opgeborgen om vervolgens tot de ontdekking te komen dat ik zonder leesbril de cijfertjes op het slot niet kan lezen. En waar is mijn bril? Jawel, in de locker. Gelukkig kan ik op gevoel een slot openbreken. Toen moest er nog gesport worden. Agressie en roeien blijken heel goed samen te gaan.
Goedkoop betekent ook ‘zoek het lekker zelf uit met je cardio en zo’. Natuurlijk is er een app en staat de website vol met spannende trainingsschema’s, maar een beetje toezicht en begeleiding is toch niet verkeerd. Lijkt me. Ik hoop niet dat ik, handig als ik ben, vast komt te zitten in de chest press. Of in een ander eng apparaat. Want die keren dat ik heb gesport, zat er alleen iemand leuk te zijn achter de balie. Daar heb je dus geen ene flikker aan.
En dan die douches. Ik zou een schadevergoeding vragen aan degene die die dingen heeft ontworpen. Pluspunt, de douche werkt prima. Zo goed, dat het hele hokje zeiknat wordt. Er is geen bankje waarop je kan zitten, dus dan krijg je dat gedoe dat je je natte voeten in een schone onderbroek moet zien te wroeten. Misschien is het de bedoeling dat je naakt door de gezamenlijke kleedkamer gaat dartelen, maar daar pas ik voor. Ik heb andere vrouwen ook nog niet bloot zien rond paraderen, dus het ligt echt niet aan mij. Die gezamenlijke kleedkamer stelt trouwens ook geen ruk voor. Een wand met 100 lockers en 3 poefjes waar de dames de billen op kunnen plaatsen tijdens het omkleden. Leuk, dat trendy gedoe, maar een lange bank waar 100 bipsen op passen zou een stuk handiger zijn. Jullie merken het al, ik heb het enorm naar mijn zin op de sportschool.

Kunst met kleine k..

munchvangogh2Woensdagochtend, het Van Goghmuseum. Bij de tentoonstelling Munch : Van Gogh is het druk, veel in de weg lopende mensen met zo’n mediatourding op het hoofd. Mijn oog valt op een gezin met twee kleine meisjes, leeftijd ergens tussen de 5 en de 7. De meiskes luisteren schijnbaar aandachtig naar het verhaal op de mediaplayer. Mama vindt kunstonderwijs op jonge leeftijd belangrijk en overhoort haar dochters; ‘wat is de overeenkomst tussen beide mannen?’ Ik vind ze te jong om nu al over mannen te moeten nadenken, maar vooruit. De meisjes blijven stil totdat de jongste vol trots zegt dat ze al bij 101 is. Nee zegt mama, zij waren allebei ongehuwd en hadden een psychische aandoening. Het huwelijk en de psychiatrie, ook al past het heel mooi bij elkaar, vind ik geen onderwerpen om kleine kinderen mee lastig te vallen. Tenzij er een gekke oom in de familie ronddwaalt, dan is het handig om enige uitleg te verstrekken over psychische aandoeningen. Het jongste meisje interesseert het voor geen meter en meldt nog maar eens dat ze al bij 101 is op de mediaplayer. En eigenlijk bedoelt ze daarmee te zeggen dat ze er wel klaar mee is, met die gekke kerels die schilderijen hebben gemaakt.
Ikzelf loop rond zonder een mediaplayer. Bij het ondergaan van kunst, ook al heb ik er geen verstand van, vind ik zo’n ding erg afleiden. Ik kijk liever en lees zo nodig de bijschriften. Kunst is persoonlijk, ik vind iets mooi of lelijk. Het doet me iets of het doet me helemaal niets. Wil ik meer weten over de kunstenaar, zijn liefdesleven en al dan niet aanwezige gekte, dan lees ik wel een boek. Thuis, zonder afleidende factoren als toeristen met selfie sticks. Ja, ook in een museum kom je dat soort mensen tegen.  ‘Me, myself and I and that dude who cut off his ear.’  Gelukkig mag je in het Van Gogh op veel plekken niet fotograferen, maar dat weerhoudt sommige mensen niet om uitgebreid hun eigen snuit, én de afwezige oorlel van Vincent, op de foto te zetten. En dan maakt het niet uit dat Edvard M. en Vincent van G. regelmatig zelfportretten hebben geschilderd. Dat heet kunst, de zichzelf verheerlijkende selfie-maniakken zijn domweg irritant.

Kreeft

kreeftAls je doordeweeks als een vrijgezel leeft, betekent dit dat je jezelf moet zien te vermaken. Nu heeft me dat nooit enige moeite gekost maar daar waar ik in het verleden de huismus uithing, ben ik in Amsterdam een stuk uithuiziger geworden. Ik geef toe dat dat ook te maken heeft met het enorme culturele aanbod dat onze hoofdstad te bieden heeft. En zo kwam het, dat ik gisteravond in de bioscoop naar The Lobster zat te kijken. Fascinerende film over de nabije toekomst, waarin stelletjes de dienst uitmaken. Alleenstaanden worden naar een hotel gestuurd en moeten binnen 45 dagen een partner vinden, anders worden ze omgebouwd tot een dier naar keuze. De hoofdpersoon wil graag een kreeft worden, mocht het niet lukken met de vrouwtjes. En daar ga je dan toch over nadenken, als je alleen terugfietst naar huis. Want zo’n gemakkelijke keuze is het niet, voor ieder beest zijn wel beren op de weg te bedenken. In de film wordt de keuze voor de kreeft door een ander personage afgekraakt, omdat kreeften immers levend worden gekookt. Als je er zo over nadenkt, blijft er weinig over. Ik zou zelf wel een gezellig roofdier willen zijn, een leeuw bijvoorbeeld. Maar leeuwen eten rood vlees en dat is volgens de Gezondheidsraad heel ongezond. Ik zie mezelf als leeuw nog niet met een campinggasstelletje staan kloten op de Serengeti. ‘Nee, die gnoe moet echt goed doorbakken zijn, anders wordt de Gezondheidsraad boos.’ Dus alle roofdieren vallen af. De panda valt ook af, vanwege het eenzijdige bamboedieet. Bovendien zijn het hele luie beesten die niet erg van de voortplanting zijn. ‘Seks? Moet dat echt? Wij zijn 6 jaar geleden ook al geweest.’ Zoiets. Konijnen en muizen zijn dan weer het andere uiterste, die blijven aan het doorfokken. Dat hoeft voor mij dan ook weer niet.
Een dolfijn dan. Lekker dartelen in de oceaan. Maar voor hetzelfde geld moet je door een hoepel springen in het dolfinarium. Bovendien eet je dan elke dag vis en dat mag niet van je-weet-wel-wie. Alcohol is ook verboden, dus de wijnslak is eveneens geschrapt van mijn lijstje. Ik weet het even niet meer. Ik houd van rood vlees, vis, wijn en bier, maar de Gezondheidsraad maakt het leven er niet leuker en gemakkelijker op. Voor niemand.