Glad

Iemand stelde voor dat ik een stukje zou schrijven over de ijzel in Groningen, want daar kan ik best iets grappigs van maken. Nu zat ik de afgelopen week tijdens deze laatste ijstijd lekker veilig in Amsterdam en heb ik het hele feest niet meegemaakt. Gelukkig maar, want ik heb enorm de pest aan ijzel. En laat ik daar vier jaar geleden al wat woorden aan vuil hebben gemaakt. Dus bij deze, geschreven op 31 januari 2012.

Als ik ergens een hekel aan heb, dan is het gladheid. En dan vooral als de gladheid niet van te voren is aangekondigd. Vertelt men mij dat het glad is/wordt, dan trek ik schoenen aan met een fikse profielzool en ben ik bijzonder voorzichtig in het verkeer. En is er sprake van ijzel, dan blijf ik gewoon thuis. Het is maar even dat jullie het weten. Ik hou wel van mijn werkgever, maar niet zoveel dat ik mijn lijf en leden wil riskeren.

Vorige week dinsdag was zo’n onaangekondigde gladheidsdag. Nietsvermoedend stap ik om kwart over zeven op mijn fiets en scheur ik vol enthousiasme het fietspad op om meteen daarna een fietstunnel, met bocht, in te duiken. Daar kom ik heelhuids doorheen en de eerste meters is er dan ook niets aan de hand. Rustig trap ik achter een meneer aan, die net als ik rechtsaf de Herman Colleniusbrug op moet. En toen ging het mis. Meneer zeilt meteen onderuit, waardoor ik in de ankers moest en vervolgens ook met mijn snuit op het asfalt lag. Meneer en ik lagen nog verbijsterd om ons heen te kijken toen we gezelschap kregen van 2 andere onderuit-glijders. Werd het toch nog gezellig tijdens dit “Blij dat ik glij”-festijn. Zo’n massale valpartij verbroedert wel. We hebben elkaar omhoog geholpen, een check gehouden op het functioneren van alle ledematen en zijn gezamenlijk de brug over geschuifeld tot het punt waar het niet meer glad was.

Niet geheel heelhuids ben ik die ochtend opgelucht het kantoor binnengelopen. Blij dat ik er zonder al te veel verwondingen vanaf ben gekomen, want zo’n valpartij kan slechter aflopen. Opgelopen schade: een fikse schaafwond op een arm en 3 blauwe plekken. Een deel van de huid van mijn arm heb ik later teruggevonden aan de binnenkant van mijn jas. Niet dat ik daar trouwens nog iets mee kan. Terugplakken is geen optie, bovendien genereert een grote pleister op je arm veel meer aandacht van je omgeving. En dat vind ik stiekem dan ook wel weer leuk.