Het geheugenpaleis

geheugen1Het viel K. op dat ik in mijn stukjes regelmatig schrijf over zaken waar ik een hekel aan heb. Dat klopt, happy-de-peppy teksten zijn niet aan mij besteed. Hoe saai is het om te lezen over bijvoorbeeld een blije dag: ‘Heerlijk uitgeslapen, fijn ontbeten, cappuccinootje erbij, daarna lekker winkelen en een zalige wandeling gemaakt. Het gras was mooi groen, het zonnetje scheen en iedereen was zo vrolijk. Kortom, het was dolletjes en wij hebben genoten’. Jeuk. Echt waar. Dus ga ik het ook nu weer hebben over iets waar ik enorm de pest aan heb. Namelijk het onnodig gebruik van moeilijke woorden. Van K. mocht ik een boek lenen, vol met van die breiteksten die je eerst 2 keer moet lezen voordat je überhaupt begrijpt wat er staat. Als je al niet na de 1e keer in slaap bent gevallen, dat is mij regelmatig overkomen. Ik had het notitieblok naast het bed liggen, om alle hopeloze woorden en termen te verzamelen. Met als doel een daar zo mogelijk nog onmogelijker tekst van te maken. (Dit is op zich al een draak van een zin) Here we go!

Je zult maar een hyperpolyglot met het savant syndroom zijn. Een man van mnemonische faam, met een glansrijke carrière als kuikensekser. Hoewel hij toch liever een leviterende rabbijn was geworden, om de kwintessens van de transcendentale neoplatonische visie te kunnen ontdekken. Gedurende de mind mapping was hij zijn loci aan het inrichten. De bepotelde kuikens werden samen met de metronoom in een juxtapositie op de parterretrap (verrek, dit is een palindroom) geplaatst, met als doel zijn synesthetische gaven verder te ontwikkelen. Zijn cochleaire implantaten waren trouwens wel aan vervanging toe, maar dat mocht de pret niet drukken. Daarnaast was hij geïnteresseerd in empirische psychologie en hield hij zich bezig met het bestuderen van de scholastiek. Daarom bleef er weinig tijd over voor het onderzoek naar de Tibetaanse diaspora en het schrijven van een polemische roman. Hoewel dit laatste niet zo belangrijk was, de subscribenten waren toch al van mening dat alles wat hij aan het papier toevertrouwde, apocrief was.

Zucht. Heb je het hele boek doorgeworsteld, dan blijkt de conclusie te zijn dat je je geheugen heel goed kan trainen, maar dat je alleen die zaken weet te herinneren die in het trainingsprogramma zijn opgenomen. De schrijver had bijvoorbeeld niet onthouden dat hij zijn auto ergens had geparkeerd en was daarom met de metro naar huis gereisd. Ik vind het onthouden van de parkeerplek van je auto toch belangrijker dan het memoriseren van getallenreeksen, maar dat ben ik.

De mensen die meer willen weten over het trainen van het geheugen, raad ik aan ‘Het Geheugenpaleis’ van Joshua Foer te lezen. De mensen die liever niet een boek aanraken, kunnen volstaan met het kijken naar afleveringen van de series Sherlock en Elementary. De Sherlocks maken regelmatig gebruik van hun geheugenpaleis en beide heren zijn het aanzien meer dan waard. Alleen daarom al geniet deze laatste optie mijn voorkeur.