Tongzoen

zoenen

@Hein de Kort

Geen paniek, dit wordt geen hele verhandeling over de do’s en don’ts van de edele kunst van het tongzoenen. Dat is in ieder geval niet mijn insteek. Nee, het gaat over het boeiende gesprek dat ik afgelopen vrijdag had met mijn neefje van 10. Terwijl hij enthousiast in een pannenkoek zat te prikken, vertelde hij over zijn verkering. Nadat we nadere bijzonderheden over het meisje aan hem hadden ontfutseld, je moet immers wel weten wat je als familie binnenhaalt, deelde hij ons heel rustig mee dat hij ook al met haar had gezoend. Mijn zwager én vader van de 10-jarige stikte bijna in zijn pannenkoek, zeker toen de mededeling volgde dat er al zeker 18 keer gezoend was. Toch niet met de tong, vroeg mijn zwager die een ervaringsdeskundige is op dit gebied. Heb ik me tenminste laten vertellen door mensen die het kunnen weten. Nee, het waren gelukkig alleen maar ‘hallo-en-dag’-kusjes. Want neefje heeft besloten dat hij tongzoenen smerig vindt. Om te demonstreren hoe smerig tongen wel niet is, liet hij ons zijn idee van tongzoenen zien. Gesloten ogen, getuite lippen en een tong in rolvorm. Maar om er zeker van te zijn dat hij in de komende jaren zijn tong niet in een andere mond gaat steken, hebben wij gemeend de ranzigheid van French kissing nog eens extra te benadrukken. Dus hebben we hem verteld over het zoenen met mensen die net shoarma met knoflooksaus hadden genuttigd en over half vermalen broodjes pindakaas die je in een mond kan aantreffen en dan opeens aan jouw tong zitten vastgeplakt. Dit was gelukkig voldoende om een hartgrondig bah uit de mond van neefje te ontlokken en de mededeling dat hij nooit, maar dan ook echt nooit, zal gaan tongzoenen. Blij toe, anders hadden we ook nog moet uitleggen dat je bij het tongen 18 miljoen bacteriën uitwisselt en dat sommige mensen hun tong in de centrifugestand hebben staan en daarbij enorm kunnen kwijlen. Jakkes.
Nee, laat neefje voorlopig maar onschuldige kusjes uitwisselen met zijn verkering. Nog tijd zat om te leren hoe je met je tong de taal van de liefde spreekt. Zonder pindakaas en kwijl.

 

Kinderboerderij

100810_schapen aaienOp kinderboerderij de Pijp (Amsterdam) kun je elke dag knuffelen met de aanwezige beesten. De kinderen die deze kinderboerderij bezoeken, zijn blijkbaar een stuk beter opgevoed dan de kinderen die op de Papenhoeve te Papendrecht het loslopende gevogelte in elkaar slaat met stokken. De andere beesten op de Papenhoeve zitten voor hun eigen veiligheid opgeborgen achter hekken. Ik ga er trouwens voor het gemak even vanuit dat het knuffelen in Amsterdam niet omslaat in wurgen met de blote handjes. In ieder geval vind ik het zorgwekkend dat de Papendrechtse ouders van de desbetreffende jeugddelinquenten het gedrag van hun kroost normaal vindt. Ik had het vroeger niet moeten flikken om op de staart van een pauw te gaan staan. Expres. Die kans was sowieso klein, aangezien ik niet een fan ben van gevleugelde beesten. Maar toch, het zou me een fikse uitbrander van mijn ouders hebben opgeleverd. En dat doet mij denken aan de dag, ergens in de jaren zeventig van de vorige eeuw, dat ik samen met mijn ouders, mijn broertje en neefje W. de kinderboerderij in het Stadspark van Groningen bezocht. Er is een speeltuin en er zijn geiten die je kunt aaien. Alleen jammer dat die geiten hun waardering voor het geknuffel altijd moeten laten blijken door het opvreten van jouw jas. En er zijn pony’s. Nu zijn dat vaak van die gemankeerde beesten. Tenminste, elke keer als ik op een pony mocht rijden, ging dat niet van een leien dakje. De pony ging óf iedere grasspriet besnuffelen, de zogenaamde stilstand-pony, óf ik trof een pony die alleen achteruit kon lopen. Blind. Geen aanrader. Maar goed, even terug naar die dag dat neefje W. ook mee mocht. Wij, broerlief en ik, waren braaf aan het spelen in de speeltuin, toen een hoop gekrijs de aandacht trok. Het gegil kwam van een papegaai en de oorzaak was al gauw gevonden; neefje W. kwam triomfantelijk met een paar veren aangewandeld. Uit het achterwerk van de lawaaigaai gerukt. Mijn vader was op z’n zachtst gezegd ‘not amused’ en heeft neefje uit de buurt van de hysterische papegaai verwijderd.
Een jaar later. Wij gaan met hetzelfde gezelschap naar de kinderboerderij. Bij de ingang zit een ietwat kale papegaai op een stokje. Het beest ziet ons aankomen, spot W. en begint spontaan te krijsen. Mijn vader heeft ons snel richting de speeltuin geloosd, uit het blikveld van de lawaaigaai. Het was de laatste keer dat neefje W. met ons op pad mocht. Voor ieders veiligheid. Knuffelen met dieren; het is niet voor iedereen weggelegd.

Workshop

workshop1Iemand die mijn ‘voorliefde’ voor de Huishoudbeurs deelt, heeft gemeend mij te moeten wijzen op de aanstaande start van de Libelle Zomerweek. Het leukste feestje met de allerleukste workshops, lees ik op de website. Ik krijg spontaan jeuk want net als voor bomen, kruidpollen, grassen en huisstofmijt, ben ik allergisch voor workshops. En al helemaal als het de allerleukste workshops zijn, ik neem alleen maar deel aan workshops als het heel erg verplicht is. Omdat mijn werkgever vindt dat het nuttig is voor mijn ontwikkeling en dan hoop ik altijd maar dat het inderdaad een leerzame ervaring zal zijn. In het ergste geval moet je in het kader van teambuilding vingerverven of semi-erotisch schilderen onder het mom van ‘geef jezelf bloot’. Nee, dankjewel.

Een blik op het workshopprogramma van Libelle geeft het gebruikelijke beeld; iets met dansen, iets met koken, iets met oppimpen en creatief doen met bloemen. Alleen de workshop knuffelcactus intrigeert me. Waarom zou je een knuffel in de vorm van een cactus willen maken? Wat wil je daarmee zeggen? Ik zie het niet voor me, een baby met een cactus in de knuistjes geklemd. En ieder zichzelf respecterende peuter wil natuurlijk rondsjouwen met een knuffelig, stoer beest in plaats van met zo’n duffe kamerplant. Of vinden volwassen vrouwen het zelf leuk om cactussen van vilt te maken om die uit te stallen op de vensterbank? Maar dan begrijp ik niet waarom het een knuffelige variant moet zijn. Wie gaat er dan mee zitten knuffelen? Misschien maken ze zo’n ding voor hun man. Kijk lieverd, voor jou. Als ik een keer niet thuis ben, kan je toch nog even lekker knuffelen met deze stoere cactus. Ik hoef niet met zo’n ding thuis te komen. Mijn man kennende, krijg ik waarschijnlijk de opmerking te verwerken dat de cactus een stuk minder prikkelbaar is dan ik. En dan moet ik gaan raden of hij het over mijn benen heeft of over mijn humeur. Kortom, de knuffelcactus is een volkomen nutteloos ding en een gevaar voor je relatie. Daarom zullen jullie mij ook dit jaar niet aantreffen op de Libelle Zomerweek.

Onhandig

clumsy4Zolang als ik me kan herinneren, ben ik onhandig. Op ieder denkbaar vlak. Sinds ik weet dat ik geen diepte zie, is dat mijn ultieme excuus om mijn onhandigheid te verklaren. Daar kom ik mee weg als ik weer eens met een mouw aan een deurkruk blijf hangen of bij het openen van een kastdeurtje vergeet mijn hoofd uit de zwaairichting te verwijderen. Hup, weer een bult op het voorhoofd. ‘Ja, ik zag het niet aankomen want ik zie geen diepte’. Duh. Ik struikel ook altijd op de meest ongelukkige momenten over mijn eigen voeten. Jarenlang ging een extra gevulde EHBO-doos mee op vakantie omdat Marita van stoepjes stuiterde of juist vergat een voet op te tillen bij het bestijgen van zo’n stoep. Echt waar, iedere millimeter hoogteverschil in het te bewandelen terrein leverde acuut gevaar op voor mijn enkels. Nog steeds eigenlijk, wat lastig is met mijn voorliefde voor hoge hakken.

Met voedsel ben ik ook niet te vertrouwen, soms is het gewoon moeilijk om met een vork je mond te vinden. Spaghettislierten verdwijnen in het decolleté, de rode saus maakt een fijne vlek op je nieuwe witte shirt en als je in paniek de spaghetti wil opvissen, gooi je enthousiast een glas wijn om. Over een ander, dat soort gedoe dus. Zomers op een fijn terras eten vind ik fijn maar ook een ramp. Ik presteer het altijd zo te gaan zitten dat mijn hoofd veel wind vangt, met als gevolg dat ik zowel op de biefstuk als op mijn eigen haar zit te kauwen.
En dan make-up. Ik vind het knap als vrouwen in een schuddende trein zonder te knoeien make-up op hun hoofd kunnen aanbrengen. Ik presteer het om in stilstand de mascara op oogleden en wangen te smeren, terwijl ik zo mijn best doe om alleen de wimpers te verven. Nagellak bedekt bij mij altijd meer dan alleen de nagels en met lippenstift kan ik onbedoeld een snor fabriceren. Ik gebruik daarom zo min mogelijk make up met als slap excuus dat puur natuur toch het mooist is.

Maar het grootste mijnenveld vind ik nog wel de liefde en alles wat daarmee samenhangt. Ik kan volkomen blind zijn voor gevoelens van een ander en reageer, naderhand bekeken, erg klunzig op een uiting van verliefdheid. Ooit meegemaakt dat je na een gezellige avond door iemand naar huis wordt gebracht, je denkt dat je bij het afscheid de gebruikelijke drie wangkusjes gaat uitvoeren en dat die eerste kus ergens halverwege je lippen of op je neus belandt? En dat je dan lekker onbenullig reageert door te zeggen dat hij erg onhandig bezig is en vervolgens gewoon afscheid neemt? En dat je pas bij het betreden van je huis je afvraagt of hij nou net van plan was om je te gaan zoenen? En dat je dan met je kop tegen de muur wilt bonzen omdat je die kans hebt laten ontglippen?
Ik wel.

 

Vitaliteit

20160407_122538 (2).jpgBen ik nu de enige op de wereld die altijd wat dwars wordt van de bemoeienissen van de werkgever met mijn gezondheid? Begrijp me goed, ik vind vitaliteit en duurzame inzetbaarheid belangrijk maar ik vind ook dat ik zelf verantwoordelijk ben voor mijn gezondheid. Zodra iemand mij wild enthousiast vertelt hoe leuk het is om je lijf in een vogelnestje te vouwen tijdens yoga of dat een bootcamp nu echt iets voor mij is, krijg ik altijd de neiging om naar de friettent te rennen. Om na de copieuze vette hap voor dood op de bank te gaan liggen in een campingoutfit.
Onlangs werd in het kader van de vitaliteit een lunchwandeling georganiseerd en omdat ik niet altijd dwars wil liggen, leek het mij een goed idee om met de collega’s aan de wandel te gaan. Nu de V&D is gesloten, heb je toch een nieuw doel nodig in je pauze. De wandeling voerde door het oude centrum van Amstelveen naar het Amsterdamse Bos, alwaar in het bloesempark 400 kersenbomen in volle bloei stonden. Prachtig, maar laat ik nu net allergisch zijn voor bomen. Dat ik ter plekke spontaan begon te snotteren, was nog niet zo’n ramp. Maar dat ik de volgende dag wakker werd met een dichtzittend oog en een opgezette kop alsof ik week in de kroeg had doorgebracht, was een stuk erger. Ik zag er niet uit. Echt, ik durfde mijn Amsterdamse kamertje niet te verlaten, maar ik moest terug naar Groningen. Letterlijk jankend naar het station gewandeld, want al dat vocht moest toch op een of andere manier mijn hoofd verlaten. Bij de kiosk op het station haalde ik een kop koffie. De kioskjongen bekijkt me, geeft mij mijn koffie en zegt: ‘alsjeblieft, hier is je koffie en nu nog even lekker wakker worden.’ De lieverd.

 

Bevrijdingsdag

Vorig jaar september heb ik een stuk over ‘Bevrijdingsdag’ geschreven (zie link) en het is, helaas, nog steeds actueel. De afgelopen week was er een hoop gedoe rondom de dodenherdenking op 4 mei. Sommige mensen vinden een dergelijke herdenking om diverse redenen hypocriet. Vrijheid van meningsuiting, dus ik lig daar niet wakker van. Per slot van rekening heb ik soortgelijke gevoelens m.b.t. het vieren van Bevrijdingsdag. Begrijp me goed, ik vind zowel het herdenken van de mensen die het leven hebben gelaten voor onze vrijheid, in welke oorlog dan ook, én het vieren van diezelfde vrijheid belangrijk. Maar er zijn veel mensen die vandaag op de diverse bevrijdingsfestivals staan rond te hupsen, zonder enig benul van het woord vrijheid. Mensen die de rest van het jaar het liefst de vluchtelingen uit ons land willen schoppen. Dus lieve mensen, denk even na voordat je je in het feestgedruis stort. Want eigenlijk moet iedere dag een Bevrijdingsdag zijn. Voor iedereen.

Over dit onderwerp heb ik lang nagedacht. Moet ik hier wel over schrijven? In de (traditionele) media wordt er veel aandacht aan besteed en ook veel andere bloggers/columnschrijvers hebben hun geda…

Bron: Bevrijdingsdag

Privacy

over-internet-privacy-gesproken-7506Wie denkt dat hij nog enige privacy heeft in dit land (en vele andere landen), vergist zich. Had privacy vroeger vooral te maken met het lekker op jezelf zijn, zo zonder ander volk in de buurt, tegenwoordig heeft het meer de betekenis dat je zelf kan bepalen wie welke informatie over je krijgt. Maar eigenlijk bepaal je dat zelf helemaal niet, onbewust deel je meer over je leven dan je lief is. Met dank aan de bonuskaart weet Appie precies wat voor boodschappen ik in huis haal en hij mailt mij vervolgens enthousiast als mijn favorieten in de aanbieding zijn. Dat vind ik dan nog heel onschuldig maar dat mijn internetgebruik fanatiek wordt gevolgd, vind ik een stuk spannender. Je bezoekt een website en een bedrijf als Google kan aan de hand van het bezoekersgedrag de nodige gegevens over jou binnen harken. Met als doel om een profiel van je levensstijl te maken om dat te gebruiken voor advertentiedoeleinden. Want het moet je toch opgevallen zijn dat als je net een leuk jurkje hebt zitten te bekijken op Wehkamp, dat je bij een bezoek aan een andere website opeens hetzelfde jurkje voorgeschoteld krijgt. Dat jurkje blijft je dan de hele dag achtervolgen, zodat je gaat denken dat het een teken van bovenaf is en dat je toch echt die jurk moet aanschaffen.
Google gebruik ik ook voor studiedoeleinden en als inspiratiebron voor mijn schrijfsels. Dus als ik iets schrijf over een opblaaspop, dan wil ik echt weten waar dat ventieltje zit en ga ik zoeken op het wereldwijde web. Zo loop je de kans om op allerlei obscure websites op het gebied van porno te komen en dan moet ik me toch ernstig gaan afvragen wat voor profiel Google van mij heeft gemaakt. Een vrouw van middelbare leeftijd met een belangstelling voor pornografische opblaasitems? Gelukkig blijven alleen jurkjes en schoenen mij tot nu toe achtervolgen op de verschillende websites.
En dan Facebook. Ben ik ooit eens mee begonnen om de naaste familie te informeren over mijn whereabouts tijdens de vakantie. Vervolgens breidde de vriendengroep zich uit en deelde ik wat meer informatie over mezelf. Ik ben daar trouwens wel kieskeurig in. Het is nog steeds bedoeld als een trackingsysteem voor mijn ouders, een chip laten implanteren ging me te ver. Vorig jaar vroeg ik me af waarom ik op Facebook informatie had staan over mijn burgerlijke staat, mijn woonplaats en mijn werkgever. De meeste Facebookvrienden kennen mij goed en weten dat ik getrouwd ben, waar ik woon en wie mijn salaris betaalt. Dus die informatie heb ik verwijderd, om vervolgens gestalkt te worden met berichten over leuke vrijgezelle mannen in mijn omgeving. Want, denkt Facebook, geen burgerlijke staat betekent alleen en dus zielig, laten we die meid eens gaan helpen aan een andere vent. Lekker dan. Ik kan nu natuurlijk mijn huwelijkse staat weer in de openbaarheid gooien maar ach, het is ook nooit verkeerd om alle opties open te houden.
Kortom, wil je privacy? Dan moet je op een onbewoond eiland in de Stille Zuidzee gaan zitten. Helemaal alleen, zonder communicatiemiddelen en klantenkaarten. Beetje de hele dag luieren op het strand, regelmatig het zand uit je bilnaad wegspoelen in zee, kokosnoten uit een palm slaan, visjes vangen met een zelfgemaakte speer en zonder lucifers een kampvuur proberen te maken. Tenzij je de visjes rauw wilt eten. Klinkt als hel op aarde. Wifi please!