Kinderboerderij

100810_schapen aaienOp kinderboerderij de Pijp (Amsterdam) kun je elke dag knuffelen met de aanwezige beesten. De kinderen die deze kinderboerderij bezoeken, zijn blijkbaar een stuk beter opgevoed dan de kinderen die op de Papenhoeve te Papendrecht het loslopende gevogelte in elkaar slaat met stokken. De andere beesten op de Papenhoeve zitten voor hun eigen veiligheid opgeborgen achter hekken. Ik ga er trouwens voor het gemak even vanuit dat het knuffelen in Amsterdam niet omslaat in wurgen met de blote handjes. In ieder geval vind ik het zorgwekkend dat de Papendrechtse ouders van de desbetreffende jeugddelinquenten het gedrag van hun kroost normaal vindt. Ik had het vroeger niet moeten flikken om op de staart van een pauw te gaan staan. Expres. Die kans was sowieso klein, aangezien ik niet een fan ben van gevleugelde beesten. Maar toch, het zou me een fikse uitbrander van mijn ouders hebben opgeleverd. En dat doet mij denken aan de dag, ergens in de jaren zeventig van de vorige eeuw, dat ik samen met mijn ouders, mijn broertje en neefje W. de kinderboerderij in het Stadspark van Groningen bezocht. Er is een speeltuin en er zijn geiten die je kunt aaien. Alleen jammer dat die geiten hun waardering voor het geknuffel altijd moeten laten blijken door het opvreten van jouw jas. En er zijn pony’s. Nu zijn dat vaak van die gemankeerde beesten. Tenminste, elke keer als ik op een pony mocht rijden, ging dat niet van een leien dakje. De pony ging óf iedere grasspriet besnuffelen, de zogenaamde stilstand-pony, óf ik trof een pony die alleen achteruit kon lopen. Blind. Geen aanrader. Maar goed, even terug naar die dag dat neefje W. ook mee mocht. Wij, broerlief en ik, waren braaf aan het spelen in de speeltuin, toen een hoop gekrijs de aandacht trok. Het gegil kwam van een papegaai en de oorzaak was al gauw gevonden; neefje W. kwam triomfantelijk met een paar veren aangewandeld. Uit het achterwerk van de lawaaigaai gerukt. Mijn vader was op z’n zachtst gezegd ‘not amused’ en heeft neefje uit de buurt van de hysterische papegaai verwijderd.
Een jaar later. Wij gaan met hetzelfde gezelschap naar de kinderboerderij. Bij de ingang zit een ietwat kale papegaai op een stokje. Het beest ziet ons aankomen, spot W. en begint spontaan te krijsen. Mijn vader heeft ons snel richting de speeltuin geloosd, uit het blikveld van de lawaaigaai. Het was de laatste keer dat neefje W. met ons op pad mocht. Voor ieders veiligheid. Knuffelen met dieren; het is niet voor iedereen weggelegd.