Horror

camp horrorKranten maken vaak en dankbaar gebruik van het woord horror. Waarschijnlijk om lezers te trekken, want bij het lezen van het artikel wordt al gauw duidelijk dat het allemaal best wel meevalt. Zo zijn horrorartsen doktertjes die met veel pijn en moeite een diploma hebben gehaald en niet zo goed zijn in het dichtnaaien van mensen. Kan gebeuren. Een horrorgebit is gewoon een slecht onderhouden gebit en bij een horrorvlucht is er sprake geweest van een luchtzakje. Ah gossie.

In april is er op een dag sneeuw gevallen in Groningen en Drenthe en hadden we te maken met een ware horrorlente. Ik weet het nog goed, we waren compleet ingesneeuwd en vroren nog net niet dood. In de rest van het land werden inzamelingsacties gehouden voor de voedseldropping, zodat we niet zouden verhongeren. En dat allemaal vanwege 3cm sneeuw. Drie cen-ti-me-ter. Binnen een paar uur verdwenen met dank aan de zon en toen konden we weer normaal doen.

Nu moet ik wel toegeven dat ik helaas bekend ben met het fenomeen horrorvakantie. Nee, geen kakkerlakken in de paella of een pruik haar in het afvoerputje van de te kleine douche. Wij hadden te maken met echte horror.

We schrijven het jaar 1997. Broer, ik en 2 aanhangsels zijn met de camper onderweg in Australië. We belanden op een camping in the middle of nowhere. Een familiecamping, constateren we, met een hoog inteeltgehalte. Niet het meest spraakzame volk en we voelen ons echt welkom. Ondertussen rijdt een meisje op een roze fietsje cirkeltjes rondom onze camper, zodat ze ons heel goed kan bekijken. Broer kijkt mij aan en zegt peinzend dat hij opeens aan Children of the Corn moet denken. Zit wat in, hoewel ik meer denk aan Linda Blair in The Excorcist aangezien het meisje erg goed haar hoofd kan draaien. Enfin, als je omringd wordt door allerlei enge mensen en hele griezelige kleuters, dan wil de fantasie weleens met je op de loop gaan. Midden in de nacht: ‘Zijn er nog meer mensen die heel nodig naar het toilet moeten?’ Er klinkt drie keer een opgelucht ja. Uitgerust met toiletrol en een zaklantaarn sluipen we met z’n vieren naar het toiletgebouw, in de hoop dat er geen kleuter met een bijltje in de bosjes op ons ligt te wachten.

Het spreekt voor zich dat wij de volgende ochtend zeer vroeg de camping hebben verlaten, op zoek naar betere oorden. Zonder meisjes op roze fietsjes.

De liefhebber van het horrorgenre en theater raad ik de voorstelling van Jakob Ahlbom aan, van 28 september t/m 1 oktober nog te zien het DeLaMar theater in Amsterdam. http://jakopahlbom.nl/voorstelling/horror-2014/?portfolioID=14

 

 

Blind date

Binnenkort ga ik op een blind date. Voor het eerst van mijn leven en ik vind het best spannend. Want eigenlijk ben ik niet zo dol op afspraakjes met mensen die ik niet ken. Moet altijd eerst één of meerdere katten uit de boom kijken, wil ik met iemand op stap gaan. Overdag. Veilig. In het daglicht. Maar goed, dankzij een Facebook-gesprek over de oer-Hollandse kroket ga ik toch voor de bijl.

Kijk, ik heb familie wonen in Australië. Geëmigreerd in de jaren 50 van de vorige eeuw en goed geïntegreerd, maar nooit hun Nederlandse roots vergeten. Dankzij de Dutch Shop kan mijn tante met enige regelmaat haar kinderen en kleinkinderen trakteren op Hollandse lekkernijen als boerenkool met worst, hagelslag, drop, zoute haring, babi pangang (Conimex!) en de kroket. Haar o zo Australische kleindochter was dan ook in extatische toestand toen zij op de markt in Canberra Dutch croquettes aantrof. Dankzij een foto op Facebook waren wij er allemaal getuige van dat haar echtgenoot het nodig vond om die overheerlijke kroket te verkrachten met ketchup. Een heuse Facebook-rel was geboren.

Het voert te ver om hier de hele discussie te herhalen, maar zowel de Australiërs als de Nederlanders waren het er over eens dat je een kroket in mosterd dipt en niet in ketchup. En zoals zo vaak gebeurt, vliegt vervolgens zo’n Facebookgesprek alle kanten op. Voordat ik er erg in had, had ik een afspraak in mijn balboekje staan met een familielid van de aangetrouwde Australische tak van de familie. ‘I’m in Amsterdam in august, let’s meet!’ En dan zeg ik gewoon heel lief ja, of in dit geval yes. Misschien is het wel een serial-killer of een stalker. Of gewoon een onaangenaam persoon. Maar als het familie van familie is, dan is het vast een fijn mens. Hoop ik, anders wordt het een lange dag. We gaan in ieder geval kroketten eten, dat heb ik beloofd. Om de rest van de dag te vullen, denk ik nu aan een potje koekhappen met stroopwafels, poffertjes prikken voor beginners en ‘Tulpen uit Amsterdam’ mee blèren bij een draaiorgel.

Iemand nog andere leuke Amsterdamse suggesties? Ik houd mij aanbevolen.

dutch

Dutch Shop, Smithfield (NSW, Australia) Bron: http://www.foodspotting.com

Heftig

In mijn Amsterdamse kamertje heb ik geen televisie en dat scheelt avonden ‘bagger-kijken’. Geen tv betekent ook dat ik verstoken ben van extra nieuwsuitzendingen. Dat heeft soms zijn voordelen want ergens geen weet van hebben, geeft rust. Dat er iets afschuwelijks was gebeurd in Nice, merkte ik pas vanochtend op het werk.

Bij het lezen van het nieuws op internet, de bijbehorende bewegende beelden overslaand, kwam ik een mooi geschreven stuk tegen van VROUW-journalist Marjolein Hurkmans. Bij de tekst een indringende foto van een lichaampje, afgedekt met folie. Naast het lichaampje ligt een pop. Het plaatsen van de foto leverde veel reacties op. Veel mensen vonden het, op z’n zachts gezegd, ongepast dat de foto was geplaatst. Een volgende discussie was geboren; wanneer ga je te ver met het delen van foto’s van slachtoffers op social media?

Is op die vraag een stellig antwoord te geven en is het niet vooral een persoonlijke keuze? Bij mij ligt de grens bij het tonen van het gezicht of andere zaken waaraan je het slachtoffer kunt herkennen. Na de MH17-ramp kwam je veel foto’s tegen van lichamen die volgens mij voor de nabestaanden duidelijk te herkennen waren als dat van hun kind/ouder/vriend. Hoe vreselijk moet dat zijn geweest voor de achterblijvers. Een beeld dat nog altijd op mijn netvlies staat gebrand, is de foto van de lichamen van Amerikaanse soldaten die in 1993 door de straten van Mogadishu (Somalië) werden gesleept. Geen ouder zou geconfronteerd mogen worden met dat soort beelden van hun kind.

Na iedere ramp of aanslag krijgen we de meest afschuwelijke beelden voorgeschoteld. Dat is van alle tijden. Vroeger werd de rampspoed geschilderd, later gefotografeerd en gefilmd. Nu we steeds meer gebruik maken van social media, wordt er steeds sneller en vaker iets gepost. Een van mijn collega’s merkte terecht op dat het toch vreemd is dat mensen gaan staan te filmen in plaats van te rennen voor hun leven. Dat is inderdaad vreemd, net zoals het eigenlijk raar is dat veel mensen met een zekere gretigheid naar die foto’s en filmpjes gaan zitten kijken. De mens houdt van ellende, breekt er ergens brand uit dan staat de straat vol met kijkers. En die hopen op een grote brand, niet op een blusactiviteit van 5 minuten.

Is het plaatsen van een foto van het bedekte lichaam van een kind ongepast? Ik vind van niet. Het is een beeld van de akelige werkelijkheid waarin wij nu leven. Nog geen jaar geleden schreef ik over de 3-jarige Aylan, wiens lichaampje was aangespoeld op het strand van Bodrum. De foto ging de wereld rond en de wereld was verontwaardigd, maar is er sinds die tijd iets veranderd? Nee. We hebben alleen nog meer ellendige beelden te verstouwen gehad. Ik noem Istanbul, Parijs, Brussel, Bagdad en nu Nice. Waarbij opgemerkt moet worden dat wij toch meer aangedaan zijn door de aanslagen in Frankrijk en België. Want dat ligt naast de deur.

Ik zie liever ook geen foto’s van dode kinderen, maar de realiteit is nu eenmaal niet mooi. Aylan was op de vlucht voor het geweld in eigen land, het kindje in Nice had niet de kans om te vluchten. Beide kinderen zijn het slachtoffer geworden van blinde haat. Want dat is het, pure haat. We kunnen het wel willen negeren, maar het is er gewoon. De foto’s van beide kinderen moeten ons doen realiseren dat de andere kant opkijken geen optie is. De haat is er en ik vrees dat het einde nog niet in zicht is.

Ben ik bang? Nee. Angst is een slechte raadgever. Ik besef me alleen steeds meer dat ik moet (blijven) genieten van de kleine dingen in het leven. Want het leven kan zomaar voorbij zijn.

De tekst van Marjolein Hurkmans: https://vrouw.nl/artikel/open_brief/34594/rust_zacht_pop
En de discussie daarna: https://vrouw.nl/artikel/praat_mee/34604/hoe_ver_ga_je_met_het_delen_van_heftige_fotos_op_social_media

 

 

 

Wonen voor gevorderden

Het Financieele Dagblad

Hoewel ik voor doordeweeks al een fijne kamer op een geweldige locatie heb, kan ik het niet nalaten om regelmatig op Funda te kijken wat voor leuke huisjes er te koop staan in Amsterdam. Want stel je voor dat ik opeens heel erg rijk word, dan zou het toch fijn zijn om eigen pied-à-terre te bezitten. Tot op heden werkt de Staatsloterij niet heel erg mee, maar ik blijf stille hoop hebben op betere tijden.

Bij het bekijken van de plaatjes op Funda begint het me steeds meer op te vallen dat veel woningen eruitzien alsof ze solliciteren voor een plekje in een woonblad. Dat, of de huidige eigenaren lezen woonbladen en zijn driftig aan het kopiëren. Zo’n copycat-inrichting levert weliswaar prachtige plaatjes op, maar is ook dodelijk saai. En vanwaar al die close up foto’s van accessoires in het huis? Of is dat schattige vaasje met een enkele tak inbegrepen in de prijs? Denkt men dat ik spontaan begin te kwijlen bij het aanschouwen van een foto van een voorraadpot met ontbijtgranen? En dat ik dan meteen ga bellen met de vraag of het een Ikea-pot betreft en of de granola zelfgemaakt is? Ik geloof meteen dat er mensen (vrouwen) meteen voor de bijl gaan bij het zien van dit soort plaatjes, maar ik ben toch echt meer geïnteresseerd in bijvoorbeeld het hang-en-sluitwerk en de indeling van de woning. Past het bed in de beoogde slaapkamer of wordt het klimmen voor gevorderden, kan je lekker je benen strekken op het toilet of heb je je knieën in je gezicht zitten, dat soort dingen.

De bijbehorende teksten zijn ook geweldig. Alle unieke (haha) woningen bevinden zich op een TOP-locatie, meestal uit de categorie ‘hip and happening’. Als het erg tegenzit is het een karakteristieke woning, dat is een mooie term voor ouwe meuk. Is het een monumentaal pand, dat klinkt zo lekker gewichtig, dan betekent het dat je te maken hebt met zeer ouwe meuk. Leuk en knus is niets anders dan dat je eigenlijk je kont niet kunt keren in het huis. Dit geldt ook voor ‘smart living’ en ‘efficiënt ingericht’. En wat boeit het dat er in de keuken sprake is van panoramic design? Het zal me werkelijk een zorg zijn of de oven en de magnetron panoramisch naast elkaar zitten. Bij mij thuis bevindt de magnetron zich niet eens in de buurt van de keuken.

Nu zal geen makelaar zich iets aantrekken van mijn mening. De woningmarkt in Amsterdam is zo overspannen dat huizen binnen een paar weken verkocht zijn. Voor belachelijke prijzen. Ik blijf voorlopig met enig verlangen naar de advertenties kijken, in afwachting van de welwillendheid van de Staatsloterij. Fingers crossed.

 

Onderweg

Soms heb je van die weken dat je het gevoel hebt dat je alleen maar onderweg bent, zoals afgelopen week. Groningen – Gdansk – Groningen – Utrecht – Amsterdam – Den Haag – Amsterdam – Groningen. Thuis – vakantie – thuis – werk – ander thuis – voor de leuk – ander thuis – thuis. En als je zoveel onderweg bent, kan je lekker mensen observeren. Want mensen doen best raar in vliegtuigen en treinen.

Neem nou dat gedoe met die koffertjes in vliegtuigen. Je scoort een bijzonder goedkoop ticket en aangezien je geen geld wilt besteden aan het inchecken van een koffer, prop je je hele hebben en houden in zo’n petieterig koffertje. Zo’n koffertje dat je met het nodige stampwerk in een ‘mag-uw-koffer-wel-mee-als-handbagage’-rek duwt. Om vervolgens triomfantelijk, maar met het zweet op het voorhoofd, te constateren dat je het kreng echt wel het vliegtuig in mag nemen. Ook al kijkt de grondstewardess bedenkelijk. Eenmaal aan boord neemt het verrekte koffertje best veel plek in beslag in de bagagelocker. Maar wat kan jou het schelen, per slot van rekening wordt aan mensen die een kleine rugzak meenemen gevraagd om die maar onder de stoel te schuiven. Vervolgens bedenk je ter plekke dat je eigenlijk je nagelvijl, de Privé, het puzzelboekje met 1 ster, je mobiel, je tablet én de krentenbollen nog uit het koffertje moet halen. Plus een pen natuurlijk, anders kan je de puzzel niet invullen. Het geeft niet dat al die andere mensen moeten wachten in het gangpad, je hebt echt de ruimte nodig om de koffer uit te pakken. Oeps, daar trilt de dildo de koffer uit, snel controleren of je wel extra batterijen hebt meegenomen.

Serieus irritant. Ik ben een van die mensen die een rugzakje meeneemt als handbagage. Daar zit in: spiegelreflexcamera met toebehoren, paspoort, tickets, geld, pinpas en creditcard, leesbril, zonnebril, papieren zakdoekjes, labello, mobiel, MP3-speler en een boek of tijdschrift. MP3 plus boek heb ik al in de handjes voordat ik het vliegtuig instap, zodat ik meteen kan gaan zitten en de rugzak onder de stoel kan schuiven. En ja, ik check altijd een koffer in. Zelfs een kleine koffer die eigenlijk als handbagage meegenomen mag worden. Daar betaal ik graag voor, want dan kan ik lekker mijn toilettas volstoppen met zaken die ik mogelijk nodig kan hebben op plek van bestemming. Dus ik zal nooit, zoals vorig jaar een dame op Heathrow Airport, hysterisch worden bij de douane omdat ik de 8 kilo aan miniverpakkingen cosmetica uit de grote plastic zak moet halen om de boel in kleinere zakjes te verpakken.

Lekker relaxt reizen? Geef gewoon een beetje meer geld uit, check een koffer in en stop een dildo nooit in je handbagage.

koffer