Ontmoetingen

 

dsc_0378Ik kijk altijd met verbazing naar mensen die een zaal vol vreemden binnenlopen, de meute aandachtig scannen om vervolgens een ‘slachtoffer’ te kiezen waarmee een gesprek gevoerd gaat worden. Of het slachtoffer daar nu zin in heeft of niet. Nu ben ik lichtelijk contactgestoord en ga in principe alleen gesprekken aan met onbekenden als het strikt noodzakelijk is. Zeker op vakantie wil ik de deur nog weleens gesloten houden voor al te opdringerig volk. Zo herinner ik mij een tripje naar een Canarisch eiland waar een luidruchtige groep landgenoten de rust kwam verstoren in het appartementencomplex. Iedere aanwezige Nederlander kreeg meteen te maken met een heuse ondervraging over afkomst, de duur van het verblijf, de hobby’s en kwaaltjes. Met dank aan onze Engels- en Duitstalige literatuur bleven wij buiten schot, communiceren met elkaar deden wij alleen in onze eigen gebarentaal. Soms is het best oké als iemand denkt dat je Engels of Duits bent.

Natuurlijk is het niet zo dat ik het niet leuk vind om met anderen te praten, maar ik ben gewoon kieskeurig in het aangaan van sociale contacten. Zeker als je alleen reist, kom je sneller in contact met anderen dan als je samen reist. Ik heb in het verleden hele leuke gesprekken gevoerd op vliegvelden, in bussen en treinen. Toevallige ontmoetingen zonder verplichtingen, wel zo prettig.

Samen reizen betekent minder contact met anderen, is mijn ervaring. Tegenwoordig babbelen we alleen nog maar met receptionistes, verhuurders en obers. Maar ook dat kan soms heel leuk zijn, zoals nu in Spanje. Want we komen opvallend weinig Spanjaarden tegen die een woord over de grens spreken. Onze Spaanse vocabulaire bestaat alleen uit zeer nuttige woorden als café con leche, cerveza, coca cola, vino tinto, tostado, adios, hola, gracias en de nada. Daar kom je een heel end mee, maar is niet altijd voldoende. Als je moet weten waar de parkeerplaats is, bijvoorbeeld. Onze gastvrouw in Toledo kon het echter briljant én met een lach uitleggen. ‘Broem broem, STOP! Broem broem, STOP!’ Om te benadrukken hoe vaak er gestopt moest worden, gingen er 2 vingers de lucht in, vergezeld met het woord dos. Tekening erbij en een pijltje naar links. Oftewel, na het 2 stoplicht linksaf slaan. Geweldig. Of onze gastheer in Avila, die ons op de kaart wilde aanwijzen waar de belangrijkste bezienswaardigheden te vinden waren. ‘Aqui, muy importante. Iglesia, muy importante. Aqui y aqui y aqui. Bien?’ Ja hoor, muy bien en als dank voor ons antwoord kregen wij een stralende lach cadeau.

De enige Nederlanders die ik tijdens deze reis heb gesproken, trof ik op een terras in Burgos. Ze hadden elkaar ontmoet tijdens de Camino en blijken allebei al jaren in Zweden te wonen. De een zou nog doorwandelen richting Santiago de Compostella, voor de ander was Burgos het eindstation. Het zijn dit soort kortstondige ontmoetingen die mij altijd bijblijven. De Toledo-vrouw, de Avila-man en de Zweedse Nederlanders krijgen een mooi plekje in mijn geheugenboekje. Naast de Amerikaan in Sydney, de Duitse jongen in Singapore, de Thaise Nederlandse in Bangkok, Susanna in Isola Rossa en vele anderen. Spontane ontmoetingen, altijd mooier dan gedwongen gezelschap.