Koekoek

Sinds ik een groot deel van mijn tijd in Amsterdam doorbreng, zijn de Groningse zaterdagen voornamelijk bedoeld voor klusjes van huishoudelijke aard. Niet direct mijn hobby, maar je moet je tijd nuttig besteden met de echtgenoot. Simpel gesteld betekent dit dat hij de boodschappen doet en ik mij stort op de inhoud van de wasmand. Ik snap de looproute in de Jumbo niet meer en hij doet alsof hij de wasmachine niet begrijpt, vandaar deze rolverdeling.  Dus eigenlijk valt er niet veel spannends te melden over de zaterdag, ware het niet dat meneer vandaag een cadeau uit zijn rugzak toverde. Collega’s zijn leuk, maar niet als ze je gruwelijk lelijke dingen cadeau doen. J. heeft namelijk een klok gekregen. Een roze koekoeksklok, welteverstaan. Waarom? Nou,  als opleider wil J. nog weleens verhaaltjes vertellen ter ondersteuning van het saaie lesmateriaal. En om onduidelijke redenen voert hij met enige regelmaat de klokkenverzameling van de benedenbuurman op. Voor de collega’s: ja, de benedenbuurman bestaat en ja, hij verzamelt klokken. Alles wat J. jullie nog meer  vertelt, is te wijten (of te danken) aan zijn ongebreidelde fantasie. Ik snap dat zijn verhaaltjes een verpletterende indruk maken, maar ik vind het nou niet direct noodzakelijk dat hier een beloning tegenover moet staan. Tenzij het een fles wijn is. Maar nee, plots hangt er in de hal een roze klok. Die een takkeherrie maakt. Na één keer het geluid van een complete kinderboerderij aangehoord te moeten hebben, zijn de batterijen voor dat specifieke onderdeel van de klok meteen verwijderd. Bovendien vliegt de koekoek niet uit zijn nest, maar blijft hij nee-schuddend op zijn stokje zitten. Een uur later heb ik de klok volledig lamgelegd, want hij tikt ook oorverdovend hard. Alsof er een specht in het vogelhuisje verstopt zit die een variant op ‘Roodborstje tikt tegen ’t raam’ aan het spelen is. Voorlopig mag de klok in de hal blijven hangen, maar ik ga J. wat inspiratie bezorgen voor nieuwe lesmateriaal-ondersteunende verhaaltjes. Over een wijnboer en de banketbakker. Kijken wat dat gaat opleveren.

thumbnail_20161126_200502

Echt, lelijker dan dit zijn ze niet te vinden.

Treinleven

Ik zal het maar eerlijk toegeven, ik vind het reizen met de trein helemaal niet erg. Oké, de reis gaat niet altijd zonder vertragingen, maar je maakt genoeg mee onderweg. Dus vind ik het tijd worden dat ik jullie ga vertellen over de verbazingwekkende, irriterende, ontroerende en al dan niet grappige belevenissen in het treinleven.

  • De trein staat op het punt te vertrekken en dan zijn er van die mensen die langs de trein blijven rennen omdat het blijkbaar te lastig is om bij de eerste de beste openstaande deur naar binnen te springen. Belachelijk!
  • De trein is best vol, maar er zijn voldoende zitplekken beschikbaar. En dan zijn er van die mensen die dan door de treincoupés blijven stampen, op zoek naar een plekje waar ze alleen kunnen zitten. Vervolgens komen ze na een kwartier terug sjokken, om dan toch maar naast iemand anders te gaan zitten. Al zuchtend en steunend, alsof de wereld vergaat. Plof toch verdorie gewoon meteen ergens neer! Denk je dan dat je alles hebt gehad, dan heb je van die pipo’s die bij iedere stop van plaats verwisselen. Om vervolgens geïrriteerd te gaan zitten kijken als iemand de euvele moed heeft om naast hem (of haar) plaats te nemen.
  • Mensen die slapen in de trein. Lijkt me heel fijn als je dat kan, maar het ziet er meestal niet erg charmant uit. Mond open, kwijl dat over de wangen loopt, bungelend hoofd en als het meezit gaat persoon in kwestie ernstig snurken. Als de slaper pech heeft, zit er iemand in de trein die er een foto of filmpje van maakt. Doet het altijd goed op YouTube, Twitter en Facebook.
  • Stinkende mensen. Bijvoorbeeld vrouwen die zich rijkelijk hebben besprenkeld met een zwaar parfum. Echt, ik mis soms de fris ruikende vrouw in de trein.
    Of je hebt van die morsige mannen die ruiken alsof ze hun ‘innerlijke hond’ hebben losgelaten. Oftewel, ze stinken naar een hond die heerlijk in het gras door de poep heeft gerold. Als het meezit, rookt de man ook nog eens zware shag voor de intense geurbelevenis. Jippie.
  • Eten in de trein. Bammetjes met kaas is niet erg, maar patat, pasta, salami, maaltijdsalades, chips, cashewnoten etc. stinken. Of maken veel lawaai. Hoe dan ook, als je trek hebt of zelf net hebt gegeten, zit je niet te wachten op de geur van andermans voedsel. En extreem geknaag op rauwkost en noten irriteert mij sowieso mateloos.
  • Defecte toiletten in de trein. Ook al wil je liever niet naar het toilet onderweg, het is geen fijn idee als je van tevoren weet dat je niet de mogelijkheid hebt om gebruik te maken van de WC. Al was het onlangs heel schattig dat een conducteur in Zwolle om die reden een extra toiletstop had ingelast en met een groepje reizigers met hoge nood op zoek ging naar het toilet op het station. Leverde weliswaar een kwartier vertraging op, maar toch.
  • De omroep-skills van de conducteur. Soms zijn ze niet te verstaan, soms schreeuwen ze, soms zijn ze net iets te blij en soms met het verkeerde been uit bed gestapt. Topper vind ik nog altijd de conducteur die bij het binnenrijden van Groningen meldde: ‘Bij vertrek uit Den Haag zei ik dat deze trein richting Groningen zou gaan. Met blijdschap kan ik nu melden dat wij inderdaad in Groningen zijn aanbeland.’ Of: ‘Denk bij het verlaten van de trein aan het meenemen van uw eigendommen. En de persoon met wie u op reis bent.’ Minder enthousiast werd ik van de man die het had over perronnetjes en eigendommetjes. Wij zijn geen kleuters.
  • Over de stiltecoupé heb ik al eerder iets geschreven en ik herhaal het nog eens: wil je rustig reizen, ga dan vooral niet in de stiltecoupé zitten.
  • Heel irritant zijn de momenten dat de NS in de spits plots besluit om een treinstel af te koppelen en dat je dan op het laatste moment je bezittingen bij elkaar moet graaien, om met honderden andere mensen een sprintje te moeten trekken langs de trein. Vervolgens kom je terecht in het overvolle treinstel dat wél naar de eindbestemming doorreist en moet je al klauterend over vermoeide medemensen die de hoop al hebben opgegeven en zijn neergestort in de gangpaden, op zoek naar een zitplek. Die er dan nog best zijn, als je tenminste iemand vriendelijk vraagt zijn bagage van de stoel te verwijderen.
  • De klanttevredenheidsonderzoeken van de NS. Ik krijg altijd een uitnodiging om iets in te vullen op de momenten dat de reis perfect is verlopen. Ik vermoed dat de NS heel goed weet wanneer een trein niet gaat uitvallen. Zo mocht ik mijn reis tussen Den Bosch en Nijmegen in het boemeltje uit Deurne wél beoordelen, maar niet het moment dat ik stond te blauwbekken in Utrecht en geconfronteerd werd met een trein richting Schiphol die zomaar niet ging.
  • Bellende mensen. Moet ik nu echt getuige zijn van privégesprekken? Of erger, van zakelijke gesprekken? Kan het echt, echt, echt niet wachten? Volgens mij wel, want 9 van de 10 keer is het geneuzel. Ga een boek lezen of maak gebruik van de wifi om mobiel te internetten. Hoewel, de wifi in de trein is meestal ruk. Gebruik de WhatsApp en val mij niet lastig met geblaat in het kwadraat.
  • Verliefde stelletjes. Soms vreselijk schattig, als er sprake is van voorzichtige aanrakingen en lief naar elkaar lachen. Maar zodra er uitgebreid speeksel wordt uitgewisseld,er dwalende handen aan te pas komen en kledingstukken plots verdwijnen, wordt het een gênante vertoning. Gratis porno, dat dan wel weer.

Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan, maar vooralsnog lijkt mij dit voldoende leesvoer voor in het weekend. Wordt ongetwijfeld vervolgd…..

 

Vertraging

trein1.jpgHet is elke zondag weer een verrassing, kan ik rechtstreeks van Groningen naar Amsterdam Zuid met de trein? Of mag ik weer het hele land doorreizen van de NS, eventueel aangevuld met een bus- of metrotripje? Zodra het woord ‘bus’ in de app verschijnt, blijf ik gewoon in Groningen. Het gedoe van het slepen van bagage naar een station, in de trein, uit de trein, op zoek naar de bus, in de bus, uit de bus, op zoek naar het juiste perron, in de trein, uit de trein; ik heb daar zo geen zin in.

Dit weekend viel het reizen enigszins mee, ik kon rechtstreeks naar Amsterdam Bijlmer en daarna verder met de metro. En dan is het maandag en ga je ervan uit dat de treinen weer normaal rijden. Helaas. Ik stond op het perron van Zuid te wachten op de trein richting Heerlen en zag op de borden al de nodige vertragingen verschijnen. Mijn trein kwam gelukkig op tijd, maar ging niet verder dan Den Bosch vanwege een elektrische storing. Nu moest ik daar toevallig ook heen, maar ik was blij dat vriendin M. niet meer in de buurt van Eindhoven woonde. In Den Bosch ontstond de nodige chaos op het station door onrustig ronddravend volk, want er ging misschien wel of misschien niet een trein naar Eindhoven. Misschien van spoor 4 of anders van spoor 6. Op spoor 6 geen enkele teken van leven te bekennen en de trein op spoor 4 ging naar Alkmaar. Dat is toch een heel andere kant op.

Maar als je dan toch ergens in Brabant moet stranden, dan is Den Bosch de beste plek. Want daar hebben ze Jan de Groot en dat is dé bakker van de echte Bossche bollen. Bijpraten met een oude vriendin gaat heel goed samen met het nuttigen van zo’n overheerlijke caloriebom.
De terugreis naar Amsterdam verliep rustig, maar er was nog steeds sprake van de nodige verstoringen in het treinverkeer. Seinstoringen, elektrische storingen, rijp op de bovenleidingen, overwegstoring, onvoldoende materieel en een aanrijding met een persoon. Dat laatste is natuurlijk heel akelig en niet te voorkomen. Maar de rest?
Morgen ga ik met de trein naar Nijmegen en Roermond, en verder ga ik deze week nog naar Utrecht en Groningen. De trein is best wel fijn, maar dan graag zonder vertraging.
Waar zouden we zijn zonder de trein? Nou gewoon, thuis.

Hoogbegaafd

Met stijgende verbazing lees ik een artikel over een hoogbegaafd jongetje in Amsterdam. Hij is pas zes, maar gaat binnenkort al naar de middelbare school. Om dit heuglijke feit wereldkundig te maken, heeft papa een heel mediacircus georganiseerd op de huidige school van het kind. Kind beduusd van alle aandacht en de schooldirecteur stomverbaasd, omdat die niet was geïnformeerd over het bezoek van een aantal cameraploegen. Ondertussen is papa niet blij, omdat koning Willem-Alexander het kind nog niet heeft uitgenodigd voor een bezoek. Want in de USA wordt zo’n extreem slim kind immers uitgenodigd door de president, heel gek dat de koning niet het fatsoen heeft gehad om zich te melden. Op zo’n moment gaan bij mij de alarmbellen af. Natuurlijk mag een ouder apetrots zijn op zijn kind, maar ik vind dat deze vader een beetje doorslaat. Voor het kind is het alleen maar goed dat hij onderwijs gaat krijgen op een niveau dat bij hem past, want anders verveelt hij zich te pletter tussen de andere zesjarigen. Maar om nu de publiciteit te gaan zoeken? Wat voor druk leg je het kind op?

Met een paar hoogbegaafde kinderen in de familie weet ik dat het voor een jong kind niet gemakkelijk is om ‘anders’ te zijn. Ze zijn stukken slimmer dan hun leeftijdgenoten, vinden daardoor geen aansluiting in de klas en worden al gauw betiteld als een buitenbeentje. Bovendien zie je, vreemd genoeg, vooral bij andere ouders de nodige jaloezie en competitiegedrag ontstaan. ‘Onze Betty is anders ook heel slim, ze had deze week geen fouten in haar rekentoets.’ Als het hoogbegaafde kind een keer een misser maakt, waarschijnlijk omdat het zich door verveling absoluut niet interesseert voor het onderwerp van een toets, zie je de omgeving al meewarig lachen. ‘Ja, ja en dat noemen ze dan hoogbegaafd.’
Zoeken hoogbegaafde kinderen op het intellectuele vlak vooral aansluiting bij oudere kinderen, sociaal-emotioneel gezien gedragen ze zich over het algemeen conform hun leeftijd. De boze buitenwereld lijkt dat niet altijd te begrijpen. Plat gezegd: een zesjarige zal zich, ondanks het feit dat hij een paar klassen overslaat, nog niet gaan interesseren voor seks.

Ik hoop dat dit jongetje het ontzettend naar zijn zin zal hebben op de middelbare school en genoeg uitdaging gaat vinden in de lesstof. Maar ik hoop eveneens dat zijn ouders hem een kind van zes laten zijn en goed in de gaten houden dat hij zich op sociaal-emotioneel vlak ook goed kan ontwikkelen. Het geluk van een kind is belangrijker dan een bezoekje brengen aan de koning. Toch?