De uitdaging

Op de vorige blog kreeg ik de reactie: ‘Kunnen we niet verzoekjes draaien? Wij geven je onderwerpen mee en jij maakt er iets van?’ Ja hoor, waarom ook niet. Dan verwacht je dat je een paar leuke steekwoorden krijgt, maar wat staat er op het verlanglijstje? Ruitenvloeistof, troetelbeertjes, Appingedammertjes,  puutjeplakkers en snotapen. En dat moet allemaal in één verhaal worden gestopt. Volstrekt onzinnige combinatie van woorden, maar ik ga deze uitdaging niet uit de weg. Houd u vast voor het vervolg op Sneeuwwitje gaat kamperen!

Sneeuwwitje heeft PMS

De dwergen komen thuis na een zwaar middagje darten in café Schoonmoes de Heks. In opperbeste stemming stampen ze met hun modderlaarsjes het huisje binnen, alwaar zij Sneeuwwitje in tranen aantreffen. ‘Wat is er met jou aan de hand?’, vraagt Bashful. Met betraande pandaogen (want de mascara is doorgelopen) heft Sneeuwwitje haar hoofd op en zegt met verstikte stem: ‘de ruitenvloeistof is…is…OP!’ En ze begint meteen weer te janken. ‘Oh god, je moet ongesteld worden’, zegt Grumpy en alle dwergen gaan meteen op een veilige afstand staan. Want uit ervaring weten ze waar een vrouw met PMS toe in staat is.
‘Nou meid, dan halen we toch gewoon nieuwe? Kom op, was je gezicht, we stappen in de auto en rijden naar Appingedam. Kunnen we meteen nieuwe chocola voor je kopen.’ Een glimlach breekt door op het gezicht van Sneeuwwitje. ‘Oh Appingedam! Dan kunnen we meteen op bezoek bij de troetelbeertjes!’
‘De troetelbeertjes? Wonen die niet meer in Troetelland?’, vraagt Doc.
‘Nee, ze zijn verhuisd en zijn nu echte Appingedammertjes geworden.’

Twee uur later, want Sneeuwwitje wist niet wat ze moest aantrekken, zit de meute eindelijk in de gordels en start Sneeuwwitje met enige moeite de auto. ‘Hè verdorie, altijd als ik PMS heb, heb ik moeite met autorijden.’
‘En de weken tussendoor kan je ook niet autorijden’, grijnst Happy. SMACK! Er belandt een vuist in het gebit van Happy.
‘Je had je bek moeten houden’, sist Sleepy. ‘Je weet toch hoe ze is, als ze PMS heeft?’ Ondertussen verzamelt Dopey de losgeslagen tanden en legt ze onder een kussen. Wie weet, misschien komt de tandenfee nog langs.
Een uur lang wordt er niet gesproken in de auto. Sneezy besluit dat het lang genoeg stil is geweest en vraagt aan Sneeuwwitje wat de troetelbeertjes eigenlijk uitspoken in Appingedam. ‘Nou’, zegt Sneeuwwitje opgewekt, ‘ze werken tegenwoordig in een fabriek en zijn puutjeplakkers geworden.’
‘Puutjeplakkers? Wat is dat nu weer?’
‘Puutje is Gronings voor zakje, dus eigenlijk zijn het zakjeplakkers. Zakjes om boterhammen in te stoppen en zo.’
‘Ah, zo. Ik heb ook weleens een plakkend zakje, maar daar stop je geen boterhammen bij’, gniffelt Sneezy. ‘Trouwens, die troetelbeer met die regenboog op zijn buik, is het toeval dat ‘ie roze is?’ KABOOM! Een vuist belandt tussen de ogen van Sneezy.
‘Jullie akelige snotapen!!’, krijst Sneeuwwitje. ‘Altijd van die stomme grapjes, jullie houden nooit rekening met mijn gevoelens. We gaan naar huis!’ En met gierende banden keert ze de auto op de weg. Gillend grijpen de dwergen elkaar vast, als Sneeuwwitje op topsnelheid door het overige verkeer slalomt.
Een kwartier later staan de dwergen, wankelend op de beentjes en een beetje misselijk, voor de deur van het café. ‘Zo, nu eerst een Dwarvaria, die hebben we wel verdiend. Over een paar dagen zal ze wel weer bij zinnen komen, tot die tijd blijven wij mooi met onze puutjes aan de barkruk geplakt zitten.’

En zo leefden de dwergen een paar dagen best gelukkig in café Schoonmoes de Heks.

dwerg1

2 gedachtes over “De uitdaging

Reacties zijn gesloten.