Scrum

scrum2Het afgelopen jaar is het woord ‘scrum’ met stip binnengekomen in mijn jeukwoorden top 10. Toen ik hoorde dat op mijn werk aan scrum wordt gedaan, werd ik in eerste instantie wild enthousiast. Het leek me geweldig om in mijn lunchpauze te mogen kijken naar collega’s die een potje rugby met elkaar spelen. Ik verheugde me op de aanblik van woest onaantrekkelijke mannen zonder tanden die elkaar, met de wellust in de ogen, bespringen. Mannen die grommend tegen elkaar aanduwen en wilde tackles maken. Mannen die met bebloede koppen, armen uit de kom en ontwrichte enkels gewoon door blijven spelen. Mannen die niet meteen ter aarde storten als er naar ze wordt gewezen, het zijn immers geen voetballers. En wist u dat er in rugby, naast een loosehead prop en een tighthead prop, een hooker aan het spel meedoet? Rugby is echt een enorm sexy sport. Dus u kunt zich voorstellen hoe groot mijn teleurstelling was toen bleek dat scrum op het werk niets met rugby van doen heeft, maar eigenlijk een projectaanpak is. Helemaal niet sexy en die tandeloze mannen zijn in geen velden of wegen te bekennen. Scrummen in de werksfeer is sprinten. Scrummen is doelen stellen. Scrummen is samenwerken. Scrummen is focussen. Hoe saai klinkt dat?
‘Nee Marita, helemaal niet saai, want we hebben de dagelijkse stand up, poker en een burndown chart!’
‘Oh, comedy!’
‘Eh nee, gewoon dagelijks een kort overleg.’
‘Maar dat pokeren, dat is dan toch wel een beetje sexy?’
‘Sexy? We geven gewoon punten aan de hoeveelheid werk en zo.’
‘Dan mag ik toch hopen dat er aan het eind van de rit iets in de fik wordt gestoken?’
‘In de fik gestoken?’
‘Ja, die burndown chart.’
‘Mens, dat is een overzicht van het werk dat nog gedaan moet worden.’

Saai dus. Hoog tijd dat ik wat mannen de tanden uit de mond ga slaan en op rugby-les stuur. Vrijwilligers? Iemand?

scrum1

Trouwjurk

trouwjurk

Het lopend buffet is geopend!

Gisteren kwam ik tijdens mijn wandeling door druilerig en koud Den Haag een bont gezelschap tegen. Voorop liep een jongedame die een ponchoachtige constructie om haar schouders had gedrapeerd en haar lange jurk tot onder haar oksels had opgetrokken. De voeten gestoken in een paar comfortabele en afgetrapte gympen, al met al maakte het geen charmante indruk. Het feit dat ze een struikje in de handjes had en schuin achter haar een jongeman in een keurig pak liep, verried dat we te maken hadden met een bruidspaar. In het gevolg liepen een aantal dames die beter gekleed waren dan de bruid, hoewel ik me afvraag waarom je in februari in een zomerjurkje en open schoentjes de straat op gaat. Maar dat zal mijn praktische en niet zo romantische aard zijn.

Hoe dan ook, ik snap eigenlijk niet waarom  een vrouw zich vrijwillig in een trouwjurk hijst op haar trouwdag. En dan heb ik het niet over de elegante poppetjes die er in alles charmant uitzien. Nee, het gaat mij om de vrouwen die altijd in een spijkerbroek en op gympen rondlopen. Die wijdbeens op de barkruk zittend, biertjes wegtikken. Die make-up-loos door het leven gaan en sportbeha’s dragen. Dat soort vrouwen. Vrouwen die nooit op hakken en in een jurk lopen, maar opeens op hun trouwdag een ingewikkelde jurk, sexy lingerie en te hoge hakken aantrekken.

Ik heb ooit het ongenoegen gehad om een avondje bruiloft-video-kijken te mogen meemaken. Trouwvideo’s zijn net zo erg als bevallingsvideo’s en horen te allen tijde privé te zijn. Maar goed, dit stel dat al jaren samenwoonde, was getrouwd en wilde graag een compilatie van de hoogtepunten van hun trouwdag met mij delen. En nu wil ik diezelfde dieptepunten graag met jullie delen. Vooraf: zij was zo’n bierdrinkende dame in spijkerbroek.

Om onduidelijke redenen moet je als bruid de nacht voorafgaand aan je trouwdag in je ouderlijke woning overnachten, alwaar je wordt opgehaald door de aanstaande echtgenoot. Ik zie daar het nut niet van in, als je al jaren samenwoont. Maar goed, hij staat dus met een struikje bloemen in de hand voor de deur van zijn schoonouders en belt aan. De bruid doet open en hij kijkt haar schaapachtig aan, waarschijnlijk herkent hij haar niet in die gruwelijke jurk. De schaapachtige blik zorgt ervoor dat zij tegen hem snauwt dat hij de bloemen aan haar moet geven. Vervolgens zie je ze samen naar de auto lopen, zij wijdbeens stampend en zwikkend op de hakjes. De volgende shot is de aankomst bij het gemeentehuis. Ik weet niet wat ze onderweg precies in de auto hebben uitgespookt, maar zij heeft het gepresteerd om de hoepel in de jurk dwars tussen haar benen te krijgen. Bruidegom blijkt een hork te zijn en staat, serieus, al halverwege de hal van het gemeentehuis terwijl zij nog aan het worstelen is om in haar jurk de auto uit te komen. Eenmaal uit de auto, en dankzij die overdwars staande hoepel eruitziend alsof ze 60 asielzoekers het land in probeert te smokkelen, zet ze het op een krijsen. ‘Nicoooooo, kommm hieeeerrrrr!’ De hele Grote Markt viel stil en dat is knap op een marktdag.

Mijn boodschap? Als je dan toch zo nodig moet trouwen, trek dan iets aan waarin je je comfortabel voelt. Er is geen enkele goede reden te bedenken waarom je een jurk en hoge hakken moet aantrekken als dat er voor zorgt dat je eruitziet als een onelegante boerentrien. Hoewel het wel vermakelijk videomateriaal oplevert. Dat dan wel weer.

School

Een nieuwe uitdaging. Hoewel, de 5 gegeven woorden/termen leiden naar een duidelijk onderwerp. Deze week in de aanbieding: Cito, landelijke gemiddelden, pushende ouders, prestatiedrang en kind zijn. Oftewel school.

citoMensen die roepen dat ze graag hun schooltijd willen overdoen, heb ik nooit begrepen. Ik kan me weinig herinneren van mijn schooltijd, niet omdat ik een hekel aan school had maar vanwege mijn dromerige aard. Om met mijn broer te spreken: ‘jij had niet door wat er allemaal om je heen gebeurde.’ Klopt en dat  vind ik helemaal niet erg. Ik leef en geniet liever van het nu dan dat ik moet terugkijken op mijn leven. Vooruitkijken doe ik ook niet, waarom zou ik me nu al druk maken over pensioen, incontinentieluiers en lubberende huidplooien?

Maar goed, school dus. Ik heb ooit een Cito-toets gedaan. Mocht naar het vwo, dus ik zal die toets wel goed hebben gemaakt. Waarschijnlijk hadden we toen (1978) ook al landelijke gemiddelden, maar dat is niet iets waar je je als kind druk om maakt. Voor de scholen blijkt het echter nogal veel uit te maken, ik citeer een stukje slecht Nederlands: ‘Een gemiddelde Cito score van de school onder het landelijk gemiddelde wil niet zeggen dat een school het slecht heeft gedaan. Het gaat erom dat de leerlingen hebben gescoord naar aanleiding van het aanleg en intelligentie. Heeft de school (en de leerlingen zelf) eruit gehaald wat erin zit.’ Tja, toch zullen veel ouders denken dat een school die onder het gemiddelde heeft gescoord, niet in staat zal zijn hun prinsjes en prinsesjes op waarde in te schatten. Want het zijn natuurlijk allemaal Einsteintjes in de dop. Dat is volgens mij helemaal iets van deze tijd, de pushende ouders die hun kinderen onder druk zetten om vooral een havo/vwo-labeltje krijgen. Ik kan me niet voorstellen dat de meeste kinderen die prestatiedrang van zichzelf hebben, dat wordt toch echt opgedrongen door de ouders. Voor de kinderen vind ik het jammer dat er ouders zijn die niet blij met een vmbo-advies voor hun kind.  Laat een kind een kind zijn. Ieder mens ontwikkelt zich anders en bewandelt andere paden richting een gelukkig leven. Want daar gaat het uiteindelijk om, dat je gelukkig bent met je leven. Ouders moeten zich afvragen wat het kind aankan en niet wat zij willen voor hun kind. Ik ben in de gelukkige omstandigheid dat mijn ouders hun kinderen nooit onder druk hebben gezet om te presteren. En wat denk je? Ook zonder druk zijn mijn broer en ik heel aardig terecht gekomen.

Al heb ik zelf geen kinderen, toch wil ik de ouders van nu een goede raad meegeven: Laat het geluk van je kind leidend zijn en besef je dat ook op het vmbo goede en betrokken leraren rondlopen. Het is echt niet zo dat op het havo/vwo betere leraren rondlopen, ook al blijken die beter betaald te worden. (belachelijk!)  En ja, je mag best een keer een kind achter de broek aanzitten als het er met de pet naar gooit, maar kinderen gaan niet dood als ze een keer op hun bek gaan. Belangrijker is dat je je kind laat weten dat je trots op hem/haar bent, ongeacht het schoollabeltje. Dat werkt beter voor het zelfvertrouwen dan het gevoel hebben dat, als je niet op het vwo terecht komt, je blijkbaar niet goed genoeg bent in de ogen van je ouders. Tenzij je als ouder van plan bent een potentiële burn-out kandidaat af te leveren in de grote-mensen-wereld; ga dan vooral zo door.

cito6

Zwerver

Eigenlijk schaam ik me ervoor. Dat ik soms geïrriteerd ben als alweer diezelfde daklozenkrantverkoper voor de supermarkt staat. En dat ik me daar dan weer ongemakkelijk onder voel, maar dat ik ook niet van plan ben om bij elk bezoek aan de supermarkt een krantje te kopen. Ik heb ook altijd het idee dat de supermarkt de dakloze in kwestie ’s ochtends om 8 uur bij de ingang zet, om hem ’s avonds om 10 uur weer binnen te stallen. Naast de tulpen en perssinaasappeltjes. Elke keer neem ik me voor om te bedenken dat die man daar ook niet voor zijn plezier staat. Alleen, als je een lange werkdag achter de rug hebt en moe bent, dan vraag je je toch af of die man niet eens een keer ergens anders kan gaan staan. In een andere buurt, bij een andere supermarkt. Om vervolgens dat weer een slechte gedachte van mezelf te vinden, wie weet wat de omstandigheden zijn geweest waardoor deze man dakloos is geworden.

Jaren geleden hadden wij een klant die eens in de maand een bezoek bracht aan ons kantoor. Een zwerver met een fiks drankprobleem en een haveloze hond. Als hij het kantoor binnenkwam, deinsden  de dames aan de balie uit veiligheidsoverwegingen al achteruit. Want hij was agressief, eerst verbaal en er kwam altijd een moment waarop hij met de hondenketting op de balie begon te meppen. Hij sliep vaak in het fotohokje op het station en zorgde voor de nodige overlast. In een strenge winter heeft hij de nacht buiten doorgebracht en is doodgevroren. Dat gegeven op zich is al triest genoeg, maar ook de geschiedenis van de man bleek intriest te zijn. Eens in zijn leven had hij namelijk een baan, een vrouw en een kind. Hij had een goed leven totdat zijn vrouw plotseling kwam te overlijden. Hij kon niet omgaan met dat verlies, begon te drinken en verloor baan en huis. Het begin van een zwervend bestaan, ook zijn kind kon niet meer tot hem doordringen. Ook al is het zeker 25 jaar geleden, ik denk nog regelmatig aan het trieste lot van deze man.

Ook al zit het soms ver weggestopt, in iedere zwerver schuilt een mens. Een mens met een levensverhaal dat vaak niet mooi is. Ik heb niets te klagen in mijn leven, dus ik mag me ook niet ergeren aan het feit dat een daklozenkrantverkoper bij mijn supermarkt zijn ding staat te doen. Binnenkort maar weer eens een krantje kopen.