Toerist

Lieve inwoners van Barcelona,

Als deeltijd-inwoner van Amsterdam begrijp ik heel goed dat jullie de toeristen liever zien gaan dan komen.  Laten we eerlijk zijn, toeristen vormen samen met duiven en ratten de top 3 van overlast veroorzakende beesten. Met hun rolkoffertjes sjokken de toeristen door de stad, veroorzaken ze  verkeersopstoppingen omdat ze menen dat ze in een openluchtmuseum rondlopen en het heel normaal is om de boel uitgebreid te gaan bekijken. Met de selfie stick in de aanslag staan ze midden op straat stil, zonder er erg in te hebben dat er mensen in onze steden wonen en werken. Toeterende automobilisten en scheldende fietsers krijgen een verwijtende blik toegeworpen; hoe durft men de toerist te storen tijdens de sightseeing. Ik heb menig Japanner uit de spaken van mijn fiets moeten bevrijden, omdat ze domweg niet uitkijken waar ze lopen. Voordeel van Japanners is dat ze altijd vriendelijk blijven lachen, ook al liggen ze volkomen in de kreukels.

Het wordt pas echt vervelend op het moment dat de toerist besluit om een fiets te gaan huren. Wij weten allemaal dat de toerist niet kan fietsen. Je ziet ze al van verre aankomen: ze fietsen langzaam, ze slingeren over de weg en ze nemen voorrang, omdat ze denken dat ze altijd voorrang hebben. Dat, of ze weten niet hoe er geremd moet worden. Ik heb regelmatig op het punt gestaan om zo’n idioot van de fiets af te meppen, helaas heb ik een keurige opvoeding genoten en mag ik van mijn moeder geen mensen slaan.

Prohibido orinar

Zomaar een mededeling in het centrum van Barcelona

En dan het gedrag op straat. Op zomerse dagen, die zijn er in Barcelona iets meer dan in Amsterdam, loopt de toerist het liefst halfnaakt rond. ’s Avonds verandert dat in driekwart naakt en straalbezopen. Door het vele gezuip moet er ook veel gepiest worden en in Barcelona, zo heb ik geroken, gebeurt dat bij voorkeur gewoon op straat. In Amsterdam hebben we dan nog het ‘geluk’ dat de mannen hun zaakje graag boven de gracht hangen. Het nadeel daarvan is dat ze vaak zo dronken zijn, dat ze al zeikend in het water donderen en dat loopt niet altijd goed af.

Ook irritant: je moet van tevoren kaartjes bestellen voor de populaire musea, anders sta je uren in de rij. Als het erg tegenzit, zit er een timestamp op je kaartje. Kortom, de toerist veroorzaakt enorm veel overlast. Diezelfde toerist brengt echter ook veel geld in het laatje. Toeristen bezoeken de bezienswaardigheden van onze steden, overnachten in hotels, boeken rondleidingen, kopen souvenirs  en maken uitgebreid gebruik van de horeca.  Stel je eens voor dat dat allemaal weg zou vallen, dan zou toch menig bedrijf over de kop gaan, met (nog meer) werkloosheid tot gevolg. Hoewel ik trouwens vind dat er in Amsterdam een overschot is aan zaken die kaas en stroopwafels verkopen. Al met al mag het in beide steden wel een tandje minder met die toeristen. Nergens is het leuk als je over de koppen kunt lopen en je moet zoeken naar een rustig plekje om te genieten van het moois dat de stad te bieden heeft. Laten we maar hopen dat de maatregelen die beide steden nu nemen om het toerisme terug te dringen, succesvol zullen zijn. Zodat in de toekomst zowel de inwoner als de toerist kan genieten van de schoonheid van onze steden. Tot die tijd zullen we ons er, letterlijk, doorheen moeten slaan.

Adéu!

Tourist go home!

In Barcelona is men niet dol op de toerist

Moerstaal

teckel

©comik.nl

Tijdens een presentatie merkte iemand op: ’Moet dat nu, al die Engelse termen? Daar hebben we toch ook wel een leuk Nederlands woord voor?’  Nu zit onze taal vol met leenwoorden. Woorden uit een andere taal die al zo ingeburgerd zijn, dat we ze als Nederlandse woorden beschouwen. Bijvoorbeeld: Ik zit überhaupt (Duits) vaak achter mijn bureau (Frans) naar mijn computer (Engels) te koekeloeren (herkomst onduidelijk). Ik geef toe dat ik in mijn mondelinge communicatie en communicatie via sociale media ook vaak Engelse woorden en uitspraken gebruik, zoals: bye dear, why, see you later, whatever, fuck, sweetie en damn. Als ik een zakelijke brief moet schrijven, probeer ik juist al die ‘buitenlandse’ woorden te vermijden. Fuck en damn zou ik dan sowieso niet gebruiken, die woorden reserveer ik voor de leukerds die ik ken. Sorry jongens en meisjes. Sorry is trouwens ook Engels, eigenlijk moet ik zeggen dat het me spijt. Zo zie je, het is helemaal niet zo gemakkelijk om het Engels te vermijden in de communicatie.

Maar het loopt wel de spuigaten uit met die Engelse woorden, als je er tenminste goed op let. Je hoort het in gesprekken op straat, op tv en radio en je leest het in kranten en tijdschriften. Vaak in een rare combinatie met het Nederlands. Een opsomming van teksten die ik de afgelopen weken heb gelezen of gehoord:

  • Alles over jou en de pets. Pets is geen Gronings voor petten, maar hier wordt het Engelse woord voor huisdieren gebruikt. Wat is er mis met het woord huisdieren?
  • Hoe ben je van plan dat te spreaden? Van to spread, verspreiden dus.
  • Over de highs en lows in zijn leven. Over de hoogte- en dieptepunten.
  • Behind the scenes van de voorstelling. Achter de schermen, dat snappen we allemaal ook wel. Toch?
  • Simple food. Simpel voedsel. Oftewel voeding zonder toeters en bellen.
    Feel good food, voedsel waarbij je je goed voelt. Hoewel men hiermee geen patat, bitterballen en chips bedoelt, maar eerder selderijstengels en goji bessen. Van dat gezonde gedoe dus. Je bent verplicht je bij dat spul goed te voelen, hoewel je liever een bittergarnituur naar binnen werkt.
  • Ik heb echt een addict voor chocola. Je bent verslaafd aan chocola. Is niet erg, beter dan aan de drugs of de drank.
  • Kids! Vind ik persoonlijk een misselijkmakend woord. Kin-de-ren heten die krengen.
  • Carry on en leef! Wat is dit nu voor een belachelijke zin. Ga door en leef volstaat ook.
  • Meet & greet. Mijn persoonlijke favoriet, die ik graag in het Nederlands uitspreek. Om het extra belachelijk te maken. Maar ik snap het wel, ontmoet & groet klinkt erg duf.
  • Drizzle er een beetje olijfolie overheen. Je mag de olijfolie ook sprenkelen, heeft hetzelfde effect.
  • Roadtrip. Vind ik zelf wel een mooi woord, het klinkt in ieder geval beter dan rondrit. Rondrit is zo oubollig, bij roadtrip heb je tenminste nog het idee dat je iets spannends gaat meemaken. In je regenpak op de fiets, ergens in de provincie.

Etcetera, enzovoort. De oplettende lezer zal ongetwijfeld in mijn Nederlandse teksten ook de nodige leenwoorden hebben ontdekt. Laat duidelijk zijn: taal leeft en voordat je het weet, is het Nederlands weer de nodige woorden rijker. Tabee!

Zombie

©DeviantArtDe meeste dromen zijn bedrog en dat is maar goed ook, want ik droom veel. Over hele bizarre situaties die ik meemaak met familie, vrienden, collega’s en ander raar volk. Vaak herinner ik mij de volgende ochtend nog goed wat ik gedroomd heb en deel ik die informatie met de man/vrouw van mijn dromen. Meestal dan he, want sommige dingen kun je maar beter verborgen houden in dromenland.

Vorige week heb ik heel leuk gedroomd over een paar collega’s. Laten we ze voor het gemak Ermanno, Stefano en Julietta noemen. Samen vormden wij een soort van A-team, we hadden ook zo’n leuk busje tot onze beschikking. Eigenlijk waren we meer een Z-team, want blijkbaar was onze core business de jacht op en uitroeiing van zombies. Het jagen bleek vaak een toevalstreffer te zijn, het uitroeien een onoverkomelijk probleem.

Op een dag bevonden Ermanno en ik ons op de oprit van een twee-onder-een-kapwoning. Julietta zat achter het stuur van de Jet-mobiel, Stefano bevond zich ergens in de woning. In het huis woonde een leuk, blond meisje en Stefano heeft een zwak voor leuke blonde meisjes. Dat betekent dat Stefano blind is voor alle mogelijke gevaren die zo’n meisje met zich meebrengt. Dit meisje was een bloeddorstig kreng, dus het was van groot belang dat Ermanno, Julietta en ik een reddingsoperatie op touw gingen zetten. Gewapend met ons gezonde verstand, betraden Ermanno en ik het huis. In een slaapkamer op zolder vonden wij Stefano in een innige verstrengeling met het kreng. Net op het moment dat het secreet een hapje uit onze Stefano wilde nemen, konden wij hem uit haar klauwen scheuren. Wij vouwden hem tot een handzaam formaat (even voor de duidelijkheid: Ermanno en ik zijn samen even lang als Stefano in zijn eentje lang is), renden met Stefano onder de oksels geklemd de trap af, trokken een sprintje op de oprit en gooiden hem én onszelf achterin de Jet-mobiel. Julietta gaf gas, dat kan ze goed, en zo reden we met een noodgang de straat uit.

Eenmaal op adem gekomen, vond Ermanno het nodig om te melden dat hij nieuwe schoenen wilde hebben. Hij heeft meer dan voldoende schoenen, de collectie van Imelda Marcos is er niets bij, maar hij bleef maar zeuren om nieuwe schoenen. Julietta was het gejammer zat en reed naar Rotterdam, zodat Ermanno zijn schoenenfetisj kon bevredigen. In Rotterdam aangekomen, stapten Ermanno, Stefano en ik uit, terwijl Julietta op zoek ging naar een parkeerplek. Rotterdam bleek een oase van rust, vol met apathisch rond schuifelende mensen. Dat had een signaal moeten zijn dat er iets niet in de haak was, maar dat signaal pikten we op dat moment niet op. In de schoenenzaak begon Ermanno te kwijlen van enthousiasme vanwege het enorme aanbod. Er moesten natuurlijk meteen schoenen worden gepast en de apathische verkoopster hielp Ermanno gedienstig bij het passen. Vreemd genoeg waren alle spiegels omgedraaid, maar je wilt natuurlijk wel weten of die schoenen je goed staan en Ermanno maakte de fout om een spiegel om te draaien, zodat hij zichzelf kon bewonderen. Fout, want zombies worden heel bloeddorstig als ze een reflectie van zichzelf zien in een spiegel. Bleek die verkoopster een zombie te zijn! Zij stortte zich met een wild gekrijs op Ermanno en wilde hem niet loslaten, ook niet nadat wij het vriendelijk hadden gevraagd. Als laatste redmiddel ging Stefano met wat naaldhakjes los op het hoofd van de verkoopster, zodat ik Ermanno onder het mens vandaan kon slepen. Met dat wilde krijsende wijf achter ons aan, renden wij de winkel uit. Op zoek naar Julietta, die in geen velden of wegen te bekennen was. Blijkbaar is het parkeren in Rotterdam een groot probleem.

Toen werd ik wakker. Weliswaar met een glimlach op m’n gezicht, maar blij dat ik niet meer door Rotterdam aan het hollen was.

Vacature

Onlangs mochten collega R. en ik ons buigen over de functie-eisen en competenties voor een compleet nieuwe functie binnen ons bedrijf. Niet dat wij er verstand van hebben maar aangezien we in de werkgroep ‘zo-iemand-moeten-we-echt-hebben’ zaten, was de verwachting dat wij wel een aardig verwachtingspatroon konden schetsen. Natuurlijk was dat geen enkel probleem voor ons. R. zocht vacatures voor soortgelijke banen op, ik maakte er een samenvatting van en samen hebben we zitten gniffelen om de vacatureteksten. Het was vast allemaal heel serieus bedoeld, maar vooral de secundaire en tertiaire arbeidsvoorwaarden vonden wij bij tijd en wijle uiterst grappig. Een kleine samenvatting.

We zoeken iemand die methodologisch slim is
 Wat?! Wat betekent dat überhaupt?  Je mag er toch vanuit gaan dat als je op academisch niveau selecteert, dat iemand op z’n minst een beetje slim is en dat het met de methodologie ook wel goed zal zitten?

We hebben écht lekkere koffie
 Hm. Als je dat écht zo moet benadrukken, is de kans groot dat de koffie écht bagger is. Belangrijker: hoeveel soorten thee zijn er te verkrijgen en is er ook Vrijmibo met écht lekkere wijn?

Je werkt samen met mensen die oprecht belangstelling hebben in anderen
Dat klinkt allemaal heel positief, maar ook roddelkonten hebben oprecht belangstelling in anderen. Om totaal verkeerde redenen, dus of je daar nu zo blij mee moet zijn. Nee, beter is om belangstelling te veinzen: ‘Hoe was je weekend? Goed? Ja, de mijne ook. Werkse!’

Iedere dag op kantoor een complete lunch samen met je collega’s
Oké. Je zit dus al de hele dag met elkaar opgescheept en dan moet je ook nog eens samen de lunch  gaan gebruiken? Binnen? Mag een mens misschien ook een lunchwandelingetje gaan maken? Buiten? Helemaal alleen? Om bij te komen van al die oprechte belangstelling die je moet ondergaan?

Een maandelijkse bonusprikkel
Wat is dat? Ik stel me zo voor dat we het hier hebben over een doorgeefcactus. Iedere maand mag iemand anders voor de cactus zorgen. Met kerst wordt het ding versierd met ballen en met de Pasen krijgt het een eierwarmer op het kopje geplaatst. Want het schept een band als je gezamenlijk verantwoordelijk bent voor  het in leven houden van de bonusprikkelcactus.

Jaarlijks een teambuildingsuitje!
Ik háát teambuildingsuitjes. Je moet altijd van die vreselijke dingen doen die je dan ook nog eens geacht wordt leuk en inspirerend te vinden. Een toren bouwen vanwege de samenwerking, zonder touw een berg beklimmen om het vertrouwen in elkaar te versterken of de verbinding zoeken d.m.v. het gezamenlijk weven van een vloerkleed. De vloerkleden worden daarna gebruikt voor de dagelijkse meditatiesessies. Just. Shoot. Me.

Uiteindelijk hebben R. en ik zinvolle eisen en competenties zonder toeters en bellen geformuleerd en de rest van het werk aan de HR-afdeling overgelaten. Het is een keurige vacature geworden, zoals een keurig bedrijf betaamt. Inmiddels stromen de brieven binnen, gelukkig vindt niet iedereen de koffiefaciliteiten of prikkelende bonussen belangrijk.

foksukhr