Zombie

©DeviantArtDe meeste dromen zijn bedrog en dat is maar goed ook, want ik droom veel. Over hele bizarre situaties die ik meemaak met familie, vrienden, collega’s en ander raar volk. Vaak herinner ik mij de volgende ochtend nog goed wat ik gedroomd heb en deel ik die informatie met de man/vrouw van mijn dromen. Meestal dan he, want sommige dingen kun je maar beter verborgen houden in dromenland.

Vorige week heb ik heel leuk gedroomd over een paar collega’s. Laten we ze voor het gemak Ermanno, Stefano en Julietta noemen. Samen vormden wij een soort van A-team, we hadden ook zo’n leuk busje tot onze beschikking. Eigenlijk waren we meer een Z-team, want blijkbaar was onze core business de jacht op en uitroeiing van zombies. Het jagen bleek vaak een toevalstreffer te zijn, het uitroeien een onoverkomelijk probleem.

Op een dag bevonden Ermanno en ik ons op de oprit van een twee-onder-een-kapwoning. Julietta zat achter het stuur van de Jet-mobiel, Stefano bevond zich ergens in de woning. In het huis woonde een leuk, blond meisje en Stefano heeft een zwak voor leuke blonde meisjes. Dat betekent dat Stefano blind is voor alle mogelijke gevaren die zo’n meisje met zich meebrengt. Dit meisje was een bloeddorstig kreng, dus het was van groot belang dat Ermanno, Julietta en ik een reddingsoperatie op touw gingen zetten. Gewapend met ons gezonde verstand, betraden Ermanno en ik het huis. In een slaapkamer op zolder vonden wij Stefano in een innige verstrengeling met het kreng. Net op het moment dat het secreet een hapje uit onze Stefano wilde nemen, konden wij hem uit haar klauwen scheuren. Wij vouwden hem tot een handzaam formaat (even voor de duidelijkheid: Ermanno en ik zijn samen even lang als Stefano in zijn eentje lang is), renden met Stefano onder de oksels geklemd de trap af, trokken een sprintje op de oprit en gooiden hem én onszelf achterin de Jet-mobiel. Julietta gaf gas, dat kan ze goed, en zo reden we met een noodgang de straat uit.

Eenmaal op adem gekomen, vond Ermanno het nodig om te melden dat hij nieuwe schoenen wilde hebben. Hij heeft meer dan voldoende schoenen, de collectie van Imelda Marcos is er niets bij, maar hij bleef maar zeuren om nieuwe schoenen. Julietta was het gejammer zat en reed naar Rotterdam, zodat Ermanno zijn schoenenfetisj kon bevredigen. In Rotterdam aangekomen, stapten Ermanno, Stefano en ik uit, terwijl Julietta op zoek ging naar een parkeerplek. Rotterdam bleek een oase van rust, vol met apathisch rond schuifelende mensen. Dat had een signaal moeten zijn dat er iets niet in de haak was, maar dat signaal pikten we op dat moment niet op. In de schoenenzaak begon Ermanno te kwijlen van enthousiasme vanwege het enorme aanbod. Er moesten natuurlijk meteen schoenen worden gepast en de apathische verkoopster hielp Ermanno gedienstig bij het passen. Vreemd genoeg waren alle spiegels omgedraaid, maar je wilt natuurlijk wel weten of die schoenen je goed staan en Ermanno maakte de fout om een spiegel om te draaien, zodat hij zichzelf kon bewonderen. Fout, want zombies worden heel bloeddorstig als ze een reflectie van zichzelf zien in een spiegel. Bleek die verkoopster een zombie te zijn! Zij stortte zich met een wild gekrijs op Ermanno en wilde hem niet loslaten, ook niet nadat wij het vriendelijk hadden gevraagd. Als laatste redmiddel ging Stefano met wat naaldhakjes los op het hoofd van de verkoopster, zodat ik Ermanno onder het mens vandaan kon slepen. Met dat wilde krijsende wijf achter ons aan, renden wij de winkel uit. Op zoek naar Julietta, die in geen velden of wegen te bekennen was. Blijkbaar is het parkeren in Rotterdam een groot probleem.

Toen werd ik wakker. Weliswaar met een glimlach op m’n gezicht, maar blij dat ik niet meer door Rotterdam aan het hollen was.

2 gedachtes over “Zombie

Reacties zijn gesloten.