Bakfietsvrouw

Het onderwerp ‘Fiets en aanverwante ellende’ staat al 2 jaar op mijn hier-moet-ik-nog-eens-over-schrijven-lijstje. Ik weet alleen niet waar ik moet beginnen.  Schrijf ik over mijn woonplaatsen Amsterdam en Groningen, die zichzelf als ‘Fietsstad’ omschrijven? Of over mensen die niet kunnen fietsen? Of over rare verkeerssituaties, wegversperringen en het al dan niet ontbreken van verkeersregels voor fietsers? Ik kan er enorm over uitweiden, dus heb ik besloten om het hele onderwerp in stukjes op te knippen. Schrijft gemakkelijker en leest beter. Aangezien ik gisteren door zo’n kut (excusez le mot) op een bakfiets van de weg werd gereden, wil ik daarom beginnen met het spuien van al mijn vooroordelen over vrouwen met bakfietsen.

Bakfietsvrouw
Zijn Amsterdam en Groningen vergelijkbaar voor wat betreft het gedrag van fietsers, dit geldt niet voor de bakfiets. De bakfiets is een typisch yuppendingetje en in Amsterdam hebben we last van een yuppenoverschot. Groningers zijn nuchterder en zijn van mening dat een kleuter best zelf naar school kan fietsen of lopen. Zo niet in Amsterdam, waar kinderen van alle leeftijden in een bakfiets naar school gebracht moeten worden. Ook al staat die school 2 straten verderop. Zo nu en dan wordt de bakfiets bestuurd door een man, maar meestal zit er een vrouwenbips op het zadel vastgeplakt. De bakfietsvrouw is van mening dat ze overal voorrang heeft omdat ze kinderen in de bak heeft zitten en gooit de fiets zonder gêne voor iedere aanrazende auto of tram. Je moet wel een vreselijke hekel aan je kinderen hebben, wil je ze aan een dergelijk gevaar blootstellen.
Bakfietsvrouwen zien er allemaal hetzelfde uit. Ze hebben nonchalant opgestoken haar, zijn ‘naturel’ opgemaakt, dragen fleurige jurkjes, spijkerjasjes en cowboylaarzen of witte gympen. Hoe irritant is dat. Er bestaat niet zoiets als nonchalant opgestoken haar. Bakfietsvrouwen hebben een ingewikkeld doch simpel uitziend kapsel op het hoofd waarmee ze minstens een uur per dag bezig zijn. Ergo, deze vrouwen hebben geen nuttige dagbesteding.  ‘Nee nee, Floris is druk met de eigen zaak, dus ik heb mijn carrière on hold gezet en zorg voor de kindjes. Maar ik heb een passie voor interior design, daar ben ik heel druk mee.’ Ergo, ze schudt de kussentjes op en legt ze iedere dag op een andere plek neer, bos blommen in een vaas en klaar. Verder doet de bakfietsvrouw aan yoga of Pilates, kent ze iedere steen in de 9 Straatjes en drinkt ze Chai Latte met haar vriendinnetjes. Vriendinnetjes ja, alsof ze een stel 12-jarigen zijn. Kortom, het soort vrouw waar je meteen de pest aan hebt als ze je pad kruist. Meestal midden op het fietspad met 3 van die Oilily-koters in de bak gepropt en dan ook nog zo traag fietsen als een dronken slak onder narcose. De nutteloze trut!

Natuurlijk zijn dit allemaal vooroordelen. Er zijn ook bakfietsvrouwen met normaal chaotisch haar op het hoofd, die in spijkerbroek en fleecetrui de fiets bestijgen. Die een fulltime baan hebben, geen tijd hebben om te shoppen en gewoon gluten eten. Maar hoe dan ook, de bakfiets mogen ze wat mij betreft uit het verkeer verbannen. Naar de schroot met die krengen! De fiets bedoel ik, niet de bakfietsvrouw.  Uitzonderingen daargelaten.

Fokke-en-Sukke-hebben-een-bakfiets-met-digitenne-070409(1976)

Scheerrituelen

Iedere zomer komt het weer voorbij, de scheerrituelen van vrouwen. Hoe houd je je benen glad en zorg je voor een rode bultjes-loze bikinilijn. Dat laatste is me nog nooit gelukt en is een van de redenen dat ik een vreselijke hekel heb aan het hele scheergedoe. Maar ik loop nu eenmaal graag rond in jurkjes en dan is het toch verstandig om de vacht van de benen te verwijderen. De laatste jaren pogen een aantal dappere vrouwen het scheerritueel te doorbreken door domweg het scheerapparaat aan de kant te gooien en lekker behaard de straat op te gaan. Op Instagram staan foto’s van jonge vrouwen die hun okselhaar opfleuren met een kek kleurtje of versieren met extensions, kraaltjes en bloemetjes. Een kek kleurtje is nog tot daaraantoe, maar die kraaltjes onder de oksels…. Tenzij je de hele dag met de armen in de lucht loopt te zwaaien, anders lijkt het me toch pijnlijk als je de armen gewoon naast het lichaam houdt. Voor bloemetjes geldt hetzelfde, eenmaal de armen bijeen geklemd en de blommen zijn geplet. Een soort van droogboeket, maar dan anders.
Ook de benen worden niet meer geschoren en trots getoond aan de wereld. Haar in de schaamstreek blijft gezellig staan en wordt voorzien van dreadlocks die enthousiast buiten het bikinibroekje rondzwaaien. En dan hebben we het nog niet gehad over de buiksnor en de bilnaadpaardenstaart. Ik wacht met smart op de eerste foto’s van zo’n paardenstaart die samen met het schaamhaar in een spannend patroontje wordt ingevlochten. Leuk elastiekje erin, met speldjes de losse haartjes vastzetten en je bent klaar voor het naaktstrand. (je trekt natuurlijk geen broekje aan, anders ziet geen mens die leuke vlecht)

Hoezeer ik deze moedige vrouwen ook bewonder en hoe vreselijk ik dat scheren ook vind, ik ben niet van plan om mee te doen aan deze rages. Gladde benen en oksels vind ik voor vrouwen toch echt mooier, dus voorlopig blijf ik braaf het scheerapparaat hanteren en breng ik zo nu en dan een bezoekje aan de wax bar of schoonheidsspecialiste. In de zomer natuurlijk, in de overige seizoenen laat ik mijn vacht rustig groeien en snoei ik de boel zo nu en dan bij. Niemand die het ziet. Behalve de Man dan, heeft ‘ie tot Rokjesdag weer een goede reden om de Vrouw een chimpansee te noemen.

harig5_collage

Badge

Op een enigszins zonnige woensdagmiddag fietste ik op een NS-fiets met terugtraprem naar het Vredespaleis in Den Haag. Voor alle duidelijkheid: mijn fietstocht startte bij het Centraal Station van onze Residentiestad, alwaar ik zo’n mooie blauw-gele fiets mocht uitzoeken.  Eerst wennen aan die enge terugtraprem en het abrupt tot stilstand komen, om er vervolgens achter te komen dat ik het zadel niet goed had vastgezet. Ik wilde linksaf slaan, draaide de billen naar rechts (dat gaat automatisch) en het zadel draaide alvast mooi naar de juiste richting. Geloof me, dat fietst niet lekker. Enfin, zadel vastgezet en rustig mijn weg vervolgd naar het Carnegieplein.

Ik was ruim op tijd aanwezig voor de rondleiding en kreeg een mooie badge uitgereikt die ik zichtbaar moest dragen van de dame van de informatiebalie. Het duurde niet lang of de eerste bejaarde dame sprak mij aan.
‘Mevrouw, mag ik u wat vragen?’
‘Natuurlijk mag u dat.’
‘Waar moet ik mij zo meteen melden voor de rondleiding van 1 uur?’
‘Ik vermoed bij de ingang hier rechts, maar dat zal de dame bij de informatiebalie beter weter dan ik.’
‘Oooh, u werkt hier niet. Nou, u ziet eruit alsof u hier werkt hoor!’
Ik geef toe dat ik mijn mooiste, want nieuwste, rok aanhad dus ik snapte de verwarring wel. Daarna ben ik nog een paar keer aangesproken en heb ik mensen uitgelegd hoe het kluisjessysteem werkt en verteld of men al dan niet zonder kaartje de tuinen kon bezoeken. En dat allemaal vanwege die badge. De sociologen onder ons weten hoe het werkt; iemand in een net pak boezemt meer vertrouwen in dan iemand die eruitziet als een zwerver. Terwijl zo’n pak een enge crimineel kan zijn en de zwerver een betrouwbare lieverd. Ooit erbij stilgestaan hoe vaak je in de trein je Ov-kaart gedachteloos afgeeft aan een meneer of mevrouw waarvan je denkt dat het de conducteur is? Terwijl de kans groot is dat je de conducteur naderhand niet meer kan identificeren? ‘Eh ja, het had een blauw pak aan met, volgens mij, zo’n geel NS-logo ergens. Hij had ook een scanapparaat bij zich.’ Dat dus. Er is een reden dat criminelen zich graag verkleden als politieagent of pakketbezorger.

Maar goed, ik ben geen crimineel en heb geen kluisjes leeggeroofd in het Vredespaleis. Wat gemakkelijk had gekund, want ik mocht rustig meekijken bij het intoetsen van de pincode. De mens is te goed van vertrouwen.

De rondleiding in het Vredespaleis is trouwens een absolute aanrader. Prachtig gebouw met een interessante geschiedenis. Meer informatie: zie de website van het Vredespaleis.

badge2

De bewuste badge

Bonken in Boedapest

Nee, ik ben niet in Boedapest geweest. De stad staat nog wel op mijn verlanglijstje, maar ik moest het de afgelopen week doen met spannende verhalen uit de tweede hand. Oftewel, ik heb noodgedwongen voor luistervink gespeeld in een restaurant. Man en ik waren net gezellig de week aan het doornemen, toen aan het tafeltje naast ons 3 jongedames sterke verhalen aan het uitwisselen waren. Hoewel, eigenlijk had 1 dame de sterke verhalen en deden de andere 2 niets anders dan instemmend hummen. Meisje 1 was namelijk in Boedapest geweest, had daar een jongen ontmoet en het weekend al bonkend in het zwembad doorgebracht. Haar woorden, niet de mijne. Na het bonkfestijn heeft ze hem nooit meer gezien. Kan gebeuren.
J., als een echte veiligheidsexpert, nadenkend over de praktische uitvoering van het geheel: ‘Hoe doe je in vredesnaam een condoom aan in het zwembad?’
‘Misschien had ‘ie het ding al omgebonden.’
‘Nee, dat lijkt mij sterk.’
‘Vraag anders even.’
‘Laten we dat maar niet doen.’
‘Misschien bedoelt ze wel dat ze in kleedhokjes of zo met die jongen gebonkt heeft.’
‘Nee, ze bedoelt echt in het water.’
‘Zonder condoom, dat kan natuurlijk ook nog.’
‘De jeugd van tegenwoordig……’

Al dat geklets over water en het consumeren van 3 biertjes, zorgden ervoor dat J. dringend toe was aan een plaspauze en dat terwijl het volgende spannende verhaal werd verteld. Bij terugkomst:  ‘Wat heb ik gemist?’
‘Nou, er was een feestje in haar studentenhuis en er was een jongen die zij leuk vond. Dus toen heeft ze snel haar vriendje gedumpt en die andere jongen haar kamer laten zien. Vervolgens heeft hij haar 3 keer haar kamer laten zien, inclusief de kledingkast.’
‘Ach, en toen?’
‘Nou, toen bleek dat hij haar erg leuk vond en wilde hij daten. Maar hij was pas 22 en student, terwijl zij al 25 was en een baan had. En dat studentenhuis waarin hij woonde was smerig, dus dat werd natuurlijk helemaal niets. Wat ze wel jammer vond, want hij was echt heel erg leuk.’
‘De jeugd van tegenwoordig …..’
‘Opa.’

We hebben een geweldige avond gehad, mede dankzij ‘bonken in Boedapest’ en haar 2 vriendinnen. Het eten was trouwens ook top. 😉