Offline

OfflineDe laatste editie van CUriosa* van dit jaar is blijkbaar themaloos, gezien het verzoek dat ik kreeg om een column te schrijven.
‘Marita, wil jij een column doen over goede voornemens of juist terugkijken op dit jaar?’ Nee zeg, terugkijken vind ik een zinloze activiteit en aan goede voornemens doe ik niet.
‘Of over hoe je kerst gaat vieren?’ Nee! Mensen die mijn privéblog lezen, weten hoe ik over de kerst en de maand december denk.
Is er dan iets dat ik wel met jullie wil delen? Jazeker, ik heb namelijk besloten om de komende tijd meer offline te zijn. Een groot deel van het volk is constant online. In de trein, op de fiets, in de auto, op het werk, thuis tijdens het eten, tijdens het sporten of uitlaten van hond/ kind. De meeste mensen hebben geen oog meer voor hun omgeving en staren in zombie-modus naar een beeldschermpje. Mijn eigen, grootste, stoorzender is Facebook.  Ik begon me te ergeren aan de toenemende stroom van meldingen die Facebook over mij meent te moeten uitstrooien.
‘Bliep! Die-en-die heeft interesse in een evenement bij jou in de buurt.’ Leuk voor hem/haar/het, maar het kan mij niet boeien. (Bij mij in de buurt is trouwens heel Nederland)
‘Bliep! Hotemetoot vindt deze pagina leuk!’ Nou en, ik heb al sokken.
‘Bliep! Jut en Jul hebben ook een mening over Sinterklaas, hunebedden, Mark Rutte en #MeToo.’ Dat mag, maar val mij daar niet mee lastig.
En dan dat vreselijke Messenger! Dat er opeens een hoofd op je smartphone verschijnt dat met jou wil communiceren en jij daar dan geen zin in hebt. Je kan het hoofd wel wegdrukken, maar sommige mensen zijn volhardend dus je blijft die kop zien. En dat je je dan gaat inbeelden dat zo’n hoofd boos naar je staart omdat je niet reageert. Mateloos irritant vind ik dat.

Kortom, ik heb Facebook en Messenger  van al mijn mobiele apparaten gesloopt en ik geniet oprecht van de rust. Bijkomend voordeel is dat ik meer tijd over heb voor echt leuke dingen en dat mijn smartphone minder vaak aan de oplader moet. Dus als je nog een goed voornemen voor 2018 zoekt: Zet het gebruik van sociale media op een lager pitje en kijk hoe het bevalt. Er gaat echt een wereld voor je open.

CUriosa is een intern digitaal blad van mijn werkgever.

Limburgs

Heb ik al het nodige te stellen met de Brabanders in mijn leven, Limburgers begrijp ik helemaal niet. Dat blijkt vooral een taaldingetje te zijn. Donderdagochtend, nog voor half negen, meldt collega J. te R. zich via Skype:
‘Kan ik je een ergernis aangeven voor je blog?’
‘Zekers, waar erger je je aan?’
‘Harkers in de trein?’
‘Harkers?’
‘Mensen met een snotneus, hebben geen zakdoek bij zich. Halen continue de neus op en vegen de druiper af aan hun hand en kijken er naar. Likken nog net niet de hand af en vegen vervolgens de snot af aan hun kleren.’
Ik moest nog aan mijn ontbijt beginnen en het moge duidelijk zijn dat ik daar even geen trek meer in had.  Bij harkers denk ik aan mensen die met een hark in een tuintje bezig zijn en niet aan mensen die snot-georiënteerd zijn. Maar goed, ik ken het soort volk en ik heb in de tram en soms in de tram muziek op de kop om de geluiden buiten te sluiten en de blik op oneindig om vooral geen onsmakelijke dingen te zien.

J. en ik vervolgen onze conversatie en verbazen ons over het feit dat tegenwoordig weinig mensen een katoenen zakdoek in hun bezit hebben. Gelukkig blijkt dat zowel Limburgers als Groningers hetzelfde woord gebruiken voor zakdoek, namelijk snotlap. Eén taalprobleempje minder. Ik besluit dat de harker een mooi onderwerp is voor een blog, maar J. blijkt nog niet klaar te zijn met zijn verhaal.
‘En dan hebben we het nog niet gehad over de wolveneters.’
‘Wolveneters????’
‘Die hebben blijkbaar ’s morgens nog niet ontbeten. Die de neus leeg peuteren en aandachtig de vangst bestuderen en vervolgens smakelijk opeten.’
‘Gatver, nu moet je ophouden! Maar noem je dat een wolveneter?’
‘Yep. Bij ons zijn dat wolveneters. Gespecialiseerd in de groene.’
Ik heb donderdagochtend mijn ontbijt overgeslagen.

Conclusie van dit alles? De treinen zitten vol met snuivende en snot consumerende medemensen, maar de Limburger weet dit poëtisch te omschrijven. Wolveneter, het klinkt bijna mythisch.

leesplankje

Voor de mensen die het Limburgs onder de knie proberen te krijgen

Tram

Omdat ik zin heb om weer eens vreselijk te gaan zitten zeuren, wil ik het vandaag hebben over de tram. Nu vind ik de tram in principe een fijn vervoermiddel en met enige regelmaat stap ik in tram 5 om naar mijn werk te gaan of reis ik de andere kant op, richting Museumplein. Best prettig, maar er zijn toch ook een paar ergernissen die ik graag met jullie wil delen.

Staand volk
Je staat bij de tramhalte en ziet in de tram die aan komt rijden een grote groep mensen staan. Je denkt dat het druk is en dat jij ook moet staan. Je bent acuut chagrijnig op de vroege ochtend, maar als de deuren opengaan, zijn er nog genoeg zitplaatsen. Het blijkt dat sommige mensen het fijn vinden om alvast voor de deur (in de meeste trams zowel de in- als uitgang) te gaan staan, omdat ze er over 8 haltes uit moeten. GA ZITTEN, MAFKEZEN! Echt, wat is dat om voor die deur te gaan staan, zodat andere mensen veel moeite moeten doen om in- of uit te stappen. Als je dan zo nodig moet staan, ga dan ergens strategisch staan. Sukkels.

Kinderwagens
Een tram is zo ingericht dat mensen in een rolstoel of mensen met een kinderwagen er ook gemakkelijk gebruik van kunnen maken. Dat is natuurlijk prachtig, maar waarom hebben die kinderwagens van tegenwoordig de grootte van een Hummer? Nou? Hoe lang is nu zo’n baby? Ergens tussen de 50 en 75 centimeter? Die heeft toch niet een vierkamerappartement voor zichzelf nodig? Baby kan best in een kleiner wagentje liggen. Maar nee, blijkbaar moeten er ook 10 luiertassen, de hele inboedel van een speelgoedwinkel, 6 flessen wijn, een stokbrood en een schoonmoeder vervoerd worden in de kinderwagen. Belachelijk, echt. Eén zo’n Hummer-kinderwagen in de tram en er kan niemand meer bij. Ik wil voorstellen dat we een toeslag gaan vragen aan mensen als ze zo’n groot ding de tram in manoeuvreren.  Dat zal ze leren!

Stinkende mensen
Sommige mensen vinden persoonlijke hygiëne niet belangrijk. Dat is niet erg, zolang zij zich bevinden in hun eigen habitat. Maar als ze de boze buitenwereld binnenstappen, zou ik het wel fijn vinden als ze zich zouden wassen. Met een HG-reiniger en een staalborstel. Want sommige mensen stinken echt enorm. De afgelopen week ging er een dame voor mij zitten die zich niet had gedoucht na het sporten, te ruiken aan de odeur die zij verspreidde in de tram. Dat, of ze had een pan met hachee of uiensoep in haar sporttas verstopt.

Toeristen en scholieren
Een pot nat. Er zijn er gewoon teveel van. En dus kan een normaal mens niet lekker trammen. Toeristen moeten leren dat zij lopend meer zien van een stad en scholieren kunnen best fietsen, dat is een stuk gezonder dan op hun luie reet naar een mobiel schermpje te staren. Of luidruchtig roddelen met medescholieren. Bloedirritant, zo ’s ochtends vroeg. Wie kan het wat schelen dat Bradley zijn tong in de mond van zowel Britney als Chanelle heeft gestopt? Mij niet in ieder geval. In dit #MeToo-tijdperk mag die Bradley trouwens eerst weleens goed nadenken, voordat hij zijn tong laat verdwijnen in andermans mond.

De komende week wordt regen, natte sneeuw en ander ongein verwacht. Ik kan me er nu al op verheugen.

 

Verboden onderwerpen

Zo nu en dan krijg ik van anderen onderwerpen aangereikt waarvan men vindt dat ik er wel iets over kan schrijven. Soms doe ik dat, maar meestal niet. Gisteren kreeg ik van 2 personen hetzelfde artikel toegestuurd. Geen idee wat de bron is geweest van het artikel, maar het ging over ‘grievende’ zinnen in sinterklaasliedjes. Zinnen waardoor de genderneutralen, de daklozen, de misbruikten en andere groepen zich gekwetst zouden kunnen voelen. Leuk gedaan, maar ik voel mij niet geroepen om hierover te bloggen. Maar het leek mij wel een goed idee om alvast aan te geven waarover ik beslist niet wil schrijven, zodat iedereen daar rekening mee kan houden.

Sinterklaas en aanverwant volk
De discussie over de juiste kleur van Piet begint de laatste jaren steeds vroeger. In april zag ik al het eerste geneuzel tussen voor- en tegenstanders van de kleur zwart op Facebook voorbijkomen (zwart is trouwens geen kleur). Dat soort berichten wordt meteen van mijn tijdlijn verwijderd. Hetzelfde geldt voor berichten over het feit dat de pepernoten al in september in de supermarkt liggen. Ach en wee, grote schande, en ondertussen wel kopen en opvreten. Ik vind het gezeik van de bovenste plank, volwassenen weten een kinderfeest grondig te verpesten. Pepernoten kan je het hele jaar eten en kleine kinderen zal het een rotzorg zijn in welke kleur Piet, Klaas, Schimmel en Dieuwertje Blok verschijnt, zolang ze maar cadeautjes en snoepgoed krijgen. En als het de kinderen een rotzorg zal zijn, dan zal het mij ook een rotzorg zijn.

#MeToo
Voor alle duidelijkheid, seksueel misbruik en seksuele intimidatie vind ik absoluut niet oké, maar die hele #MeToo-discussie slaat helemaal door. Iedereen vindt er wat van en iedereen vindt ook dat hij/zij gelijk heeft, waardoor men allerlei enge regeltjes gaat bedenken.

  • ‘Een collega verdrietig? Vooral geen arm op zijn/haar schouder leggen.’ Sodemieter op, als ik een goede verstandhouding met iemand heb, dan zal ik diegene troosten. Laten we eerlijk zijn, over het algemeen voelen de meeste mensen haarfijn aan wie je wel en wie je niet kan aanraken.
  • ‘Als iemand zegt dat hij/zij misbruikt is, moet je dat altijd geloven.’ Dat zou wel het uitgangspunt moeten zijn, maar zolang er nog vrouwen bestaan die mannen vals beschuldigen van verkrachting, vind ik dat lastig. Zullen we het onderzoek overlaten aan de professionals en ons weerhouden van commentaar op social media? Het is toch van de gekke dat vermeende daders/slachtoffers meteen aan de schandpaal worden genageld door het volk?
  • ‘Je moet aangifte doen van seksueel getinte opmerkingen op de werkvloer.’ Ik vrees dat ik voor de rest van mijn leven in het gevang moet doorbrengen en met mij een groot deel van mijn collega’s. Want waar ligt de grens van wat wel en wat niet betamelijk is? Mensen flirten met elkaar, waarderen het als iemand er goed uitziet en de meeste mensen van ons maken weleens een opmerking die op het randje is. Ook hier geldt dat de meeste mensen goed weten tegen wie ze een schuine opmerking kunnen maken en tegen wie niet. De groep die echt te ver gaat, is vaak klein en ja, die mogen we best aanpakken. Maar lieve mensen, ga eerst met elkaar in gesprek voordat je gekke dingen gaat doen.

En zo heb ik al meer woorden vuilgemaakt aan dit onderwerp dan ik had gewild.

De Overgang
Plots een hot item in celebrity-land. Er verschijnen boeken over het onderwerp, diverse columns worden er aan gewijd en menig ‘bekende Nederlandse vrouw’ komt graag vertellen hoe erg het allemaal is. Maar gelukkig hebben ze ook tips hoe je die hele overgang goed kan doorkomen. Qua leeftijd zit ik in de ‘gevarenzone’ en denkt menigeen mij ook met goede raad en daad te moeten bijstaan. Mensen, ik heb geen klachten. Ik bloed nog braaf iedere maand, ik heb het weleens warm en ook heb ik zo nu en dan last van een slecht humeur. Allemaal zaken waar ik de afgelopen 40 jaar ook last van heb gehad, dus niets nieuws onder de zon. En dus ook geen onderwerp om gezellig over te gaan schrijven. Waarvan akte.