Treinleed

Ik heb een nieuwe hel op aarde ontdekt en die heet Kampen Zuid. Station Kampen Zuid welteverstaan. Kampen zelf is een pittoresk Hanzestadje, niets mis mee. ‘Maar Marita, wat doe je dan ook in Kampen Zuid?’ Dat was niet mijn keuze, maar die van de NS. Het zat weer eens niet mee op het spoor. Gisteravond strandde ik al in Den Haag, maar dat was niet erg. Vriend was thuis en beschikbaar voor een goed gesprek en een glas wijn, dan kom je de avond wel door. Maar vanavond was verschrikkelijk. Kijk, het kan natuurlijk gebeuren dat Zwolle getroffen wordt door een stroomstoring en dat je vlak voor de IJssel tot stilstand komt. Maar dat er dan iemand bedenkt om de trein terug te laten rijden naar Kampen Zuid om daar mensen op het perron te dumpen, daar kan ik met mijn verstand niet bij. Want er is niets te beleven op dat station. Het ligt in de rimboe, het is er koud en tochtig en er is geen kiosk of winkel te bekennen. De eerstvolgende streekbus die je richting Zwolle zou kunnen brengen, vertrekt om 06.59 uur. Daar zit je niet op te wachten als je om 20.20 uur op dat perron staat te blauwbekken. De NS had zelf nog geen bussen ingezet, dus ik zag de bui al hangen. ‘We zetten daar waar mogelijk bussen in.’ Ergens heb ik dan het gevoel dat Kampen Zuid niet onder ‘daar waar mogelijk’ valt.
Gelukkig ging de trein terug naar Lelystad en het leek mij verstandig om in te stappen. In Lelystad stond de trein richting Den Haag braaf op mij te wachten, ik werd letterlijk met open armen ontvangen door vier conducteurs. Op de terugreis naar Amsterdam zat ik te denken aan die arme mensen op het perron in Kampen Zuid. Nu waren het voornamelijk Friezen en die zijn te allen tijde voorbereid op Elfstedentochtweer, maar ik zag het al helemaal voor me. ‘Op vrijdagochtend 26 januari werden tientallen Friezen bevroren op station Kampen Zuid aangetroffen. Uit onderzoek is gebleken dat het busbedrijf dat door de NS was ingezet, Kampen Zuid niet in navigatie had opgenomen. De Diep-Friezen zijn ter ontdooiing aangeboden aan zonnebankcentrum ‘Als Het Niet Broent Dan Broeit Het Wel’ in Kampen.’

Hoe dan ook, drie uur na vertrek uit Amsterdam was ik weer terug in Amsterdam. Morgenochtend gaan we een nieuwe poging doen om Groningen te bereiken.

Pasfoto

yagopartal

©Yago Partal

Bestaan er überhaupt mensen die wél leuk op een pasfoto staan? Het is mij in mijn 52-jarige bestaan in ieder geval nog nooit gelukt om enigszins fatsoenlijk op de foto terecht te komen. Altijd gebeurt er wel iets, onderweg van huis naar de pasfotoman. Zo herinner ik me die keer dat ik keurig gekapt op de fiets stapte om onderweg overvallen te worden door een stortbui. Haartjes vastgeplakt van de nattigheid op de kop en dan toch maar die pasfoto laten maken, omdat je een half uur later een afspraak hebt bij de gemeente voor een nieuw paspoort.

Binnenkort moet mijn rijbewijs worden verlengd. Niet dat ik ooit nog achter het stuur van een auto kruip, maar het formaat van het rijbewijs past zo handig in de portemonnee en dan heb je altijd je legitimatie bij de hand.  Kortom, vorige week ben ik de pasfotowinkel binnengewandeld. Er zijn 4 foto’s gemaakt, op 2 heb ik de ogen dicht en op een andere kijk ik ernstig scheel. De keuze is dan ook gevallen op die ene foto die ook vreselijk is, maar minder vreselijk dan de andere 3. Ten eerste zit mijn haar stom. Vandaag ga ik naar de kapper en het was misschien verstandig geweest om dat een week eerder te doen. Of na het bezoek aan de kapper de pasfoto te laten maken. Ten tweede heb ik enorme wallen onder de ogen en zie ik er vlekkerig uit. Waarom ik geen plamuur op mijn hoofd heb gesmeerd, is mij een raadsel. Ten derde heb ik een ietwat onbestemde blik in de ogen, die niet past bij de vage glimlach om mijn mond. En heb ik al gezegd dat ik een dik hoofd heb? Echt, ik heb een heel dik hoofd.
Nu ik de pasfoto met de blik van een ander bekijk, kan ik maar 1 conclusie trekken: ik zie eruit als een verlopen prostituee met een enorm strafblad. Inbraak, diefstal, dealen, moord en doodslag; alles wat een mens maar kan verzinnen, past bij mijn ‘mugshot’. Nu maar hopen dat ik de komende 10 jaar niet al te vaak mijn legitimatie moet laten zien.

Terugblik

Terugkijken op wat is geweest, vind ik meestal een zinloze activiteit. Natuurlijk kan je lekker dagdromend terugdenken aan de mooie dingen die in je leven zijn gebeurd, maar er zijn ook genoeg dingen die je liever vergeet. Of je totaal niet kan herinneren, omdat je ook weleens een saaie dag hebt. Die dagen van opstaan-douchen-aankleden- fietsen-werken-fietsen-koken-afwassen-uitkleden- naar bed. Dat soort dagen.
Wel ‘zinvol’ is het terugkijken op een blogjaar. WordPress geeft mooie statistieken die mij veel leren over ‘mijn’ lezers/volgers. Een paar cijfertjes:

  • In 2017 heb ik 50 blogs afgeleverd, die samen 5.578 keer zijn gelezen. Een gemiddelde van 111,56 lezers per blog.
  • De lezers bevinden zich in 46 landen, de top 3 bestaat uit Nederland (logisch), de Verenigde Staten (verrassend) en België (niet zo verrassend).
  • De meest populaire blogs waren Vreemdgaan (665 keer!), Bonken in Boedapest, Minnaar en Sexshop.
  • Gebruikte zoekwoorden zijn onder andere: polyamorie twee vrouwen en een man, privé strand romantisch en linksdragend.

Ik weet niet of het jullie opvalt, maar mijn lezers (jullie dus) zijn blijkbaar erg geïnteresseerd in relaties en seks. Met de nadruk op seks. Ik durf met zekerheid te stellen dat de lezers van Vreemdgaan hoopten dat ik kinky dingen aan het uitspoken was met een niet-echtgenoot. Alsof ik daarover zou schrijven, ga jullie schamen! De teleurstelling moet erg groot zijn geweest toen bleek dat de blog over de kapper ging. Een Braziliaanse kapper  weliswaar, maar toch. Maar goed, men wil dus lezen over bonken met de linksdragende minnaar in een Hongaarse sexshop, terwijl de polyamoreuze sidekick ergens op een strand romantisch ligt te doen. Ik geloof dat het een uitdagend jaar voor me gaat worden, want ik houd mijn lezers graag te vriend. Dus ook in 2018 zal ik schrijven over seks en relaties. Suggesties zijn welkom!

chaos theory of a single mom

Chaos theory of a single mom (and that’s not me)