Bezorgchinees

Man had geen zin om te koken, zo meldde hij opgewekt toen hij mij aan het eind van de vrijdagmiddag ophaalde van het station. Eenmaal thuis hulde hij zich in zijn campingoutfit, ging op de bank liggen en begon zijn wensen door te geven. Beter gezegd, of ik zo vriendelijk wilde zijn om een loempia speciaal en nasi djawa voor hem te bestellen. Ik mocht wat voor mezelf uitkiezen, hij zou wel betalen. Dat laatste had hij niet hoeven te zeggen, ik betaal digitaal en daar gebruik ik altijd zijn rekeningnummer voor. Per slot van rekening bestellen we meestal als hij aan de beurt is om te koken en dan vind ik dat hij ook voor de kosten mag opdraaien.

Anyway, de bestelling via de website doorgegeven en de verwachte levertijd zou zo’n 47 minuten bedragen. Het piepkuiken op de bank vond dat wel wat lang duren, maar dan had hij zelf maar de handen uit de mouwen moet steken.
Na 47 minuten kwam er inderdaad een bezorgbrommertje onze, doodlopende, straat in rijden. Van acht hoog zie ik het brommermannetje verbaasd naar de laagbouwwoningen in onze straat kijken en hij checkt op zijn telefoon de bestelgegevens. Ons huisnummer klopt niet met de huizen waarnaar hij staat te kijken. Het kind besluit vervolgens met de brommer onze parkeerplaats op te rijden om tot de ontdekking te komen dat daar geen extra huizen staan. Hij rijdt terug en parkeert de brommer voor onze flat. Dan ga je er vanuit dat hij eindelijk doorheeft dat hij in de flat moet zijn, maar helaas. De telefoon gaat en het is de bezorgchinees, hij kan ons niet vinden.

We staan voor het raam naar hem te kijken en er ontspint zich het volgende gesprek tussen Man en kind:
‘You’re standing right in front of our apartmentbuilding.’
…….
‘Turn around and you see a large building.’
…….
Man opent het raam en gaat er half uithangen:
‘Look up and you will see me.’
Dat hielp. Het kind zwaaide naar Man en begreep toen pas dat hij de trap op moest lopen en daar kon aanbellen. Dat aanbellen duurde ook een tijdje, Man voelde zich al genoodzaakt om naar beneden te gaan om de bestelling in ontvangst te nemen. Maar gelukkig vond het kind het juiste knopje en heeft de bestelling keurig aan de deur afgeleverd. Inmiddels waren we een kwartier verder en konden we eindelijk aanvallen op onze Chinese maaltijd.

Al blijft het handig om zo nu en dan ons Engels te kunnen oefenen met zo’n bezorgservice-kind, wat ons betreft is de tijd rijp voor een drone-bezorgdienst. Zolang het maar geen Chinese drone is, want die begrijpt ons niet. Denken we.

chinees1

Geneuzel

De wereld wordt geteisterd door natuurrampen, iets waar je je best wel een beetje zorgen over mag maken, maar ‘gelukkig’ bestaan er nog mensen die zich liever druk maken over futiliteiten. Zoals woordgebruik of de uitspraak van bepaalde woorden. Het moge duidelijk zijn dat ik mij daar minder druk om maak, ik vind verkeerd taalgebruik erger. Ik begin spontaan te huiveren als iemand ‘als mij’ zegt, terwijl er ‘dan ik’ wordt bedoeld. Maar goed, even terug naar de futiliteiten. Het zal mij werkelijk een zorg zijn hoe de woorden auto en zeven worden uitgesproken. Zelf ben ik daar heel flexibel in, ik gebruik in beide gevallen alle gangbare varianten. Oftewel, auto/oto en zeven/zeuven. Het is maar net waar ik zin in heb of met wie ik in gesprek ben. Ik las onlangs een tweet van iemand die vond dat alleen Jort Kelder ‘zeuven’ mag zeggen, van andere mensen accepteert ze dat niet. Belachelijk, waarom Jort Kelder wel en de rest van de wereld niet? Ik citeer hier Onze Taal:  “De uitspraak ‘zeuven’ is ontstaan in dialecten – verspreid over het hele taalgebied, van Groningen en Noord-Holland tot Vlaanderen. Maar deze uitspraak is ook min of meer ingeburgerd geraakt in de standaardtaal, en dat heeft te maken met het (vroegere) telefoonverkeer. Bij het doorgeven van cijfers via de telefoon was met name in de begintijd van de telefonie het verschil tussen zeven en negen niet altijd duidelijk; ter onderscheiding ging men zeven daarom uitspreken als ‘zeuven’. Ook voor bijvoorbeeld juni en juli werd een onderscheid bedacht, dat ook nu nog wel wordt gehanteerd: ‘juno’ versus ‘julij’.”
Ha! En  ‘auto’ mag je gewoon als ‘oto’ uitspreken, wat zo’n azijnzeiker er ook maar van mag vinden.

Ander dingetje. Het gezeik of het ‘friet’ of ‘patat’ moet zijn. De ene keer heb ik zin in friet, de andere keer in patat en dat heeft niets te maken of ik nu voor een frietkot of in een cafetaria sta. Trouwens, er zijn in Nederland veel cafetaria’s die ‘Friet van Piet’ heten. Ben er nog nooit eentje tegengekomen die ‘Patat van Fat’ heet. En je gaat je cafetaria natuurlijk niet ‘Zat van Patat’ noemen. Hoe dan ook, friet en patat is gewoon hetzelfde. Bord/puntzak/milieuverontreinigend plastic bakje met patatfrietjes leeg eten en ophouden met zeuren. En neem er een kroket bij. Of is het croquette?