Dik

Met enige verbazing las ik gisteren het bericht dat dikke mensen worden geweerd uit de erewacht van de Waalsdorpervlakte. “Omdat het afleidt, terwijl ze respect moeten uitstralen. Ook zijn er klachten binnengekomen over leden van de erewacht met een fors postuur. De klachten komen van tv-kijkers, maar ook van het publiek.” Mijn verbazing sloeg om in boosheid, want dit is natuurlijk gewoon discriminatie. Is het al erg genoeg dat er mensen zijn die menen een klacht te moeten indienen omdat het postuur van een medemens ze niet bevalt, nog erger vind ik het dat het bestuur van de Vereniging Erepeloton Waalsdorp het besluit neemt om dikke mensen dan maar te weren. Hoezo leiden dikke mensen af? Hoezo straalt een dik iemand geen respect uit? Hoe beleven die klagers eigenlijk de dodenherdenking op 4 mei?

Op 4 mei kijk ik altijd naar de herdenking op de Waalsdorpervlakte. Een mooi gebied, ondanks dat ik weet dat op die plek verzetsmensen zijn gefusilleerd. Tijdens het luisteren naar de stilte gaan mijn gedachten uit naar de mensen de verschrikkingen van de oorlog hebben meegemaakt en naar al die mensen die nu middenin een oorlog zitten. Per slot van rekening woeden er in verschillende landen op deze wereld burgeroorlogen en worden kinderen, vrouwen en mannen uitgebuit, vernederd, verkracht en vermoord. Dodenherdenking staat voor mij niet alleen voor het herdenken van de grote en kleine helden die in de Tweede Wereldoorlog gestorven zijn voor mijn vrijheid. We mogen ook best de mensen herdenken die elders op de wereld zijn gestorven voor de vrijheid.

Mijn hoofd houdt zich bezig met de waanzin van de oorlog en niet met het uiterlijk van iemand in de erewacht. Dus nogmaals, hoe beleven klagers de dodenherdenking? Ik heb niet het idee dat deze mensen druk bezig zijn met herdenken, maar met het registreren van allerlei flauwekul. Laten we verdorie toch blij zijn dat wij op 4 mei in vrijheid onze doden kunnen herdenken. En laten we vooral respect hebben voor de vrijwilligers die op 4 mei in de erewacht staan. Het moet niet uitmaken of iemand dik, dun, lang, klein, scheel, atletisch of gehandicapt is. Heb je respect voor de doden? Heb dat dan ook voor de levenden.

Het Achterhuis

Na een weekje Barcelona was het hoog tijd om eens toerist in eigen land te gaan spelen. Reisdoel: het Anne Frank Huis in ‘mijn eigen’ Amsterdam. Met meer dan een miljoen bezoekers per jaar, waarvan zo’n  90% uit het buitenland afkomstig is, moet je ruim van tevoren een kaartje voor een specifiek tijdstip bestellen. Toen ik twee maanden geleden mijn kaartje bestelde, was de eerstvolgende bezoekmogelijkheid op 2 juni om 11 uur.  Het laatste kaartje voor dat tijdstip was voor mij.

Afgelopen vrijdag was ik ruim op tijd aanwezig op de Prinsengracht. Ik kom niet graag te laat en ik moet ook altijd eerst de situatie ter plekke bestuderen. Waar is de ingang? Waar begint en eindigt de rij? Is er per tijdslot een aparte rij? Waar is het toilet? Dat soort dingen. Al gauw bleek dat de medewerkers van het museum de juiste mensen op het juiste tijdstip in die ene rij wisten te dirigeren. Daarnaast moesten ze aan menig toerist uitleggen dat men alleen naar binnen kan met een vooraf besteld kaartje op het internet. (men kan wel vanaf half 4 in de rij gaan staan en dan hopen dat je alsnog het museum kan bezoeken)

Om 11 uur mocht ik plaatsnemen in de rij. Langs de gracht stond een man met 2 oranje huurfietsen danig in de weg van het overige verkeer. Al gauw bleek dat zijn hyperactieve vrouw al vooraan in de rij stond, terwijl hij de fietsen nog moest parkeren. Wat niet ging, met aan elke hand een fiets die hij tussen de overige fietsen moest zien te proppen. Zijn vrouw besloot de rij te verlaten om hem een beetje te helpen met het stallen van de fietsen. Geen Nederlanders, dat werd al gauw duidelijk. Haar fiets stond, hij was nog aan het worstelen met het slot van zijn fiets en zonder op hem te wachten, stapte zij met  driftige armbewegingen terug op haar plek in de rij. Man had eindelijk de boel op slot en strompelde zo snel als hij kon, hij was slecht ter been, naar zijn vrouw. Moest ‘ie met dat manke been ook nog over een ketting klimmen. Ik vond het een boeiend begin van de dag.

Eenmaal binnen bleek het toilet zich direct na de ingang te bevinden. Heel efficiënt als je lang hebt moeten wachten in de rij. Dan het museum in. Mooi opgezet, met een verplichte looproute want dat kan niet anders. Met een grote groep mensen verwacht je dat het dringen is in de kleine ruimten, maar dat was niet het geval. De buitenlandse toeristen bleven keurig in de rij staan wachten om een andere kamer te kunnen betreden. Als er gesproken werd, was dat op zachte toon. Respectvol, anders kan ik het niet noemen. Maar dan is er toch altijd weer een Nederlander in de buurt die de boel verpest. Ik stond in de deuropening op mijn beurt te wachten om het volgende kamertje binnen te kunnen gaan. De stilte in de ruimte werd onderbroken door een Nederlandse oma die haar kleinkinderen snel door de kamers wilde leiden. Een van de kinderen vroeg nog of er niet gewacht moest worden op opa, maar dat was niet nodig omdat die man alles goed wilde lezen en bekijken. Oma wilde snel het museum uit en ik stond blijkbaar in de weg, want ze stond met haar grote handtas tegen me op te rijden in de deuropening. Ik houd er niet van als iemand ongevraagd tegen me op staat te rijden. Dus ik bleef staan, ik kon ook geen kant op trouwens, en stond extra lang te treuzelen op het moment dat ik wel verder kon lopen. Oma stampte met de kinders in het kielzog langs mij heen, duwde en passant nog wat buitenlanders aan de kant en ging richting uitgang.

Eenmaal buiten zie ik oma op een bankje zitten bij de Westerkerk en ik hoor haar tegen opa zeggen: ‘Als ze eens wat minder mensen naar binnen zouden laten, dan kan je veel sneller door dat huis lopen.’
Beste oma, misschien is het juist de bedoeling dat je met veel mensen samengepakt in zo’n kleine ruimte staat. Zonder meubels voelt het al benauwend aan, dus stel je eens voor hoe dat voor die 8 mensen moet zijn geweest. Twee jaar lang ondergedoken. Stil moeten zijn, niet naar buiten mogen, elkaar niet kunnen ontlopen. Vreselijk. De 2e Wereldoorlog was afschuwelijk, net als al die andere oorlogen. Oorlogen die er nog steeds zijn, met dezelfde vreselijke gevolgen.  Ik denk niet dat uw kleinkinderen een educatieve ochtend hebben gehad. Ze hadden u beter thuis kunnen laten en samen met opa het Achterhuis kunnen bezoeken, misschien dat ze dan beter hadden kunnen begrijpen onder welke omstandigheden een kind als Anne heeft moeten leven en hoe een stomme ideologie een einde aan haar leven, en aan dat van vele anderen, heeft gemaakt. Ideologieën die vandaag de dag nog steeds groepen mensen het leven kosten. De geschiedenis herhaalt zich. Voortdurend.

PS Je wilt een leuke blog schrijven over toerisme in eigen land en eindigt dan toch met een onaangenaam onderwerp als de oorlog. Gek hoe dat werkt met schrijven. 

Heftig

In mijn Amsterdamse kamertje heb ik geen televisie en dat scheelt avonden ‘bagger-kijken’. Geen tv betekent ook dat ik verstoken ben van extra nieuwsuitzendingen. Dat heeft soms zijn voordelen want ergens geen weet van hebben, geeft rust. Dat er iets afschuwelijks was gebeurd in Nice, merkte ik pas vanochtend op het werk.

Bij het lezen van het nieuws op internet, de bijbehorende bewegende beelden overslaand, kwam ik een mooi geschreven stuk tegen van VROUW-journalist Marjolein Hurkmans. Bij de tekst een indringende foto van een lichaampje, afgedekt met folie. Naast het lichaampje ligt een pop. Het plaatsen van de foto leverde veel reacties op. Veel mensen vonden het, op z’n zachts gezegd, ongepast dat de foto was geplaatst. Een volgende discussie was geboren; wanneer ga je te ver met het delen van foto’s van slachtoffers op social media?

Is op die vraag een stellig antwoord te geven en is het niet vooral een persoonlijke keuze? Bij mij ligt de grens bij het tonen van het gezicht of andere zaken waaraan je het slachtoffer kunt herkennen. Na de MH17-ramp kwam je veel foto’s tegen van lichamen die volgens mij voor de nabestaanden duidelijk te herkennen waren als dat van hun kind/ouder/vriend. Hoe vreselijk moet dat zijn geweest voor de achterblijvers. Een beeld dat nog altijd op mijn netvlies staat gebrand, is de foto van de lichamen van Amerikaanse soldaten die in 1993 door de straten van Mogadishu (Somalië) werden gesleept. Geen ouder zou geconfronteerd mogen worden met dat soort beelden van hun kind.

Na iedere ramp of aanslag krijgen we de meest afschuwelijke beelden voorgeschoteld. Dat is van alle tijden. Vroeger werd de rampspoed geschilderd, later gefotografeerd en gefilmd. Nu we steeds meer gebruik maken van social media, wordt er steeds sneller en vaker iets gepost. Een van mijn collega’s merkte terecht op dat het toch vreemd is dat mensen gaan staan te filmen in plaats van te rennen voor hun leven. Dat is inderdaad vreemd, net zoals het eigenlijk raar is dat veel mensen met een zekere gretigheid naar die foto’s en filmpjes gaan zitten kijken. De mens houdt van ellende, breekt er ergens brand uit dan staat de straat vol met kijkers. En die hopen op een grote brand, niet op een blusactiviteit van 5 minuten.

Is het plaatsen van een foto van het bedekte lichaam van een kind ongepast? Ik vind van niet. Het is een beeld van de akelige werkelijkheid waarin wij nu leven. Nog geen jaar geleden schreef ik over de 3-jarige Aylan, wiens lichaampje was aangespoeld op het strand van Bodrum. De foto ging de wereld rond en de wereld was verontwaardigd, maar is er sinds die tijd iets veranderd? Nee. We hebben alleen nog meer ellendige beelden te verstouwen gehad. Ik noem Istanbul, Parijs, Brussel, Bagdad en nu Nice. Waarbij opgemerkt moet worden dat wij toch meer aangedaan zijn door de aanslagen in Frankrijk en België. Want dat ligt naast de deur.

Ik zie liever ook geen foto’s van dode kinderen, maar de realiteit is nu eenmaal niet mooi. Aylan was op de vlucht voor het geweld in eigen land, het kindje in Nice had niet de kans om te vluchten. Beide kinderen zijn het slachtoffer geworden van blinde haat. Want dat is het, pure haat. We kunnen het wel willen negeren, maar het is er gewoon. De foto’s van beide kinderen moeten ons doen realiseren dat de andere kant opkijken geen optie is. De haat is er en ik vrees dat het einde nog niet in zicht is.

Ben ik bang? Nee. Angst is een slechte raadgever. Ik besef me alleen steeds meer dat ik moet (blijven) genieten van de kleine dingen in het leven. Want het leven kan zomaar voorbij zijn.

De tekst van Marjolein Hurkmans: https://vrouw.nl/artikel/open_brief/34594/rust_zacht_pop
En de discussie daarna: https://vrouw.nl/artikel/praat_mee/34604/hoe_ver_ga_je_met_het_delen_van_heftige_fotos_op_social_media

 

 

 

Bevrijdingsdag

Vorig jaar september heb ik een stuk over ‘Bevrijdingsdag’ geschreven (zie link) en het is, helaas, nog steeds actueel. De afgelopen week was er een hoop gedoe rondom de dodenherdenking op 4 mei. Sommige mensen vinden een dergelijke herdenking om diverse redenen hypocriet. Vrijheid van meningsuiting, dus ik lig daar niet wakker van. Per slot van rekening heb ik soortgelijke gevoelens m.b.t. het vieren van Bevrijdingsdag. Begrijp me goed, ik vind zowel het herdenken van de mensen die het leven hebben gelaten voor onze vrijheid, in welke oorlog dan ook, én het vieren van diezelfde vrijheid belangrijk. Maar er zijn veel mensen die vandaag op de diverse bevrijdingsfestivals staan rond te hupsen, zonder enig benul van het woord vrijheid. Mensen die de rest van het jaar het liefst de vluchtelingen uit ons land willen schoppen. Dus lieve mensen, denk even na voordat je je in het feestgedruis stort. Want eigenlijk moet iedere dag een Bevrijdingsdag zijn. Voor iedereen.

Over dit onderwerp heb ik lang nagedacht. Moet ik hier wel over schrijven? In de (traditionele) media wordt er veel aandacht aan besteed en ook veel andere bloggers/columnschrijvers hebben hun geda…

Bron: Bevrijdingsdag

Bevrijdingsdag

BevrijdingOver dit onderwerp heb ik lang nagedacht. Moet ik hier wel over schrijven? In de (traditionele) media wordt er veel aandacht aan besteed en ook veel andere bloggers/columnschrijvers hebben hun gedachten al aan het net toevertrouwd. Wat heb ik er nog aan toe te voegen, behalve dan mijn eigen gevoel en gedachten onder woorden proberen te brengen? Dus ja, ook ik ga het hebben over dat kleine hummeltje met de naam Aylan.

Kobani, een Koerdische stad in Syrië aan de grens met Turkije. Syrië, waar sinds 2011 een burgeroorlog aan de gang is. Kobani is in die 4 jaren zwaar getroffen en ligt sinds de afgelopen dagen (weer) onder vuur van de Islamitische Staat (IS). Wat doe je dan als ouders van 2 prachtige zoons van 3 en 5, wetende dat in de afgelopen maanden 11 familieleden zijn vermoord door IS? Ik zou het wel weten. Je pakt het hoognodige in en zorgt ervoor dat je je kinderen naar een veilige plek brengt. Wat het ook maar mag kosten. Van bezorgde familieleden in Canada krijg je geld om de oversteek van Turkije naar Griekenland te maken, je veiligheid ligt in de handen van mensensmokkelaars die je maar moet vertrouwen. Veel mensen redden de oversteek in gammele bootjes naar Kos, anderen zijn helaas niet zo gelukkig. Waaronder de 3-jarige Aylan. En het is de foto van zijn dode lichaampje op het strand van Bodrum die de wereld opeens wakker schudt. Want dat zien we liever niet, verdronken kinderen. Helaas is Aylan niet het enige kind dat in de afgelopen jaren, op de vlucht voor oorlogsgeweld in het thuisland, is omgekomen. Maar ook dat zien en horen we liever niet. Na de dood van Aylan zag ik op Facebook een waarschijnlijk zeer oprecht bedoelde vraag voorbij komen. Waarom de ouders niet voor zwemvestjes hadden gezorgd? Tenenkrommend en getuigen van grote onwetendheid. Even afgezien van de vraag of er in een stad als Kobani überhaupt een watersportwinkel is te vinden, denk ik niet dat als je op de vlucht bent je meteen aan zwemvestjes denkt. Het is domweg roeien met de riemen die je hebt en maar hopen dat je het overleeft.

NRC betitelt de foto van Aylan van iconische waarde, zoals de foto van het napalm-meisje in Vietnam. Nu zijn er in de loop der jaren veel van die iconische beelden voorbij gekomen, zoals het Sinti-meisje in een trein op kamp Westerbork, onderweg naar de gaskamers van Auschwitz. Maar wat leren we nu van die beelden? Helaas helemaal niets. Want zolang er mensen op deze aardkloot rondlopen, zullen er mannen, vrouwen en kinderen worden verkracht, gemarteld en vermoord. Uit naam van een religie of een enge ideologie. De rest van de wereld kijkt toe en zwijgt, totdat we worden wakker geschud door een beeld zoals dat van de kleine Aylan. Dan vindt men massaal dat dit nooit meer mag gebeuren en moet de politiek zo snel mogelijk het vluchtelingenprobleem oplossen. Voor Aylan, zijn broertje Galip en al die andere kinderen van wie we de namen nooit zullen weten, is het te laat. Op de vlucht gestorven, dat hoort inderdaad niet. Kinderen gun je een veilige en liefdevolle omgeving waarin ze kunnen spelen en kattenkwaad mogen uithalen. Onbezorgd opgroeien, verliefd worden, trouwen en kinderen krijgen. Dat is deze kinderen allemaal ontnomen. Op 5 mei vieren wij in dit land Bevrijdingsdag. Wij mogen ons wel wat meer bewust zijn van het geluk dat zo’n dag bestaat. Leven in vrijheid, een dak boven je hoofd, een inkomen, brood op de plank. Niet iedereen heeft dat geluk. Zoals Aylan.

Geen woorden, maar daden?
Vluchtelingenwerk
Artsen zonder grenzen
Rode Kruis
Amnesty International

Niet voor de poes

April vorig jaar heb ik op mijn Tumblr-account een korte stukje geschreven over een documentaire van Sunny Bergman. Was het alweer vergeten, maar vandaag heeft iemand mijn item gedeeld op haar eigen pagina. Omdat het een actueel onderwerp blijft, bijgaand mijn tekst mét link naar de desbetreffende documentaire:

Voor  mijn opleiding heb ik vandaag de documentaire Beperkt Houdbaar van Sunny Bergman bekeken. Nu was ik me er al een tijdje van bewust dat er een hoop gefotoshopt wordt in de glossy’s en dat daardoor veel vrouwen een, in mijn ogen, verkeerd beeld hebben van schoonheid. Het meest schokkende in deze documentaire vind ik de Amerikaanse moeder die haar 15 jarige dochter een ‘designer-vagina’ laat aanmeten bij de plastisch chirurg. Volgens haar is het niet hebben van een Playboypoes (mijn woorden) een aandoening. Serieus. Deze nuchtere Nederlandse peinst er niet over om ooit een dergelijke ingreep te laten verrichten.

Tussen wal en schip

Vorige week in het nieuws: Kleuter van 5 verdrinkt puppy. Mijn eerste gedachte was: wat een eng kind. Om daarna meteen te denken: wat moet er van dat kind terecht komen? Want ik heb ooit zo’n kind gekend. Een kind met een hersenbeschadiging, opgelopen tijdens de geboorte. Met een vader die hem negeerde en een moeder die niet wilde toegeven dat haar kind ‘anders’ was. Want hij was anders en dat kon je hem niet kwalijk nemen. Kinderen in de buurt waren bang voor hem, omdat hij ze tot bloedens toe kneep. Mijn moeder gaf mijn broertje de raad mee om, bij een dergelijke actie, meteen een tik terug te geven. Die tik heeft ervoor gezorgd dat dat jongetje maar één vriendje had waar hij tegenop keek en dat was mijn broertje. Het mannetje kwam daarna veel bij ons over de vloer en hij moet dat, terugkijkend op die periode, als een veilige omgeving hebben beschouwd. Hij noemde mijn ouders oom en tante en wist dat er bij ons thuis duidelijke regels waren over wat er wel en wat er niet kon.
Waar ik het eerst aan moest denken toen ik het puppy-nieuws las, was de cavia. A, laten we hem voor het gemak maar zo noemen, was ervan overtuigd dat cavia’s kunnen stuiteren. Nu geef ik toe dat die beesten in opgerolde vorm veel op een tennisbal lijken, maar stuiteren doen ze toch echt niet. De cavia heeft het stuiteravontuur niet overleefd, maar A was zich geen kwaad bewust want hij was heilig overtuigd van zijn gelijk. Dat hij het arme beestje pijn heeft gedaan, kwam niet in hem op.

Kleine jongetjes worden groot en voor A betekende dat dat ook de problemen groter werden. Was hij op de lagere school al een buitenbeentje, op de middelbare school werd dat niet veel beter. Hij wilde er graag bij horen en deed zich stoerder voor dan hij in werkelijkheid was. Andere jongens daagden hem uit om idiote en gevaarlijke dingen te doen, hij zei nooit nee. En dat terwijl hij doodsbang was, helaas was de drang om er bij te horen groter dan zijn angst.
Als jongvolwassene kon A geen baan houden, want hij hield zich nooit aan de afspraken. Andere mensen, van het nare soort, maakten graag misbruik van hem voor hun eigen gewin. Want A was te bang om tegen te sputteren. Hij is jong overleden, op een pijnlijke manier, alleen in zijn eigen huisje. Mijn moeder zei, toen ze het nieuws hoorde: wat moet dat kind bang zijn geweest. Want voor ons bleef hij altijd dat kleine kind. Te goed voor een inrichting, maar te slecht om in de ‘normale’ maatschappij mee te draaien. Voor het kereltje dat de puppy heeft verdronken, hoop ik dat hij adequate hulp krijgt. Anders ben ik bang dat ook hij tussen wal en schip beland.