Tampopo

TampopoNee, dit is geen nieuw tampon-merk. Hoewel het marketingtechnisch wel lekker bekt: ‘pop it with Tampopo’ of ‘when it pops, you know it’s Tampopo.’
Tampopo is de titel van een Japanse cultfilm die ik afgelopen vrijdag heb bekeken. Tampopo, oftewel paardebloem, is een dame met een eetcafé en zij maakt hele slechte ramen. Geen vensters, maar een Japanse noedelsoep. Samen met een vrachtwagenchauffeur gaat zij op zoek naar de beste recepten voor bouillon en noedels, zodat ze een perfecte ramen kan koken. Dit gegeven alleen zou een saaie film opleveren, ware het niet dat de zoektocht wordt afgewisseld met andere verhaallijnen die allemaal met eten te maken hebben. Zo probeert een dame een groep meisjes in een restaurant te leren dat het in Europa not done is om te smakken en te slurpen. Ze geeft een demonstratie hoe je geluidloos spaghetti vongole eet, maar wordt compleet tegengewerkt door de aanwezigheid van een Europese man die met veel geluid zijn spaghetti naar binnen zit te slurpen. Dat deed me denken aan die keer dat ik, jaren geleden, met een collega in een Amsterdams hotel verbleef en we ’s ochtends bij het ontbijt luidruchtig smakkende en boerende Japanners aantroffen. Ik werd er niet blij van, maar collega in kwestie lag in tranen onder de tafel. Van het lachen, hij vond het hilarisch.

Een ander pareltje is de oude dame die in de supermarkt graag in zacht voedsel prikt, zoals perziken en camembert. Ze wordt achtervolgd door de supermarktmanager, die haar probeert te betrappen en haar uiteindelijk een tik verkoopt met een vliegenmepper. Het hoogtepunt vond ik echter het gangsterstelletje, dat eten aan erotiek koppelt. Hoewel ik nu nooit meer normaal naar een eierdooier kan kijken. Waarom zou je een rauwe eierdooier in de mond nemen en die overbrengen naar de mond van een ander? En weer terug tot het moment dat het misgaat? Zag er ranzig uit, het eigeel dat uit een mond  gutste. Ik ben dol op eigeel van het warme soort, maar voorlopig hoef ik niet meer zo nodig een uitsmijter of een gepocheerd ei.

Hoe dan ook, een aanrader deze film uit 1985. Al was het alleen maar vanwege het feit dat je tijdens de aftiteling mag kijken naar een gulzige baby aan de borstvoeding. Een voedselverslaving moet toch ergens beginnen.

eigeel tampopo

Hoe verplaats je een eierdooier zonder het te breken? Nou, zo dus.

Creatief met geslachtsdelen

Er bestaan mensen die graag leuke dingen met mij willen ondernemen. Mijn persoonlijke favorieten zijn eten, drinken, terrasjes doen en/of theatervoorstellingen en musea bezoeken. Vind ik meer dan voldoende voor wat betreft de sociale activiteiten, maar vriend T. heeft plots bedacht dat wij ook wel iets anders kunnen gaan doen. Iets creatiefs, namelijk piemels haken en vagina’s breien tijdens het LINDA.festival.

WAAROM zou je in vredesnaam een geslachtsdeel willen gaan fröbelen? En hoe moet ik me dat voorstellen? Liggen er bloteriken klaar, zodat je een modelletje naar keuze kan gaan breien? Of is het de bedoeling dat je je eigen geslachtsdeel gaat namaken. Spiegeltje tussen de benen en haken maar. Misschien is het maken van een selfie iets praktischer, anders zit je de hele tijd met een spiegel tussen de benen geklemd.
Bij nadere bestudering van het programma bleek dat je een kleine piemel of vagina gaat maken die je daarna als broche kan dragen. Een broche. En je  kan kiezen uit alle ‘fifty shades of brownish pink’, zodat je een matching kleurtje kan uitzoeken. Ik zie me al naast zo’n model staan. ‘Wat vindt u zelf, is uw piemel melkchocoladebruin, mokka of toch meer koffie-verkeerd?’
Hoe dan ook, WIE wil er in vredesnaam met een piemeltje op de borst geprikt, rondlopen?
‘Jakkes, u heeft een eng wurmpje op uw blouse zitten.’
‘Nee, dat is een piemel. Kijk, dit is de voorhuid en….’
‘Dit verdorde roosje vind ik wel schattig.’
‘Eh, dat is mijn vagina.’

Kijk, het enige waar die zelf gefröbelde geslachtsdelenbroche handig voor gebruikt kan worden, is speeddaten. Je prikt allemaal de zelfgemaakte piemel- of vaginabroche op de borst, schuifelt wat tegen elkaar aan en je kijkt of je een match bent. ‘Kijk nou, het past precies en onze bruinrozige kleuren staan ook goed samen!’
Wel wil ik voorstellen om de broche-collectie uit te breiden met andere lichaamsonderdelen, zoals gepunnikte billen of lippen van macramé, zodat iedereen aan zijn trekken kan komen.
Over trekken gesproken, op het LINDA.festival kan je ook meedoen aan een Aftrekcursus. Voor de mensen die liever ergens de tanden inzetten, is er een workshop kutcakes versieren.
Gelukkig ben ik in het laatste weekend van september erg druk…

 

kutcakes

Kutcakes ©Vrouw Holland

 

 

Vakantie

Vandaag geniet ik van mijn allerlaatste vakantiedag van dit jaar. Morgen mag ik weer aan het werk en ongetwijfeld zal ik met enige regelmaat de vraag moeten beantwoorden of ik een fijne vakantie heb gehad. Omdat niet iedereen in staat zal zijn om mij die prangende vraag te stellen, doe ik hier alvast een korte samenvatting van mijn antwoord.

We hebben een hele rustige vakantie gehad en veel gelezen. Zweden bestaat voornamelijk uit bomen en meren, waardoor het voor ons een saaie bedoening werd. Op een gegeven moment ben je wel klaar met al dat bos en water. Of, zoals J. onderweg in de auto opmerkte:
‘Dit is geen land voor Geert Wilders.’
‘Want?’
‘Die wil minder, minder, minder en hier heb je alleen maar meer, meer, meer.’
Zucht.

‘Maar Marita, jullie hebben toch ook wel leuke dingen meegemaakt?’ Natuurlijk! Het plaatsje Rättvik ligt aan het Siljan-meer en daar is het in de zomer best fijn. Als de zon schijnt. En in de buurt heb je een groot roofdierenpark, waar je een afgekloven rendierenskelet kan aantreffen in het ijsberenverblijf. Verder kan je goed eten en drinken in Zweden en zijn de biercafés heel gezellig. Aanrader: Good Guys Brew in Karlstad op pubquiz-avond. Verder valt er trouwens ook weinig te beleven in Karlstad.

Mijn laatste vakantieweek heb ik voornamelijk in Den Haag doorgebracht, alwaar ik een meidenkast in elkaar heb gezet en het besluit heb genomen om nooit meer zo’n doe-het-zelf-pakket aan te schaffen. Want wederom werd ik geconfronteerd met onderdelen waarin niet alle gaatjes waren voorgeboord. Moest een dag bijkomen van alle ellende. Een vakantie om gauw te vergeten, eigenlijk. Morgen weer fijn aan het werk met de leukste collega’s. 😊

 

 

 

 

Candlelight

candlelight1.jpgHet zal een week of 2 geleden zijn dat ik nietsvermoedend in de tram zat en plots een anders-dan-anders-omroepstem hoorde. Ik kreeg meteen de neiging om propjes papier naar de trambestuurder te gooien, omdat de stem me erg aan Holle Bolle Gijs deed denken. Een associatie die meer mensen in Amsterdam hadden, gezien de reacties op Twitter. Het bleek dat de man aan wie de stem toebehoort, wilde klinken als Jan van Veen van Candlelight.  Jan van Veen is een meneer die vroeger op de publieke radio in de nachtelijke uurtjes gedichten van lezers zat voor te lezen. (en dat nog steeds doet)

De meneer van het GVB klinkt niet als Jan van Veen, bovendien mist er een essentieel onderdeel van het Jan-zijn in de tram, namelijk het voorlezen van een gedicht. Hoe geweldig zou het zijn als je, naast de naam van de halte, getrakteerd wordt op een bijpassend gedicht. Ik doe alvast een voorzetje.

DAM
Alle duiven op de Dam
Schijten rustig in het rond
Ik douw ze allemaal onder de tram
Terstond

UILENSTEDE
Daar stond je dan
In de miezerende regen
Met die eeuwig uilige blik in je ogen
Ik heb je nog nooit gemogen

ONDERUIT
Ik ging onderuit, ben ondersteboven
Voel me onderdanig en onderdrukt
Onderga mijn onderbewustzijn
In een onderbroek

LEIDSEPLEIN
Dronken zijn is niet erg
Zolang je maar met mij naar huis gaat
Maar je staat daar uitgebreid te vozen
Met een vadsige Kroaat
Takkewijf

Lijkt me een hele verbetering voor het openbaar vervoer in Amsterdam en dan laten inspreken door de echte Jan van Veen. Het moet natuurlijk wel een beetje romantisch klinken, anders blijft het een Efteling-ervaring.

Verhit

Net als de meeste andere Nederlanders houd ik ervan om te zeuren over het weer. Het is te koud, te warm, te nat, te droog,  het waait te hard of te weinig.  Zonder gezeik geen leven en meestal bedoelen we het allemaal niet zo serieus, het hoort gewoon bij onze volksaard. Maar de afgelopen dagen waren echt vreselijk. Mijn lijf houdt er niet van om heet te worden. Van de zon, voor alle duidelijkheid.

’s Ochtends vroeg valt het wel mee. Ik fiets naar het station, een lekker briesje zorgt ervoor dat mijn  pas gewassen haar een natuurlijke blow-dry krijgt. Ik stap in de trein, de airco werkt en ik zit best aangenaam. De eerste ellende dient zich aan in de tram, want: geen airco. Mijn shirt begint aan m’n lichaam te kleven, het rokje plakt zich spontaan vast aan mijn billen. Bij het verlaten van de tram moet ik eerst het rokje uit de bilnaad verwijderen, voordat ik met enig fatsoen kan uitstappen. Eenmaal aangekomen op de werkplek blijkt de koeling aardig te werken, zolang er geen mafkees de ramen openzet. Zo kom ik de dag goed door, totdat ik weer naar huis moet van de baas. Op het moment dat ik het kantoor uitstap, voel ik me als een steak op de barbecue. Inmiddels in de ‘well done-fase’ begin ik met klotsende oksels de terugreis naar huis. Wederom plakt mijn kleding onaangenaam aan m’n lichaam, de mascara begint spontaan te smelten en ik zie eruit als Kung Fu Panda, maar dan zonder de Kung Fu. (het is mij werkelijk een raadsel dat er in deze hitte vrouwen bestaan die vol in de plamuur zitten zonder een druppel zweet op het  voorhoofd. Botox?)

Het fietstochtje naar huis brengt enige verkoeling, maar eenmaal thuis begint de ellende opnieuw. De zon staat een groot deel van de dag op de ramen te ‘shinen’, waardoor het binnen een stuk warmer is dan buiten. Het bankstel brandt aan de billen en moet eerst worden afgekoeld door 2 (!) ventilatoren, voordat ik met enig fatsoen in mijn ondergoed plaats kan nemen. Voor de rest van de avond is het advies om vooral stil te blijven zitten. In de slaapkamer is het eveneens vreselijk. Eén ventilator gaat mee naar bed om de warme lucht te verplaatsen, anders doe ik geen oog dicht. Wijdbeens lig ik voor de ventilator om vooral ieder briesje te kunnen vangen en uiteindelijk val ik wel een keer, meerdere keren, in slaap. En de volgende dag begint het hele feest opnieuw.

De zomer is best leuk, maar waarom kan het niet iedere dag 23°C zijn? Ik zou verdorie afgelopen donderdag met iemand een terrasje doen, maar uiteindelijk zaten we binnen te genieten van ons bier, de bitterballen en de airco. Ik hoop dat het op korte termijn koeler gaat worden. Ik zie het nog gebeuren dat we, in plaats van overwinteren in Spanje, gaan overzomeren op IJsland. Wel zelf het bier meenemen, anders wordt het een dure bedoening.

20180728_172513.jpg

Vroeger paste ik nog gewoon in een emmer. Lekker verkoelend, hoewel er ook Biotex in de emmer zat omdat ik anders niet schoon te krijgen was. (zomer 1967)

Spijbelen

Ik heb maandag gespijbeld. Niet echt natuurlijk, ik heb braaf verlof opgenomen, maar het voelde toch een beetje als spijbelen. Sinds ik in Den Haag woon, heb ik een permanent vakantiegevoel en als het een bijzonder warme dag wordt, heb ik geen zin om mijzelf op te sluiten in een kantoor. Ook al word ik daarvoor betaald. Met vele fijne terrasjes en restaurants, rustige pleinen, musea en heel veel groen in de buurt én de zee op steenworp afstand, zijn er leukere dingen om te doen dan werken.

Maandag was het dus buiten warm, mijn appartement warmer en ik had behoefte aan verkoeling. Nu vind ik de zee geweldig, maar ik houd er niet van om als een aangespoelde potvis op een handdoekje op het strand te gaan liggen. Tussen al die andere aangespoelde potvissen. Het is te warm, te druk en al dat zand dat zich verzamelt in je bilnaad, nee, niet mijn ding. Dan liever naar een park of een bos. Omdat ik ‘Scheveningse Bosjes’ obscuur vind klinken, alsof achter iedere boom een potloodventer met zijn materiaal staat te zwiepen, heb ik maandag gekozen voor het Haagse Bos. Mooi, rustig en je kan lekker liggen lezen onder de bomen bij de grote vijvers.  Zo nu en dan wordt de rust onderbroken door roddelende ambtenaren die een lunchwandeling aan het maken zijn. Leuk om die gesprekken te mogen volgen en te constateren dat er altijd wel een vrouw in zo’n groepje loopt die amateur-psycholoog is. Zegt iemand dat hij iets niet handig heeft aangepakt (ook bijzonder, een man die dat durft toe te geven) en dat zo’n vrouw dan zegt: ‘Ach ja en dat gaf jou natuurlijk een schuldgevoel.’

Kortom, ik heb mij opperbest vermaakt in het bos. Er is alleen één minpuntje en dat geldt voor de meeste (alle?) natuurgebieden in Nederland, namelijk het gebrek aan sanitaire voorzieningen. Het is warm, je drinkt veel water en je moet naar het toilet. Oorzaak en gevolg. Maar daar waar je in vele buitenlanden in de natuur toiletgebouwtjes aantreft, ben je in Nederland genoodzaakt andere maatregelen te treffen. Bijvoorbeeld jezelf terugtrekken achter een boom of een paar bosjes. Dat kan bijvoorbeeld in een Drents bos, maar in het Haagse Bos heb je 99,9% kans dat tout le monde uitzicht heeft op jouw blote billen. Dat moet je niet willen en dan zit er niets anders op om je spullen in te pakken, op de fiets te stappen met je volle blaas, om over een hobbelend bospad op zoek te gaan naar een etablissement met een toilet. Feest. Gelukkig vond ik na 5 minuten een restaurant met toilet en nog gelukkiger was ik met het feit dat ik een korte broek met een elastische band had aangetrokken. Zelden zo opgelucht geweest na een toiletbezoek.

Het Haagse Bos, een fijne plek om je te ontspannen maar niet om je te ontlasten. 😊

how-to-shit-tumble

©Kampeerwijzer

Zondagavond

Zomaar een zondagavond. De zomer zindert, ’s middags staat de zon op de hoogste stand te branden op de ramen van mijn ieniemienie appartement in de Hofstad. Het is bloedheet binnen maar met 2 ventilatoren die de warme lucht verplaatsen, is het best uit te houden. Ik hang dan ook zielstevreden bezweet te zijn op de bank, peinzend over allerlei bijzonder belangrijke zaken. Bijvoorbeeld hoe fijn het is dat het appartement klein is en dat het afstoffen van de meubeltjes met de Swiffer zo gedaan is. En dat het wel apart is dat het woord swiffer lijkt op het woord swaffelen. Maar dat de handelingen op zich wel veel op elkaar lijken, hoewel het me zou verbazen als het ding waarmee geswaffeld wordt, net zoveel stof zal vasthouden als de Swiffer. Navelpluis, maar dan anders.
Ondertussen speel ik een woordspelletje op de tablet en trek de conclusie dat ik nooit meer Scrabble zal spelen. Tenzij ik schuttingtaal mag gebruiken, want andere woorden vormen met de gegeven letters vind ik een stuk lastiger. Zorgwekkend.
Dan maar weer verder met het goede gesprek met mezelf.
‘Waarom heet badstof badstof?’
‘Waarschijnlijk omdat er dingen van gemaakt worden die je kan gebruiken na het badderen, zoals een handdoek.’
‘Ook een raar woord, handdoek. Alsof je alleen je handen afdroogt.’
‘Ik zweet als een otter, voor het slapen gaan nog even douchen.’
‘Belachelijk, otters zweten niet.’
‘Hoe dan ook, ik stink, dus ik ga douchen.’
‘Wat maakt het nou uit dat je stinkt, je ligt alleen in bed.’
‘Klopt, maar wel met een draaiende ventilator voor het bed die de zweetlucht verplaatst. Driemaal raden wier neus in de windrichting ligt.’
‘De mijne.’
‘Yep.’