Verhit

Net als de meeste andere Nederlanders houd ik ervan om te zeuren over het weer. Het is te koud, te warm, te nat, te droog,  het waait te hard of te weinig.  Zonder gezeik geen leven en meestal bedoelen we het allemaal niet zo serieus, het hoort gewoon bij onze volksaard. Maar de afgelopen dagen waren echt vreselijk. Mijn lijf houdt er niet van om heet te worden. Van de zon, voor alle duidelijkheid.

’s Ochtends vroeg valt het wel mee. Ik fiets naar het station, een lekker briesje zorgt ervoor dat mijn  pas gewassen haar een natuurlijke blow-dry krijgt. Ik stap in de trein, de airco werkt en ik zit best aangenaam. De eerste ellende dient zich aan in de tram, want: geen airco. Mijn shirt begint aan m’n lichaam te kleven, het rokje plakt zich spontaan vast aan mijn billen. Bij het verlaten van de tram moet ik eerst het rokje uit de bilnaad verwijderen, voordat ik met enig fatsoen kan uitstappen. Eenmaal aangekomen op de werkplek blijkt de koeling aardig te werken, zolang er geen mafkees de ramen openzet. Zo kom ik de dag goed door, totdat ik weer naar huis moet van de baas. Op het moment dat ik het kantoor uitstap, voel ik me als een steak op de barbecue. Inmiddels in de ‘well done-fase’ begin ik met klotsende oksels de terugreis naar huis. Wederom plakt mijn kleding onaangenaam aan m’n lichaam, de mascara begint spontaan te smelten en ik zie eruit als Kung Fu Panda, maar dan zonder de Kung Fu. (het is mij werkelijk een raadsel dat er in deze hitte vrouwen bestaan die vol in de plamuur zitten zonder een druppel zweet op het  voorhoofd. Botox?)

Het fietstochtje naar huis brengt enige verkoeling, maar eenmaal thuis begint de ellende opnieuw. De zon staat een groot deel van de dag op de ramen te ‘shinen’, waardoor het binnen een stuk warmer is dan buiten. Het bankstel brandt aan de billen en moet eerst worden afgekoeld door 2 (!) ventilatoren, voordat ik met enig fatsoen in mijn ondergoed plaats kan nemen. Voor de rest van de avond is het advies om vooral stil te blijven zitten. In de slaapkamer is het eveneens vreselijk. Eén ventilator gaat mee naar bed om de warme lucht te verplaatsen, anders doe ik geen oog dicht. Wijdbeens lig ik voor de ventilator om vooral ieder briesje te kunnen vangen en uiteindelijk val ik wel een keer, meerdere keren, in slaap. En de volgende dag begint het hele feest opnieuw.

De zomer is best leuk, maar waarom kan het niet iedere dag 23°C zijn? Ik zou verdorie afgelopen donderdag met iemand een terrasje doen, maar uiteindelijk zaten we binnen te genieten van ons bier, de bitterballen en de airco. Ik hoop dat het op korte termijn koeler gaat worden. Ik zie het nog gebeuren dat we, in plaats van overwinteren in Spanje, gaan overzomeren op IJsland. Wel zelf het bier meenemen, anders wordt het een dure bedoening.

20180728_172513.jpg

Vroeger paste ik nog gewoon in een emmer. Lekker verkoelend, hoewel er ook Biotex in de emmer zat omdat ik anders niet schoon te krijgen was. (zomer 1967)

Spijbelen

Ik heb maandag gespijbeld. Niet echt natuurlijk, ik heb braaf verlof opgenomen, maar het voelde toch een beetje als spijbelen. Sinds ik in Den Haag woon, heb ik een permanent vakantiegevoel en als het een bijzonder warme dag wordt, heb ik geen zin om mijzelf op te sluiten in een kantoor. Ook al word ik daarvoor betaald. Met vele fijne terrasjes en restaurants, rustige pleinen, musea en heel veel groen in de buurt én de zee op steenworp afstand, zijn er leukere dingen om te doen dan werken.

Maandag was het dus buiten warm, mijn appartement warmer en ik had behoefte aan verkoeling. Nu vind ik de zee geweldig, maar ik houd er niet van om als een aangespoelde potvis op een handdoekje op het strand te gaan liggen. Tussen al die andere aangespoelde potvissen. Het is te warm, te druk en al dat zand dat zich verzamelt in je bilnaad, nee, niet mijn ding. Dan liever naar een park of een bos. Omdat ik ‘Scheveningse Bosjes’ obscuur vind klinken, alsof achter iedere boom een potloodventer met zijn materiaal staat te zwiepen, heb ik maandag gekozen voor het Haagse Bos. Mooi, rustig en je kan lekker liggen lezen onder de bomen bij de grote vijvers.  Zo nu en dan wordt de rust onderbroken door roddelende ambtenaren die een lunchwandeling aan het maken zijn. Leuk om die gesprekken te mogen volgen en te constateren dat er altijd wel een vrouw in zo’n groepje loopt die amateur-psycholoog is. Zegt iemand dat hij iets niet handig heeft aangepakt (ook bijzonder, een man die dat durft toe te geven) en dat zo’n vrouw dan zegt: ‘Ach ja en dat gaf jou natuurlijk een schuldgevoel.’

Kortom, ik heb mij opperbest vermaakt in het bos. Er is alleen één minpuntje en dat geldt voor de meeste (alle?) natuurgebieden in Nederland, namelijk het gebrek aan sanitaire voorzieningen. Het is warm, je drinkt veel water en je moet naar het toilet. Oorzaak en gevolg. Maar daar waar je in vele buitenlanden in de natuur toiletgebouwtjes aantreft, ben je in Nederland genoodzaakt andere maatregelen te treffen. Bijvoorbeeld jezelf terugtrekken achter een boom of een paar bosjes. Dat kan bijvoorbeeld in een Drents bos, maar in het Haagse Bos heb je 99,9% kans dat tout le monde uitzicht heeft op jouw blote billen. Dat moet je niet willen en dan zit er niets anders op om je spullen in te pakken, op de fiets te stappen met je volle blaas, om over een hobbelend bospad op zoek te gaan naar een etablissement met een toilet. Feest. Gelukkig vond ik na 5 minuten een restaurant met toilet en nog gelukkiger was ik met het feit dat ik een korte broek met een elastische band had aangetrokken. Zelden zo opgelucht geweest na een toiletbezoek.

Het Haagse Bos, een fijne plek om je te ontspannen maar niet om je te ontlasten. 😊

how-to-shit-tumble

©Kampeerwijzer

Zondagavond

Zomaar een zondagavond. De zomer zindert, ’s middags staat de zon op de hoogste stand te branden op de ramen van mijn ieniemienie appartement in de Hofstad. Het is bloedheet binnen maar met 2 ventilatoren die de warme lucht verplaatsen, is het best uit te houden. Ik hang dan ook zielstevreden bezweet te zijn op de bank, peinzend over allerlei bijzonder belangrijke zaken. Bijvoorbeeld hoe fijn het is dat het appartement klein is en dat het afstoffen van de meubeltjes met de Swiffer zo gedaan is. En dat het wel apart is dat het woord swiffer lijkt op het woord swaffelen. Maar dat de handelingen op zich wel veel op elkaar lijken, hoewel het me zou verbazen als het ding waarmee geswaffeld wordt, net zoveel stof zal vasthouden als de Swiffer. Navelpluis, maar dan anders.
Ondertussen speel ik een woordspelletje op de tablet en trek de conclusie dat ik nooit meer Scrabble zal spelen. Tenzij ik schuttingtaal mag gebruiken, want andere woorden vormen met de gegeven letters vind ik een stuk lastiger. Zorgwekkend.
Dan maar weer verder met het goede gesprek met mezelf.
‘Waarom heet badstof badstof?’
‘Waarschijnlijk omdat er dingen van gemaakt worden die je kan gebruiken na het badderen, zoals een handdoek.’
‘Ook een raar woord, handdoek. Alsof je alleen je handen afdroogt.’
‘Ik zweet als een otter, voor het slapen gaan nog even douchen.’
‘Belachelijk, otters zweten niet.’
‘Hoe dan ook, ik stink, dus ik ga douchen.’
‘Wat maakt het nou uit dat je stinkt, je ligt alleen in bed.’
‘Klopt, maar wel met een draaiende ventilator voor het bed die de zweetlucht verplaatst. Driemaal raden wier neus in de windrichting ligt.’
‘De mijne.’
‘Yep.’

Plastic

De laatste tijd is het gebruik van plastic, of beter gezegd het terugdringen van het gebruik van plastic, weer regelmatig in het nieuws. Plastic bestaat voor een groot deel uit giftige stoffen, is niet biologisch afbreekbaar, drijft volop in onze oceanen, wordt opgepeuzeld door (zee-)dieren en komt zo weer terecht in de voedselketen. Kortom, bad news. Maar hoe ban je nu plastic uit je leven? Ik ken iemand die een week heeft geprobeerd om plastic-loos te leven en dat was nogal een uitdaging. Boterhammen voor de lunch werden bijvoorbeeld in een theedoek gewikkeld. Op de vraag waarom de boel niet in een papieren boterhamzakje zat, was het simpele antwoord dat papieren boterhamzakjes worden verkocht in een plastic zakje. Zo schiet het natuurlijk niet op.

Ons hele leven is eigenlijk verpakt in plastic. Fruit als aardbeien en kersen zit in plastic doosjes, net als die handige maaltijdsalades en komkommers moeten blijkbaar altijd een condoom om. Denk verder aan zaken als water, frisdrank, brood, cosmetica, biologische (!) bananen, yoghurt, bekers uit de koffieautomaat, plastic bekers op een festival, groentezakjes, vuilniszakken, huishoudfolie, schoonmaakmiddelen en verpakkingsmaterialen voor schroeven, naalden, vliegenmeppers, hondendrollen etc.. Ook badkamerproducten zitten in plastic verpakt zoals shampoo en douchegel. Nu bestaan er van die soapbars die je over de natte haartjes kan wrijven, zodat het gaat schuimen en je je haar kan wassen. Klinkt geweldig en scheelt een plastic fles, alleen blijven er altijd haren op zo’n soapbar plakken. Smerig, vooral als het niet je eigen haren zijn. ‘Haartjes van oma, haartjes van tante Truus, haartjes van de Man, haartjes van de hond… Nee, opa heeft gelukkig geen haartjes.’ Oftewel, iedereen zijn eigen soapbar, op te bergen in een zeepdoosje. Van plastic.

Nu vind ik het wel gemakkelijk om bij de supermarkt op de hoek mijn boodschappen te doen, maar dat betekent dan weer dat aardappelen, groente en vlees in plastic verpakt zijn. En soms word je gedwongen om zelf fruit in plastic zakjes te stoppen, omdat de boel bij de kassa wordt gewogen om de prijs te kunnen bepalen. Even afgezien van het feit dat je er ook geen zin in hebt om 16 appels los op de band te moeten leggen. Als ik er zo over nadenk, wordt het je als consument niet gemakkelijk gemaakt om een leven zonder plastic te leiden. Ik zie er tegenop om de hele stad door te moeten fietsen op zoek naar een groenteboer of bakker die zijn producten niet in plastic verkoopt. Maar waar een wil is, is een weg en kleine stapjes worden vanzelf één grote stap. Gewoon klein beginnen. Met condoomloze komkommers bijvoorbeeld.

plastic 2

©conserve-energy-future.com

Roken

Van nature ben ik een recalcitrant mens.  Nu doe ik meestal m’n best om heel meegaand te zijn, maar zo en dan gebeurt er iets waardoor ik enorm de behoefte voel opkomen om dwars te gaan liggen. Zo heb ik deze week het idee opgevat om te beginnen met roken. Reden: mijn werkgever heeft besloten  een rookvrije organisatie te willen worden. Daar is op zich natuurlijk niets mis mee, maar ik vind de hele aanpak zo vreselijk betuttelend. Ik vind niets zo erg als betutteling, dat andere mensen het allemaal wel beter weten dan jij.

‘Wist je dat roken jaarlijks 20.000 levens kost?’ Geloof me, naast de niet-rokers weten ook de meeste rokers heel goed dat hun verslaving niet erg gezond is.

‘Het rookvrij maken van onze gebouwen is ook onderdeel van ons vitaliteitsplan. Als eerste stap maken we per 2 juli de ingangen van de gebouwen en de terrassen zonder abri’s rookvrij. Zo willen we voorkomen dat bezoekers en collega’s last hebben van rokers. Totdat wij een volledig rookvrije organisatie zijn, mag je vooralsnog roken in de inpandige rookruimtes of de huidige rookabri’s buiten op het terras.’ Op sommige plekken in het land mag de ongelukkige roker paffen in de parkeergarage. Alsof collega’s en bezoekers dan geen last hebben van de rook, gecombineerd met de gebruikelijke garagedampen.

‘In het najaar delen we in ons vitaliteitsplan hoe we onze weg vervolgen naar een rookvrije organisatie. Alvast een tipje van de sluier: collega’s die willen stoppen met roken gaan we daarbij ondersteunen.’ Ik weet niet wat ‘we’ precies gaan doen, maar ik wil voorstellen dat we die verrekte rokers samen een aantal dagen opsluiten in zo’n glazen abri. Zonder sigaretten en in het volle zonlicht. We plaatsen een trog met water, maar we verstrekken geen voedsel. Zal ze leren, de stinkerds!

Ga ik nu echt beginnen met roken? Uit solidariteit? Nee, natuurlijk niet. Mijn astma vindt dat niet goed, bovendien stinken sigaretten (sigaren en pijptabak dan weer niet) en is roken een veel te dure hobby. Dan koop ik liever bier en wijn. Ik wil eerlijk toegeven dat ik het ook niet fijn vind als ik op een terras zit te genieten van rosé en bitterballen, er iemand naast mij zit die een sigaret opsteekt. Tenzij de wind de andere kant opstaat, maar dat is nooit het geval. Maar het roken volledig verbieden gaat mij te ver. Prima dat het niet meer binnen gebeurt, maar buiten moet men gewoon zijn gang kunnen gaan. Is de verwachting dat het treiteren er toe leidt dat de roker uitsterft? En zo ja, op welke groep deerniswekkende medemensen wordt daarna de aanval ingezet? De bierdrinkers, de frituurliefhebbers of de vleeseters? Kunnen we niet gewoon het motto ‘leven en laten leven, hoe ongezond dan ook’ aanhangen? Ga lekker je leven leiden zoals je dat wilt en bemoei je zo min mogelijk met dan van een ander. Bemoeizucht werkt alleen maar averechts, zeker bij de recalcitrante medemens. Of gaan ‘we’ die ook helpen, met de cursus ‘Ontkracht jezelf. Waarom in je kracht staan niet altijd wenselijk is’. Jeuk. Ben nu al tegen.

foksukroken.gif

©foksuk

Jubileum

WordPress feliciteert mij met het feit dat ik  vandaag precies 3 jaar geleden ben gestart met bloggen. Voor die tijd schreef ik maar mondjesmaat en ik had een duwtje in de rug nodig om al mijn hersenspinsels aan het digitale papier toe te vertrouwen. Dat duwtje kreeg ik van 2 dierbare collega’s, want een gesprek met beide heren resulteerde in een stukje tekst over korfbal. Dat stukje tekst heb ik echter nooit op deze blog geplaatst en het wordt  hoog tijd dat ik jullie laat lezen wat de aanleiding is geweest voor het delen van mijn wilde fantasieën en soms serieuze gedachten met de wijde wereld.

Korfbal

mei 2015

Als je in Amstelveen werkt, is de kans levensgroot aanwezig dat je omringd wordt door Ajax-supporters. En als het erg tegenzit, van het soort dat wat meewarig doet over mijn prachtige club uit het Noorden, FC Groningen. Alsof het mijn schuld is dat Ajax een waardeloos seizoen draait en de KNVB-beker in Groningen is beland. Om ervoor te zorgen dat het onderwerp voetbal niet op tafel komt, ga je dus gezellig babbelen over andere sporten zoals basketbal en volleybal. En ik weet niet hoe het is gebeurd, maar opeens sta je met 2 mannen te praten over korfbal. Een sport waar de mannen blijkbaar een erg romantisch beeld van hebben. Ik kon het niet laten, maar dat beeld moest ik toch even bijstellen want alleen curling is minder sexy dan korfbal. Wat is het punt van een gemengde sport als je elkaar niet mag dekken? Maak zo’n opmerking in het gezelschap van mannen en je weet meteen waar dat ‘romantische’ beeld vandaan komt. Boys will be boys, so to speak.

De korfbalbond is er zelf ook achter gekomen dat het allemaal niet aantrekkelijk is en heeft bedacht dat vanaf dit seizoen het veld kleiner wordt, omdat: “Door de kleinere afmetingen het spel directer en aantrekkelijker wordt. Het resultaat van deze aanpak moet uiteindelijk zijn dat meer volwassenen veel plezier aan de korfbalsport beleven, waarbij elke speler zich maximaal kan ontwikkelen”. Serieus? Van een kleiner veld wordt het spel echt niet sexy, van het aanpassen van de spelregels wel. Dus hup, gewoon man-/vrouwdekking invoeren en het wordt meteen spannender op de Nederlandse velden. En misschien ook wel een beetje romantisch.

Goochelkonijn

Soms levert een nieuwsbericht meer vragen dan antwoorden op. Zo las ik vanochtend het volgende bericht op 112Groningen: “ Zaterdagmiddag was er een jaarfeest bij ’s Heerenloo in Bedum. De opening werd gedaan door Burgemeester Erica van Lente. Ook brandweer Bedum was hier voor uitgenodigd. Door een fout in een goocheltruc was een konijn op het dak terecht gekomen. Tevens was er een klein brandje op het dak. De brandweer moest het konijn van het dak bevrijden.”

Mijn hoofd maakt dan meteen overuren. Fout in een goocheltruc? Wat kan er in vredesnaam misgaan met een goochelaar, een konijn en een hoge hoed? Zat er in de hoed een springveer waardoor het konijn richting het dak werd gekatapulteerd? En is hij vervolgens met zijn noodparachute geland? Of is het konijn gewoon ontsnapt en op slinkse wijze het dak opgeklommen? Dat lijkt mij onwaarschijnlijk, ik zie een konijn nog niet tegen een regenpijp omhoog klimmen. Traplopen daarentegen is geen probleem. Misschien stond er een ladder en heeft hij daar gebruik van gemaakt om op het dak te kunnen chillen. Vervolgens durfde het konijn niet naar beneden en heeft hij een brandje gesticht om een S.O.S.-signaal uit te zenden. De grote vraag is dan hoe hij dat vuurtje brandende heeft gekregen. Had hij lucifers of een aansteker in het vacht verstopt? En zo ja, waarom? Rookt het konijn vanwege het stressvolle bestaan als goochelattribuut? Dat is zielig én ongezond.

Zo was mijn hoofd druk bezig met het beschrijven van mogelijke scenario’s, tot het moment dat ik de bijbehorende foto’s ging bekijken. Op foto 1 zie je een brandweerman met een bos bospeentjes het dak beklimmen. Vreemd, tenzij bospeentjes tot de standaarduitrusting van de brandweer behoren. Op foto 2 verschijnt een levensgroot konijn in beeld. Oftewel, een man in zo’n gehuurd ‘het-is-mijn-vrijgezellenfeest-en-ik-ben-gedwongen-om-dit-aan-te-trekken-pak’. Dan valt alles op z’n plaats. Het is zaterdag, de traditionele vrijgezellenfeesten-dag en hier heb je een man met koudwatervrees. Die opeens bedenkt dat hij voor lul loopt in een konijnenpak en dat hij misschien  helemaal niet wil trouwen. Die daarom het dak is opgeklommen om even alleen te zijn, tot rust probeerde te komen door het opsteken van een sigaar en daardoor het dak in de fik heeft gestoken. Logisch. Gelukkig dat de brandweer ter plaatse was, met lok-bospenen. Ter vervanging van de sigaar of ieder ander voorwerp in de vorm van een peen. Zoiets. Ik ga hier vannacht ongetwijfeld over dromen.