Vreemdgaan

Het ondenkbare is gebeurd. Altijd gedacht dat mij dit nooit zou overkomen, maar zelfs voor een nuchtere Groningse kan de verleiding soms toch te groot zijn. En Amsterdam zit vol met verleidingen. Je bent doordeweeks een happy single, die weleens een weekendje niet naar Groningen gaat en dan ga je gekke dingen doen. Wat mezelf nog het meest verbaast, is dat ik opeens een voorliefde voor Brazilianen heb ontwikkeld. Ik heb altijd een voorkeur gehad voor horkerige doch lieve Nederlandse mannen en vond iedere Zuid-Europese of Zuid-Amerikaanse man een gladjakker. Kreeg spontaan jeukaanvallen van die charmeurs. Dus waar is het precies misgegaan? Is het de taal, het zangerige Portugees, of het ritmegevoel van de Braziliaan? Of vind ik het stiekem best fijn om in de watten te worden gelegd? Door maar liefst drie Brazilianen tegelijk? Echt, ik moet toegeven dat ik nog nooit zo lekker gemasseerd. Week werd ik helemaal toen er in schattig Engels tegen me werd gezegd wat het vervolg van de wattensessie zou zijn.
‘He will give you a blow dry. Do you want it straight or wide?’
‘Wide?’
‘Yes, volume.’
‘Hell yeah, let’s go wide with the blow dry!’

Echt, ik ben helemaal verliefd op mijn Braziliaanse kappers. Ook al voel ik me enorm schuldig dat ik geen afspraak heb gemaakt bij mijn Groningse kapper. Een man waar ik al meer dan 25 jaar lief en leed mee deel. Ik kan hem toch nooit vertellen dat ik vreemd ben gegaan? Dat ik hem zomaar aan de kant heb geschoven voor de eerste de beste Braziliaan die op mijn pad kwam? Maar mijn haar had inmiddels model ‘vogelnest-met-grijze-plukken’ aangenomen en aangezien ik het weekend in Amsterdam zou blijven, had ik echt geen andere keus. Ik hoopte een beetje op een fiasco, zodat ik weer kon terughollen naar P.. Nee dus. Lieve mensen, die Brazilianen, die zorgvuldig mijn haar hebben geverfd en die tijdens het haren wassen (3x!) een lekkere hoofdmassage gaven. Die mijn haar leuk in model hebben geknipt, zonder me een ‘modelletje’ op te dringen en die als kersje op de taart met een fijne blow dry kwamen aanzetten. (oftewel, föhnen)
Over een maand of 2 zal ik weer eens naar de kapper moeten en ik word er nu al zenuwachtig van. Want, keer ik terug naar P. of ga ik door met mijn Braziliaanse affaire? Kan er nog even over nadenken en ondertussen hoop ik dat P. dit niet leest.

Foto

Ik snap nooit dat mensen zich graag laten fotograferen, ik sta meestal ronduit beroerd op een foto. De beste foto’s van mij zijn dan ook de foto’s waar ik niet op sta. Op mijn Instagramaccount zul je  ook geen selfies aantreffen, ik wil mijn volgers geen hartverzakking bezorgen. Helaas wil het weleens gebeuren dat anderen het ‘leuk’ vinden om een foto van mij te maken. Gebeurde vroeger nauwelijks omdat men dan een camera mee moest zeulen, maar tegenwoordig heeft bijna iedereen een smartphone en wordt er op ieder onmogelijk moment foto’s van alles gemaakt. En soms heb je dan de pech dat je ergens in beeld verschijnt. Zo ook gisteravond. Je zit gezellig te eten met collega’s (alweer? ja, alweer!) en de kudde begint massaal te fotograferen. Dat is nog niet zo erg, maar sommige pretletters gaan die foto’s delen in groepsapps en dan ook nog eens in van die groepen waar jij geen deel van uitmaakt. Zo is er een foto van mij gefabriceerd waar ik met weggedraaide ogen, doorgelopen mascara, zes onderkinnen en twee rimpelige hangwangen op sta. En die is rondgestuurd in een, mij onbekende, groepsapp. Mocht iemand het in zijn hoofd halen om die foto verder de wijde wereld in te helpen, dan hoop ik dat die persoon zijn testament heeft opgemaakt. Ik weet je te vinden!
Nu is er ook een foto gemaakt waar ik, samen met een lieve collega, best leuk in beeld ben gebracht. Hoewel ik bij het bestuderen van de foto tot de ontdekking ben gekomen dat ik beschik over een hamsterwang. Je kent het wel, zo’n wang waar het volledige Amazonegebied in past. Ook eekhoorns kunnen dergelijke wangen fabriceren door zes miljoen eikeltjes in de bek te proppen. Zo’n wang heb ik dus. Nu overweeg ik plastische chirurgie of de aanschaf van een niqab. Het huis niet meer uitkomen, is ook een optie. En dan vraagt men zich af hoe het komt dat er zoveel eenzame mensen bestaan. Lijkt me duidelijk, zo’n smartphone maakt meer kapot dan je lief is.

eekhoorn1

Sushi

Even wat opbiechten: sushi-restaurants bungelen onderaan mijn lijst met plekken waar man en ik graag naar toe gaan om een hapje te eten. Oftewel, wij gaan niet naar de Japanner. Ik snap dan ook nooit de oeh’s en ah’s van anderen zodra er zo’n in zeewier verpakte rijstklomp voorbijkomt. In de rijstklomp zit dan ook nog iets vissigs of een onduidelijk stuk groenvoer verstopt. Begrijp me niet verkeerd, ik lust het wel maar ik vind sushi gewoon niet spannend. Desalniettemin bevond ik mij donderdagavond met collega’s bij onze huis-Japanner. Huis-Japanner omdat het restaurant ongeveer naast ons kantoor staat, lekker praktisch dus. Best een gezellige plek, niets mis mee. Drankje besteld en dan begint het gedoe met de bingokaart. Kennen jullie dat? Dat je zo’n kaart op tafel hebt liggen en dat je met een zelf meegebrachte pen moet aangeven wat je wilt hebben? Per ronde? En dat je per deelnemer per ronde 4 gerechtjes mag bestellen? En dat de boel dan in etappes op tafel wordt gezet en dat geen mens meer weet wat hij precies heeft besteld, behalve als het de patat is? En dat je dan met de plaatjes op de menukaart probeert te achterhalen wat er nou precies op tafel staat en iemand gaat aanwijzen die dat gerecht heeft besteld? En die dat dan gaat ontkennen?
‘Nee, dit is echt de 67. Die had jij toch?’
‘Zou kunnen. Maar dat is toch geen tempura tonijn?’
‘Jawel, kijk. Lijkt echt wel op de foto. Opeten, anders kost het ons € 2 extra.’
‘Ik hoef niet, eet jij het maar op.’
Gezelligheid troef, dat hele sushi-gebeuren. De schaaltjes gaan 6x de tafel rond totdat er toch eindelijk iemand zo vriendelijk is om de boel op te eten. En dan heb ik het hier nog over de 1e ronde. Je mag maximaal 5 rondes de bingokaart invullen. Hel op aarde, echt. Het zou toch zoveel gemakkelijker zijn als ze gewoon een grote schaal met verschillende sushi op tafel zouden zetten, zonder dat je zo’n stomme bingokaart moet invullen. Geloof me, als je mensen niet de keuze geeft, dan eten ze alles. Tenzij het van die pietluttige eters zijn. ‘Ik zie iets groens. Ik eet nooit groen, dat is zo niet mijn kleur.’ Ook heel irritant trouwens, dat soort mensen. Maar goed, ik wil de volgende keer gewoon een tafel vol hapjes hebben. Tapas of mezzes, het maakt me niet uit. Zolang het maar geen sushi is. Oké?

sushi1

Post-vakantiestress

Mijn collega’s bezorgen mij post-vakantiestress. Niet vanwege de vele e-mailtjes die gelezen moeten worden, maar omdat er geen rekening wordt gehouden met mijn wens om enkele kilo’s te verliezen in de komende weken. Italië is een heel leuk land, maar ze zouden er niet zo heerlijk moeten koken. Mijn broeken kunnen nauwelijks dicht en ik ben blij met mijn heupbroek, omdat ik mijn buik zo lekker over de broekrand kan draperen. Nu nog een Hawaii shirt aantrekken, een half liter blik bier binnen handbereik en ik kan zo meedoen met een darts competitie. Ik haat darts. Oftewel, ik ga alleen maar gezonde dingen eten, minderen met alcohol en minimaal 2 keer in de week naar de sportschool. Dat is tenminste het plan, alleen werken mijn collega’s niet erg mee.

Picture this: Je stapt op maandagochtend ‘monter’ op fiets, de sporttas ‘enthousiast’ achterop gebonden en peddelt in een half uurtje naar je werk. Je komt moe, bezweet en allesbehalve voldaan aan en moet eerst enorm uitrusten. Met koffie. Je komt weer een beetje bij, je vindt het nog steeds een goed idee dat je na het werk naar de sportschool  gaat en begint met het lezen van je mails.
‘Ach, ik heb morgen een borrel. In Utrecht. Oh, en daarna nog een hapje eten. Gezellig!’
‘Hé, volgende week donderdag met het team uit eten in Amstelveen. Leuk!’
‘Oh, de 12e hebben we een activiteit met de afdeling met een afsluitend diner….. Die broeken ga ik nooit meer dicht krijgen, dat wordt een legging.’
‘Verdorie, vergeten. Op de 19e organiseer ik samen met S. de heidag van de sectie. Dat wordt dus én een lunch én een diner. Ik ga een zwangerschapsbroek kopen.’
Zucht, zo gaat dat afvallen natuurlijk nooit lukken.

Ik doe m’n beklag bij vriend T. die troostend zegt dat het allemaal wel meevalt met mijn buik en dat ik binnen een paar weken weer in model ben. ‘En anders doe je toch gewoon corrigerend ondergoed aan?’ De lieverd bedoelt het goed. Denk ik, terwijl ik bezweet aankom bij de sportschool. Eerst maar eens kijken of ik op eigen kracht mezelf in model kan boetseren, voordat ik me in een korset ga hijsen. Wens me succes.

20170929_203848.jpg

Italiaans voedsel. En een drankje.

Waar is het feestje?!

Na een fijn appartementje in Milaan, een gastvrij hotel in Turijn, een onpersoonlijk doch goed hotel in Parma en een luxe onderkomen in Bologna, zijn we aanbeland in een top appartement in Negrar. Met enige moeite, want we moeten een steil geitenpad nemen om bij het huisje te geraken. Gelukkig heeft Tom Tom altijd gelijk. We hebben in ieder geval een mooi uitzicht over de wijnvelden, de heuvels en in de verte de stad Verona. Onze gastheer Gianni verwelkomt ons hartelijk met een flesje Corona en salsamuziek. Wij wanen ons in Zuid-Amerika en al gauw wordt duidelijk dat de echtgenote van Gianni uit Colombia afkomstig is. De voertaal in het huishouden is een mix van Spaans en Italiaans, om het spannend te houden. Gianni spreekt niet zo goed Engels, maar met handen, voeten en Google Translate komen we een heel end. We krijgen uitleg over het gebruik van de diverse sleutels, een rondleiding door het appartement en een richtingaanwijzing naar het dichtsbijzijnde restaurant. ‘ You go zoe ze woods and go down, 200 metres.’  We zien een donker gapend gat en een pad vol met gaten en losliggende stenen. Nog een geitenpad! De afdaling blijkt lastig te zijn, maar is goed te doen zolang je geen naaldhakken aantrekt. En op de terugweg is het toch fijn dat er een zaklantaarnfunctie op de mobiel zit.

Kortom, we zitten in de rimboe en dat vinden we best wel fijn voor een paar dagen. Lekker rustig ook, denken we. Helaas blijken de Gianni’s  een zoon te hebben die een feestje geeft voor zijn vrienden. In het appartement onder de onze begint laat op de avond een hels kabaal van onverstaanbaar brommende rappers en boink boink boink gedreun. De “muziek” staat zo hard, dat de jongeren elkaar niet kunnen verstaan en enthousiast beginnen te schreeuwen. Ergens is het dan lastig om in slaap te vallen en slaapdronken blèren wij zo nu en dan HAKKUH! mee. Niemand die het hoort, dus dat mag best. Gelukkig houdt het feestgedruis om 5 uur in de ochtend op, kunnen we toch nog een paar uurtjes slaap pakken voordat we om half 10 bij het ontbijt aanschuiven.

Gianni heeft een geweldig ontbijt voor ons gemaakt en vraagt bezorgd of we niet teveel last hebben gehad van de jongens. Het was de 19e verjaardag van junior, vandaar en de rest van de week zal het rustig blijven. Wij liegen braaf dat het allemaal wel is meegevallen, wij hebben altijd van die enorme wallen onder de ogen, en samen zijn we het erover eens dat boink boink boink geen muziek is. Ik geloof best dat het de komende dagen lekker rustig zal zijn, maar ga uit voorzorg mijn oordopjes opsporen. Voor het geval dat junior een onbetrouwbare factor in het huishouden blijkt te zijn.

Geitenpad

Het geitenpad naar het restaurant in Negrar

Ontboezemingen in Milaan

Man en ik zijn op reis. Een week geleden bedacht ik me ‘s nachts opeens dat ik waarschijnlijk geen tijd zou hebben voor het schrijven van een blog, maar dat het een geweldig idee zou zijn als ik de reis zou samenvatten in haiku’s. De volgende ochtend vond ik dat toch een minder goed idee, dan maar eventjes geen blogactiviteiten. Wij maken immers toch nooit iets mee als we op reis zijn. Maar dan zit je een paar dagen later op een terras in Milaan, je aanschouwt samen de wereld die voorbij trekt en dan blijkt het orakel Man de nodige ontboezemingen met je te willen delen. Gooi er bier in en je hebt er urenlang plezier van. Gespreksonderwerp: de modestad Milaan. Wij vonden het allemaal wel meevallen, met de modieusheid van Milaan. De mannen zagen er over het algemeen wel verzorgd uit, maar de vrouwen verschilden niet zoveel met de Nederlandse vrouwen. Dus ja, ook hier leggings, sandalen en een simpel T-shirtje. Ook constateerden we dat de Italiaanse vrouwen in alle maten voorkomen, de slanke types en vrouwen met de nodige rondingen. Dat was het moment dat de Man losging. Want, zo blijkt, hij vindt dat jonge vrouwen er beter uitzien als ze slank zijn en de oudere vrouwen beter tot hun recht komen als er meer vet op de botten zit. Ik heb hem blijkbaar ietwat verbijsterd zitten aankijken, dus hij ging er even goed voor zitten om mij haarfijn uit te leggen hoe het allemaal werkt in zijn brein. Hij vindt jonge vrouwen die dik zijn niet aantrekkelijk, hij vindt oudere vrouwen die dun zijn ook niet aantrekkelijk. De oudere vrouw die slank is, krijgt namelijk een oude kop, zo betoogt hij. ‘Je weet wel, Perkamentos’, alsof het me dan allemaal logisch in de oren moet klinken. Wel snap ik nu waarom ik voor ieder jaar dat we samen zijn, evenveel kilo’s ben aangekomen. Want meneer voert mij ieder weekend allerlei calorierijke lekkernijen. Van slank jong ding naar een rond oud geval. Opdat ik vooral geen rimpels in mijn gezicht krijg. 

Als we terug in Nederland zijn, zo heb ik me nu voorgenomen, ga ik braaf minimaal 2 keer in de week naar de sportschool en zal ik de komende maanden alleen rauwkost tot mij nemen. En misschien is het zelfs wel verstandig om in de weekenden in Amsterdam te blijven. 

Voor de liefhebber ter afsluiting toch nog een haiku:

Vrouwen in leggings
Paraderen in Milaan
Wat nou, modestad

Schoenen

Onlangs hebben mijn collega’s en ik wetenschappelijk bewezen dat vrouwen gemiddeld zo’n 30 paar schoenen bezitten, slippers en sportschoenen niet meegeteld, en dat échte mannen gemiddeld 6 paar schoenen hebben rondslingeren. Conclusie: mijn man is een echte man. Het zal hem een zorg zijn wat hij aan zijn voeten draagt en hij geeft liever geen geld uit aan een nieuw paar schoenen.  Schoenen worden pas vervangen als ze helemaal uit elkaar vallen en dan nog moet ik hem dwingen een schoenenzaak binnen te lopen. ‘Als je nu niet onmiddellijk naar binnengaat, ga je vanavond zonder eten naar bed. En je bier- en whiskyvoorraad doneer ik aan het opvanghuis voor daklozen!’ Alleen dan wil hij, weliswaar mokkend, een schoenenzaak bezoeken en onder dwang een paar schoenen aanschaffen.

Vorig jaar liepen we rond in winters Praag. Hij had een paar schoenen meegenomen waarin de nodige gaten zaten. Want dat kon allemaal nog best, die schoenen konden nog járen mee. Het duurde niet lang of het geklaag begon.
‘Mijn sok wordt nat.’
‘Nogal wiedes, de zool van je schoen laat los. Je moet nieuwe schoenen.’
‘Nee, dit kan nog best. Mijn sok droogt vanzelf.’
Niet veel later: ‘Mijn voeten worden ook een beetje koud. En nat.’
‘Goh. Gek hè, als de zolen van je schoenen loslaten. Idioot!’
Uiteindelijk heb ik hem een sportzaak (!) weten binnen te loodsen, alwaar hij een paar waterdichte wandelschoenen heeft gekocht.

Morgen vertrekken we naar Milaan. Meneer heeft zijn liefste paar schoenen al klaarstaan. Een van de schoenen is voorzien van een gat en een scheur. Ik vrees met grote vrees dat het niet lang duurt voordat we samen moeten gaan shoppen. In Italië, als dat maar goed gaat.

schoenen

Dit dus…..