Zondagavond

Zomaar een zondagavond. De zomer zindert, ’s middags staat de zon op de hoogste stand te branden op de ramen van mijn ieniemienie appartement in de Hofstad. Het is bloedheet binnen maar met 2 ventilatoren die de warme lucht verplaatsen, is het best uit te houden. Ik hang dan ook zielstevreden bezweet te zijn op de bank, peinzend over allerlei bijzonder belangrijke zaken. Bijvoorbeeld hoe fijn het is dat het appartement klein is en dat het afstoffen van de meubeltjes met de Swiffer zo gedaan is. En dat het wel apart is dat het woord swiffer lijkt op het woord swaffelen. Maar dat de handelingen op zich wel veel op elkaar lijken, hoewel het me zou verbazen als het ding waarmee geswaffeld wordt, net zoveel stof zal vasthouden als de Swiffer. Navelpluis, maar dan anders.
Ondertussen speel ik een woordspelletje op de tablet en trek de conclusie dat ik nooit meer Scrabble zal spelen. Tenzij ik schuttingtaal mag gebruiken, want andere woorden vormen met de gegeven letters vind ik een stuk lastiger. Zorgwekkend.
Dan maar weer verder met het goede gesprek met mezelf.
‘Waarom heet badstof badstof?’
‘Waarschijnlijk omdat er dingen van gemaakt worden die je kan gebruiken na het badderen, zoals een handdoek.’
‘Ook een raar woord, handdoek. Alsof je alleen je handen afdroogt.’
‘Ik zweet als een otter, voor het slapen gaan nog even douchen.’
‘Belachelijk, otters zweten niet.’
‘Hoe dan ook, ik stink, dus ik ga douchen.’
‘Wat maakt het nou uit dat je stinkt, je ligt alleen in bed.’
‘Klopt, maar wel met een draaiende ventilator voor het bed die de zweetlucht verplaatst. Driemaal raden wier neus in de windrichting ligt.’
‘De mijne.’
‘Yep.’