Verboden onderwerpen

Zo nu en dan krijg ik van anderen onderwerpen aangereikt waarvan men vindt dat ik er wel iets over kan schrijven. Soms doe ik dat, maar meestal niet. Gisteren kreeg ik van 2 personen hetzelfde artikel toegestuurd. Geen idee wat de bron is geweest van het artikel, maar het ging over ‘grievende’ zinnen in sinterklaasliedjes. Zinnen waardoor de genderneutralen, de daklozen, de misbruikten en andere groepen zich gekwetst zouden kunnen voelen. Leuk gedaan, maar ik voel mij niet geroepen om hierover te bloggen. Maar het leek mij wel een goed idee om alvast aan te geven waarover ik beslist niet wil schrijven, zodat iedereen daar rekening mee kan houden.

Sinterklaas en aanverwant volk
De discussie over de juiste kleur van Piet begint de laatste jaren steeds vroeger. In april zag ik al het eerste geneuzel tussen voor- en tegenstanders van de kleur zwart op Facebook voorbijkomen (zwart is trouwens geen kleur). Dat soort berichten wordt meteen van mijn tijdlijn verwijderd. Hetzelfde geldt voor berichten over het feit dat de pepernoten al in september in de supermarkt liggen. Ach en wee, grote schande, en ondertussen wel kopen en opvreten. Ik vind het gezeik van de bovenste plank, volwassenen weten een kinderfeest grondig te verpesten. Pepernoten kan je het hele jaar eten en kleine kinderen zal het een rotzorg zijn in welke kleur Piet, Klaas, Schimmel en Dieuwertje Blok verschijnt, zolang ze maar cadeautjes en snoepgoed krijgen. En als het de kinderen een rotzorg zal zijn, dan zal het mij ook een rotzorg zijn.

#MeToo
Voor alle duidelijkheid, seksueel misbruik en seksuele intimidatie vind ik absoluut niet oké, maar die hele #MeToo-discussie slaat helemaal door. Iedereen vindt er wat van en iedereen vindt ook dat hij/zij gelijk heeft, waardoor men allerlei enge regeltjes gaat bedenken.

  • ‘Een collega verdrietig? Vooral geen arm op zijn/haar schouder leggen.’ Sodemieter op, als ik een goede verstandhouding met iemand heb, dan zal ik diegene troosten. Laten we eerlijk zijn, over het algemeen voelen de meeste mensen haarfijn aan wie je wel en wie je niet kan aanraken.
  • ‘Als iemand zegt dat hij/zij misbruikt is, moet je dat altijd geloven.’ Dat zou wel het uitgangspunt moeten zijn, maar zolang er nog vrouwen bestaan die mannen vals beschuldigen van verkrachting, vind ik dat lastig. Zullen we het onderzoek overlaten aan de professionals en ons weerhouden van commentaar op social media? Het is toch van de gekke dat vermeende daders/slachtoffers meteen aan de schandpaal worden genageld door het volk?
  • ‘Je moet aangifte doen van seksueel getinte opmerkingen op de werkvloer.’ Ik vrees dat ik voor de rest van mijn leven in het gevang moet doorbrengen en met mij een groot deel van mijn collega’s. Want waar ligt de grens van wat wel en wat niet betamelijk is? Mensen flirten met elkaar, waarderen het als iemand er goed uitziet en de meeste mensen van ons maken weleens een opmerking die op het randje is. Ook hier geldt dat de meeste mensen goed weten tegen wie ze een schuine opmerking kunnen maken en tegen wie niet. De groep die echt te ver gaat, is vaak klein en ja, die mogen we best aanpakken. Maar lieve mensen, ga eerst met elkaar in gesprek voordat je gekke dingen gaat doen.

En zo heb ik al meer woorden vuilgemaakt aan dit onderwerp dan ik had gewild.

De Overgang
Plots een hot item in celebrity-land. Er verschijnen boeken over het onderwerp, diverse columns worden er aan gewijd en menig ‘bekende Nederlandse vrouw’ komt graag vertellen hoe erg het allemaal is. Maar gelukkig hebben ze ook tips hoe je die hele overgang goed kan doorkomen. Qua leeftijd zit ik in de ‘gevarenzone’ en denkt menigeen mij ook met goede raad en daad te moeten bijstaan. Mensen, ik heb geen klachten. Ik bloed nog braaf iedere maand, ik heb het weleens warm en ook heb ik zo nu en dan last van een slecht humeur. Allemaal zaken waar ik de afgelopen 40 jaar ook last van heb gehad, dus niets nieuws onder de zon. En dus ook geen onderwerp om gezellig over te gaan schrijven. Waarvan akte.

 

 

Baard

Mijn vorige columnMusei Vaticani lokte de reactie uit dat er toch veel meer categorieën ‘man’ zijn dan de drie die ik heb opgesomd. Dat is natuurlijk ook zo, maar drie hoofdsoorten man leek mij eerst wel voldoende. Bovendien moet een column kort zijn, ik krijg nooit al die subcategorieën ‘man’ in één tekstje gepropt. Nu ben ik ook niet van plan om elke week iets te gaan schrijven over mannen, maar ik moet toch echt iets zeggen over mannen met baarden. Eerlijk is eerlijk, ik heb er nooit wat aan gevonden, zo’n man met een baard. Mijn prilste herinnering aan een baardman is gekoppeld aan een man in een jurk. Hij heet Sinterklaas en zeg nu zelf, dat is echt geen woest aantrekkelijke kerel. Hij is ruim 1700 jaar oud, draagt dus een jurk, heeft een fout hoofddeksel, loopt interessant te doen met een staf en is altijd opgezadeld met een schimmel. Alleen paardenmeisjes zullen dat laatste leuk vinden en ik ben géén paardenmeisje. Ook in mijn schooltijd waren vele onderwijzers en leraren uitgedost met een baard. Niet keurig gestyled zoals tegenwoordig het geval is, maar van die woeste wildgroei-gevallen. Als je goed keek, kon je zien wat ze de afgelopen week hadden gegeten. Dus keek je liever niet. Diezelfde mannen droegen geruite overhemden, corduroy broeken en hadden vaak een hele foute bril. Nog drie redenen om niet naar ze om te kijken.
Maar gelukkig, tijden veranderen en zelfs ik heb het afgelopen jaar een waarderende blik laten dwalen over een paar bebaarde mannen. Nu weet ik niet zeker of het aan de keurig gestylde baarden lag of aan het feit dat die mannen er gewoon goed uitzagen. De barman had een leuke lach en mooie blauwe ogen en die man in de trein had hele lieve, mooie bruine ogen. En nu ik dit zo teruglees weet ik wel zeker dat het niet aan de baard lag. Het zit ‘m toch altijd in de mooie ogen.