Tenenkrommend

Ken je dat? Dat je lied hoort en er meteen allerlei associaties bij hebt? Ik heb dat bijvoorbeeld bij ‘Brandend Zand’ van de onlangs overleden Anneke Grönloh. Sinds Bert Visscher dit lied volledig heeft geanalyseerd, kan ik niet meer fatsoenlijk naar deze hit luisteren. (voor zover dat al mogelijk is) Bert heeft, met krijtbord in de aanslag, haarfijn duidelijk gemaakt dat Marseille niet in de woestijn kan liggen en dat 3 namen in één zin te veel zijn. En ik moet ook altijd denken aan OAD-bussen en zacht zingende golven. Kortom, hoor ik Anneke, dan zie ik Bert. Hetzelfde fenomeen doet zich trouwens voor bij ‘I’ve got you babe’ van Sonny & Cher. Ik hoor dan alleen maar Beavis & Butthead in mijn hoofd meeblèren.

Ergens in het voorjaar van 2017 heb ik mijn herinneringen aan ‘Suzanne’ van Herman van Veen met jullie gedeeld met de bedoeling om vaker songteksten te gaan analyseren. Ondanks de reeds aangelegde waslijst is het daar nooit van gekomen, omdat er altijd wel een ander onderwerp voorbij kwam waarover geschreven moest worden. Tot vandaag. Want deze week hoorde ik het werkelijk tenenkrommende nummer ‘I’ve never been to me’ van ene Charlene. In dit lied spreekt Charlene als een stalkende Jehovagetuige een ontevreden huismoeder bestraffend toe, om haar duidelijk te maken dat ze tevreden moet zijn met wat ze heeft. Want Charlene heeft weliswaar lekker lopen te sloeriën in het paradijs, ze noemt het zelf ‘subtle whoring’, maar ze is nooit bij zichzelf geweest. Boehoehoe.

Het gaat te ver om de complete tekst hier onder de loep te nemen, maar er zitten een paar tenenkrommende zinnen in dat lied. Nadat ze heeft gekweeld dat ze in de zon heeft liggen rampetampen met een priester, is ze op the Isle of Greece geweest. Serieus, het eiland Griekenland. Dat laatste foutje wil ik haar wel vergeven, per slot van rekening is ze een Amerikaanse, maar daarna vervolgt ze met deze shit:
I’ve moved like Harlow in Monte Carlo and showed ‘em what I’ve got
I’ve been undressed by kings and I’ve seen some things that a woman ain’t supposed to see

Die eerste zin levert bij mij het beeld op dat Charlene schaars gekleed op de motorkap van een Maserati is gaan liggen, ze moet toch op een of andere manier de aandacht weten te trekken van die koningen in de 2e zin. En over welke koningen hebben we het hier eigenlijk? Namen en rugnummers graag! Of heeft zo’n vent zich gewoon voorgesteld met ‘Hi, my name is King, James King’ en dat Charlene denkt dat het een echte koning is en meteen begint te kirren dat haar stoeipakje een klittenbandsluiting heeft en dat hij best mag proberen of hij dat met één hand los kan krijgen. Je weet het niet en Charlene geeft ook geen enkele duidelijkheid. Nee, ze vervolgt met de nog vagere mededeling dat ze dingen heeft gezien die geen vrouw geacht wordt te zien. Wat dan, Charlene? Wat voor dingen bestaan er dan die een vrouw niet mag zien? Wat houden die kerels voor ons verborgen? Vertel het ons!

Lang verhaal kort: een waar kut-lied.

 

Het bankje van Suzanne

Lang geleden toen ik nog op school zat, dat moet ergens in de Middeleeuwen zijn geweest, kregen wij van de lerares Nederlands de opdracht om een songtekst te analyseren. Ze zette ons aan het werk met Suzanne van Herman van Veen. Wij pubers gingen helemaal los en probeerden de diepere betekenis van de tekst te achterhalen.
Hoe kan het dat duizenden schepen, dat zijn er best veel, voorbij gaan en het toch maar niet later werd. Was de wintertijd ingegaan?
Maar waarom zou je in die periode van het jaar gaan zitten blauwbekken op een bankje aan het water?
Maar goed, Suzanne is te gek en dan wil zo’n jongen natuurlijk wel met haar meegaan naar de overkant.
Waarom gaan ze dan niet en zitten ze maar op dat bankje pepermuntjes te vreten?
Zouden het Wilhelmina pepermuntjes zijn?
Hoezo zijn pepermuntjes tastbaar?
En waarom begint die van Veen opeens over de visser Jezus?
Hij wil ook wel met Jezus naar de overkant, maar blijft maar op het bankje zitten.
Gaat de pont niet, of zo?
Er ligt van alles in het gras en in de goot en Suzanne lacht en hij wil nog steeds met haar naar de overkant.
Want hij moet haar wel vertrouwen omdat zij zijn gedachten in haar hand houdt.
Hoe doet ze dat?
En waarom zitten ze nog steeds op dat bankje vastgeplakt?

Na 3 kwartier geworstel en met het zweet op het voorhoofd, keken wij onze lerares verwachtingsvol aan. We begrepen geen zak van die hele tekst en hoopten op een logische verklaring van het beste mens. Die had ze, volgens haar sloeg de hele tekst helemaal nergens op en was het een onzinlied. Wij waren diep geschokt, zo zonde van de tijd om met een onzinnige opdracht bezig te zijn.

Sinds die dag kan ik niet meer naar dit nummer luisteren zonder te denken dat die Herman uit z’n nek zit te lullen. Suzanne zelf heeft Herman op een gegeven moment op het bankje laten zitten, je kan ook niet eeuwig op die gast blijven wachten als je zelf graag naar de overkant wil. De pepermuntjes waren trouwens ook op. Ze is naar Tilburg afgereisd om bij die jongen van VOF De Kunst op de bank te gaan zitten. Beetje vozen, cola drinken en gestoord worden door iemand aan de telefoon die verkeerd verbonden is. Dat laatste lijkt mij onwaarschijnlijk, die klojo heeft gewoon zelf het verkeerde nummer gedraaid. Misschien was het Herman wel. Enfin, het was voorbij met de pret en Suzanne ging. Op zoek naar een andere vent met een bankje.