Curling

Bij ons thuis wordt veel naar sport gekeken en zo kan het gebeuren dat je op zaterdagochtend met je duffe kop naar curling zit te kijken. Van alle Olympische wintersporten vind ik curling het meest curieus. Het is al belachelijk om met een paar ski’s aan de voeten van een springschans af te glijden om te proberen zover mogelijk van die schans ter aarde te storten, maar curling slaat alles. Waarom zou je een fluitketel over een ijsbaan willen schuiven en als extra glijmiddel een bezem gebruiken? Om daar achter te komen, leek het mij zinvol om de olympische herenfinale tussen Zweden en de Verenigde Staten toch maar te volgen. Dankzij de commentator werd het een leerzame ervaring. Want wisten jullie dat die fluitketels worden gemaakt van graniet, afkomstig van een Schots eilandje? En dat de aanvoerder ‘skip wordt genoemd (yo Skippy!) en de middenstip ‘dolly’ heet? De steen die het dichtst bij dolly ligt, heeft gewonnen. Min of meer. Langzaam gespeelde stenen staan gelijk aan agressief spel. Nu snap ik de opmerking dat Mr. T. een groot fan van de sport is.
Volgens de commentator heeft de Zweedse skip een wetenschappelijke benadering van de sport en heeft hij curling naar een ander level gebracht. Om de hoeken te oefenen, speelt hij namelijk poolbiljart. (!)
‘Ja, als hij een schaker was geweest, dan was hij grootmeester.’ Ja, en als ik kon zingen, dan was ik nu zangeres.
‘Het is een spannend potje.’ Alsof je in de plaatselijke pub naar een potje darts zit te kijken. Gast, het is de finale om Olympisch goud!
Ik heb de hele wedstrijd uitgekeken, de Amerikanen hebben gewonnen, maar erg leuk vind ik dat ‘Petanque on ice’ niet. Het enige nuttige van de sport is dat ze maximaal 38 minuten aan vergadertijd krijgen tijdens de wedstrijd. Er moet regelmatig overlegd worden over de te hanteren speltactiek en dan is het wel handig om een tijdslimiet af te spreken. Zouden we op de werkvloer ook eens moeten doen. Niet lullen maar poetsen!

curling6

Mijn angry bird-sloffen en ik kijken curling