Spijbelen

Ik heb maandag gespijbeld. Niet echt natuurlijk, ik heb braaf verlof opgenomen, maar het voelde toch een beetje als spijbelen. Sinds ik in Den Haag woon, heb ik een permanent vakantiegevoel en als het een bijzonder warme dag wordt, heb ik geen zin om mijzelf op te sluiten in een kantoor. Ook al word ik daarvoor betaald. Met vele fijne terrasjes en restaurants, rustige pleinen, musea en heel veel groen in de buurt én de zee op steenworp afstand, zijn er leukere dingen om te doen dan werken.

Maandag was het dus buiten warm, mijn appartement warmer en ik had behoefte aan verkoeling. Nu vind ik de zee geweldig, maar ik houd er niet van om als een aangespoelde potvis op een handdoekje op het strand te gaan liggen. Tussen al die andere aangespoelde potvissen. Het is te warm, te druk en al dat zand dat zich verzamelt in je bilnaad, nee, niet mijn ding. Dan liever naar een park of een bos. Omdat ik ‘Scheveningse Bosjes’ obscuur vind klinken, alsof achter iedere boom een potloodventer met zijn materiaal staat te zwiepen, heb ik maandag gekozen voor het Haagse Bos. Mooi, rustig en je kan lekker liggen lezen onder de bomen bij de grote vijvers.  Zo nu en dan wordt de rust onderbroken door roddelende ambtenaren die een lunchwandeling aan het maken zijn. Leuk om die gesprekken te mogen volgen en te constateren dat er altijd wel een vrouw in zo’n groepje loopt die amateur-psycholoog is. Zegt iemand dat hij iets niet handig heeft aangepakt (ook bijzonder, een man die dat durft toe te geven) en dat zo’n vrouw dan zegt: ‘Ach ja en dat gaf jou natuurlijk een schuldgevoel.’

Kortom, ik heb mij opperbest vermaakt in het bos. Er is alleen één minpuntje en dat geldt voor de meeste (alle?) natuurgebieden in Nederland, namelijk het gebrek aan sanitaire voorzieningen. Het is warm, je drinkt veel water en je moet naar het toilet. Oorzaak en gevolg. Maar daar waar je in vele buitenlanden in de natuur toiletgebouwtjes aantreft, ben je in Nederland genoodzaakt andere maatregelen te treffen. Bijvoorbeeld jezelf terugtrekken achter een boom of een paar bosjes. Dat kan bijvoorbeeld in een Drents bos, maar in het Haagse Bos heb je 99,9% kans dat tout le monde uitzicht heeft op jouw blote billen. Dat moet je niet willen en dan zit er niets anders op om je spullen in te pakken, op de fiets te stappen met je volle blaas, om over een hobbelend bospad op zoek te gaan naar een etablissement met een toilet. Feest. Gelukkig vond ik na 5 minuten een restaurant met toilet en nog gelukkiger was ik met het feit dat ik een korte broek met een elastische band had aangetrokken. Zelden zo opgelucht geweest na een toiletbezoek.

Het Haagse Bos, een fijne plek om je te ontspannen maar niet om je te ontlasten. 😊

how-to-shit-tumble

©Kampeerwijzer

Post-vakantiestress

Mijn collega’s bezorgen mij post-vakantiestress. Niet vanwege de vele e-mailtjes die gelezen moeten worden, maar omdat er geen rekening wordt gehouden met mijn wens om enkele kilo’s te verliezen in de komende weken. Italië is een heel leuk land, maar ze zouden er niet zo heerlijk moeten koken. Mijn broeken kunnen nauwelijks dicht en ik ben blij met mijn heupbroek, omdat ik mijn buik zo lekker over de broekrand kan draperen. Nu nog een Hawaii shirt aantrekken, een half liter blik bier binnen handbereik en ik kan zo meedoen met een darts competitie. Ik haat darts. Oftewel, ik ga alleen maar gezonde dingen eten, minderen met alcohol en minimaal 2 keer in de week naar de sportschool. Dat is tenminste het plan, alleen werken mijn collega’s niet erg mee.

Picture this: Je stapt op maandagochtend ‘monter’ op fiets, de sporttas ‘enthousiast’ achterop gebonden en peddelt in een half uurtje naar je werk. Je komt moe, bezweet en allesbehalve voldaan aan en moet eerst enorm uitrusten. Met koffie. Je komt weer een beetje bij, je vindt het nog steeds een goed idee dat je na het werk naar de sportschool  gaat en begint met het lezen van je mails.
‘Ach, ik heb morgen een borrel. In Utrecht. Oh, en daarna nog een hapje eten. Gezellig!’
‘Hé, volgende week donderdag met het team uit eten in Amstelveen. Leuk!’
‘Oh, de 12e hebben we een activiteit met de afdeling met een afsluitend diner….. Die broeken ga ik nooit meer dicht krijgen, dat wordt een legging.’
‘Verdorie, vergeten. Op de 19e organiseer ik samen met S. de heidag van de sectie. Dat wordt dus én een lunch én een diner. Ik ga een zwangerschapsbroek kopen.’
Zucht, zo gaat dat afvallen natuurlijk nooit lukken.

Ik doe m’n beklag bij vriend T. die troostend zegt dat het allemaal wel meevalt met mijn buik en dat ik binnen een paar weken weer in model ben. ‘En anders doe je toch gewoon corrigerend ondergoed aan?’ De lieverd bedoelt het goed. Denk ik, terwijl ik bezweet aankom bij de sportschool. Eerst maar eens kijken of ik op eigen kracht mezelf in model kan boetseren, voordat ik me in een korset ga hijsen. Wens me succes.

20170929_203848.jpg

Italiaans voedsel. En een drankje.

Waar is het feestje?!

Na een fijn appartementje in Milaan, een gastvrij hotel in Turijn, een onpersoonlijk doch goed hotel in Parma en een luxe onderkomen in Bologna, zijn we aanbeland in een top appartement in Negrar. Met enige moeite, want we moeten een steil geitenpad nemen om bij het huisje te geraken. Gelukkig heeft Tom Tom altijd gelijk. We hebben in ieder geval een mooi uitzicht over de wijnvelden, de heuvels en in de verte de stad Verona. Onze gastheer Gianni verwelkomt ons hartelijk met een flesje Corona en salsamuziek. Wij wanen ons in Zuid-Amerika en al gauw wordt duidelijk dat de echtgenote van Gianni uit Colombia afkomstig is. De voertaal in het huishouden is een mix van Spaans en Italiaans, om het spannend te houden. Gianni spreekt niet zo goed Engels, maar met handen, voeten en Google Translate komen we een heel end. We krijgen uitleg over het gebruik van de diverse sleutels, een rondleiding door het appartement en een richtingaanwijzing naar het dichtsbijzijnde restaurant. ‘ You go zoe ze woods and go down, 200 metres.’  We zien een donker gapend gat en een pad vol met gaten en losliggende stenen. Nog een geitenpad! De afdaling blijkt lastig te zijn, maar is goed te doen zolang je geen naaldhakken aantrekt. En op de terugweg is het toch fijn dat er een zaklantaarnfunctie op de mobiel zit.

Kortom, we zitten in de rimboe en dat vinden we best wel fijn voor een paar dagen. Lekker rustig ook, denken we. Helaas blijken de Gianni’s  een zoon te hebben die een feestje geeft voor zijn vrienden. In het appartement onder de onze begint laat op de avond een hels kabaal van onverstaanbaar brommende rappers en boink boink boink gedreun. De “muziek” staat zo hard, dat de jongeren elkaar niet kunnen verstaan en enthousiast beginnen te schreeuwen. Ergens is het dan lastig om in slaap te vallen en slaapdronken blèren wij zo nu en dan HAKKUH! mee. Niemand die het hoort, dus dat mag best. Gelukkig houdt het feestgedruis om 5 uur in de ochtend op, kunnen we toch nog een paar uurtjes slaap pakken voordat we om half 10 bij het ontbijt aanschuiven.

Gianni heeft een geweldig ontbijt voor ons gemaakt en vraagt bezorgd of we niet teveel last hebben gehad van de jongens. Het was de 19e verjaardag van junior, vandaar en de rest van de week zal het rustig blijven. Wij liegen braaf dat het allemaal wel is meegevallen, wij hebben altijd van die enorme wallen onder de ogen, en samen zijn we het erover eens dat boink boink boink geen muziek is. Ik geloof best dat het de komende dagen lekker rustig zal zijn, maar ga uit voorzorg mijn oordopjes opsporen. Voor het geval dat junior een onbetrouwbare factor in het huishouden blijkt te zijn.

Geitenpad

Het geitenpad naar het restaurant in Negrar

Vakantie

Meiden-gezicht-vallen-09

©Sandro Giordano

Of ik niet een stukje wil schrijven voor de nieuwste CUriosa.* Thema nog niet geheel duidelijk, waarschijnlijk iets met zomer en vakantie. Oké. Daar kan ik kort over zijn, ik ga niet op vakantie in de zomer omdat ik dan altijd werk. Dat ik in de zomer werk, heeft te maken met collega’s die noodgedwongen in het hoogseizoen op vakantie moeten en die er vanuit gaan dat de kinderlozen onder ons de tent wel draaiende zullen houden. Pas  als deze mensen terug zijn van een stressvolle periode op camping ‘Kindervreugd’, pak ik mijn koffers om op reis te gaan.
Ja, man en ik gaan op reis. Dat is voor mij wezenlijk iets anders dan vakantie vieren, daar hangt zo’n all inclusive-luchtje aan en als ik ergens een hekel aan heb, is het all inclusive en het bijbehorende lopend buffet met slappe patat, pizza Margarita en bakken vol met vlees in een onbestemde saus. Nee, rondreizen en dan verschillende steden en dorpen bezoeken, cultuur snuiven en vooral genieten van de lokale keuken, dat is voor mij het ultieme vakantiegevoel.

Tijdens het reizen sta ik altijd in innig contact met de aarde. Letterlijk, want ik heb nogal eens de neiging om op iedere bestemming minstens 1 keer op mijn snuit te gaan. Flexibele enkels, dan krijg je dat. Zo heb ik al eens de grond gekust op Guernsey nadat ik in een konijnenhol was gestapt en ben ik op mijn billen de Montségur afgegleden. Verder heb ik in Londen de vloer van een bus van dichtbij mogen aanschouwen en lag ik onlangs in Barcelona languit op de stoep, omdat ik vlak daarvoor een scooterrijder een boze blik aan het toewerpen was en een stoepje heb gemist. Lopen en rondkijken gaan bij mij niet altijd samen, zo blijkt.
In september reizen we naar Italië. Mijn man vraagt zich nu al af of ik op een sarcofaag ga liggen in het Egyptisch museum in Turijn, ga uitglijden in een restje bolognesesaus in Bologna of toch van een brug afdonder in Venetië. Ik gok zelf op een theatrale val in het amfitheater van Verona. ‘O Romeo, Romeo! Wherefore art thou Romeo?’ Julia als gevallen vrouw, een rol die mij op het lijf is geschreven. Toch?

CUriosa is een intern digitaal blad van mijn werkgever en ik ben blijkbaar de vaste columnist van dat blad.

Toiletorigami

vogelNa een vakantie is het altijd weer fijn om thuis te komen. Je eigen bed, keuken, bankstel, toilet en douche. Vooral badkamers in den vreemde leveren bij mij de nodige irritaties op. Bijvoorbeeld de plek van de toiletrolhouder in zo’n hotelbadkamer. Echt, waarom hangen die dingen altijd achter de pot? Heel onhandig zit je met een arm in een positie gemanoeuvreerd waarbij de kans aanwezig is dat je schouder uit de kom schiet. Heb je dan eindelijk een snippertje papier te pakken, kom je erachter dat de schoonmaakster een cursus origami heeft gevolgd. Waarom moet het begin van de wc-rol in de vorm van een kraanvogel of kolibrie worden gevouwen? Welk nut dient dat? Het is toch niet zo dat we bij het uitchecken een snoepje kunnen winnen, omdat we geraden hebben welk beest in het toiletpapier zat verstopt? ‘Het was zo’n schijtvogel, ik weet het zeker.’ ‘Nee mevrouw, helaas. Het was toch echt een zebravinkje’.

Hangt de toiletrolhouder al op een ongelukkige plek, ook handdoekrekjes hangen vaak achter de toiletpot. Heel fijn, zo’n nat badlaken dat in je nek hangt. Maar aan de andere kant is het ook wel handig, in die situaties dat je de zebravink in het toiletpapier niet kan demonteren en je toch echt je billen met iets wilt afvegen. Tip: gebruik de handdoek van uw partner.

En dan de verlichting in het toilet. Of je hebt te maken met Tl-verlichting of met sfeerverlichting van het verduisterende soort. Denk aan een zaklantaarn die langzamerhand de geest geeft. Hoewel dit weer de voorkeur geniet boven de aanwezigheid van bewegingsmelders in het toilet. Zit je net met je tong uit de mond geconcentreerd de zebravink te bestuderen, gaat het licht uit! Moet je eerst als een gek gaan zitten zwaaien om weer wat licht te krijgen, kom je vervolgens tot de ontdekking dat jouw zebravink niet goed kan vliegen en dat je moet opstaan om het toiletpapier weer op te rollen.  Ik kan heel goed een plofkip van toiletpapier maken.

Ben je eindelijk klaar met je toiletbezoek, dan wil je natuurlijk graag je handen wassen. Met zeep. En dan ligt daar altijd zo’n lullig verpakt stukje zeep. Moet je eerst de folie van de zeep zien te krijgen, in het ergste geval moeten de tanden worden ingezet om de verpakking los te scheuren. Is het dan eindelijk gelukt en ben je blij dat het zeepje voor een volgend toiletbezoek startklaar ligt, besluit de schoonmaakster om een nieuw zeepje neer te leggen. Verpakt en wel! Waarom? En wat doen ze met de gebruikte zeepjes? Worden die weer in bruikbare vorm geduwd en opnieuw verpakt? Of gaan die dingen naar de zeepjeshemel? Hoe dan ook, ik vind losse zeepjes een verkwisting. Hang toch gewoon zo’n zeepdispenser op, dat is veel efficiënter en prettiger voor de klant. Wel graag ophangen naast de kraan en niet achter de toiletpot.

Heb ik wel een fijne vakantie gehad? Absoluut, ik ben heel handig geworden met toiletpapier. Maar vraag me maar niet naar mijn ervaringen met douchen in bad. Echt, niet doen.

Klein leed

Wij zijn op reis. In Spanje, om precies te zijn. Een heel fijn land, dat Spanje, alleen is het er wel een beetje warm. Maar het is een goed excuus om vooral veel op terrasjes te gaan zitten, bij voorkeur met een parasol-sprinkler-systeem voor de verhitte toerist. Daar wil ik het echter niet over hebben. Nee, ik moet helaas wat woorden vuil maken aan al het leed dat ik J. tijdens deze reis aandoe. Schreef ik al eerder over zijn top 3 van reiswensen, wifi-bed-douche, de afgelopen week heeft meneer zijn wensenlijst uitgebreid.

Het begon al bij de aankomst in Madrid. Nadat de eerste paniek was weggeëbd, want hij dacht geen wifi te hebben, begon hij zich af te vragen of alle geboekte accommodaties wel over fitnessfaciliteiten beschikken. Nu hij sinds een paar weken fanatiek de sportschool bezoekt, is hij van mening dat hij ook tijdens de vakantie zich in het zweet moet werken. Helaas moest ik hem teleurstellen, wat mij het nodige gemopper opleverde. Gelukkig had hij zijn koffer al in Amsterdam gesloopt, zodat hij zichzelf een nog grotere koffer kon aanschaffen in Madrid. Want dan kan er meer in en dan kan hij daar lekker mee aan het gewichtheffen, is zijn redenering. Ergens klopt er iets niet als een man meer bagage meesleept dan een vrouw, maar dit geheel terzijde.

Dus J. sleept nu met zijn megakoffer om daarmee spierballen te kweken. Denk je dat je het dan wel hebt gehad, krijg je na een luxe hotel in Madrid te maken met een eenvoudig onderkomen in Toledo. Prima, vind ikzelf, want je hoeft er alleen maar te slapen en J. was het daar in eerste instantie hartgrondig mee eens. Totdat het bedtijd werd. Want het bed is wel een beetje smalletjes, volgens J.. Wat eigenlijk betekent dat hij niet breeduit kan liggen, omdat ik in de weg lig. Het werd er niet beter op toen bleek dat het bed uitgerust was met één langwerpig kussen, die we dus moesten delen. Nu heeft J. de gewoonte om zijn hoofd in het kussen te wikkelen en werd het afzien voor de arme jongen. De volgende ochtend: ‘Ik heb echt helemaal niet goed geslapen, mijn hoofd lag niet lekker. Ik wil de volgende keer wel een eigen kussen, hoor.’ Het valt nog mee dat we niet ter plekke een kussen hebben moet aanschaffen voor meneer.

Kortom, voor de eerstvolgende reis boek ik alleen hotelkamers met 2 eenpersoonsbedden. Of aparte kamers, dan kan natuurlijk ook nog. Ben benieuwd of in de resterende 11 dagen van onze reis nog zaken aan het wensenlijstje worden toegevoegd. Ik houd u op de hoogte.

Kramperen

vwcamper

Leuk toch, zo’n busje?

Mij lijkt het wel wat, rondtoeren door Europa in zo’n knusse Volkswagen kampeerbus.
J. schiet echter meteen in een kramppositie op het moment dat het woord kamperen valt. Om vervolgens met de nodige dramatiek te vertellen over de opgedane trauma’s in zijn jeugd. Want de schoonfamilie ging graag kamperen. En dat betekende met een volgeladen auto plus vouwcaravan een lange reis van Drenthe naar Zuid-Europa. Onderweg werd er weleens overnacht op een obscure parkeerplaats langs de snelweg. Pa en ma lagen samen met de 2 jongste kinderen heerlijk te snurken in de uitgevouwde vouwwagen. De 2 oudste kinderen, waaronder J., moesten noodgedwongen in de auto overnachten. Tentharingen in het asfalt meppen bleek een probleem, vandaar. Met de tissues in de aanslag volgt een tenenkrommend verhaal hoe beide jongens op de voorbank probeerden te slapen, maar gehinderd werden door de aanwezigheid van het stuur en de versnellingspook. Dat er ook nog zwaar getatoeëerde en dikbuikige truckers rond de auto scharrelden, hielp ook niet echt, zegt J. met een trillend lipje.

Kortom, de enige keer dat wij samen hebben gekampeerd, is 14 jaar geleden in Nieuw Zeeland geweest. In een volledig ingerichte camper. Sindsdien word ik geacht hotels of appartementen te regelen met een echt bed en ruime badkamers. Best lastig, want meneer is kieskeurig. Met enige regelmaat heeft hij mij getrakteerd op een klaagzang over de lengte van het bed of de afmetingen van de douchecabine. Taferelen als: ‘ik pas toch echt niet in een bed van 2 meter lang, kijk dan! Vanaf mijn knieën lig ik buiten het bed!’ Of: ‘is het nou echt de bedoeling dat ik hier opgevouwen onder de douche sta? Wonen er in Spanje alleen maar dwergen??!’

wifi foksukDe laatste jaren is het wensenlijstje van J. uitgebreid met iets wat voor hem van absoluut levensbelang is, namelijk wifi. Hij staat nog liever in een bocht onder de douche dan dat hij het een dag moet doen zonder wifi. Helaas wil het weleens voorkomen dat er wel wifi is, maar dat die niet goed werkt. Dat levert in mijn ogen soms stuitende taferelen op. Een aantal jaren geleden hadden we een leuk huisje nabij een fjord in Noorwegen. Vier huisjes op een rij, huisje 1 had het wifisignaalding en wij zaten in huisje 4. En we hadden niet echt een geweldige verbinding. Maar om dan met laptop en al uit het zolderraam te gaan hangen om een wifisignaal op te vangen, vind ik best ver gaan. De aanwezigheid van een houtkachel, wat is het toch met mannen en een fikkie stoken, kon de pijn maar een beetje verzachten.

Onze komende reis gaat naar Spanje, van Madrid naar Bilbao. De hotels zijn al geboekt. Allemaal met wifi, waaronder maar eentje met alleen wifi in de gemeenschappelijke ruimtes. Dat gegeven alleen al leverde een gefronste blik van J. op.
Het wordt vast heel gezellig.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het huisje in Noorwegen. De andere huisjes staan links, het zolderraam bevindt zich aan de rechterkant……